Nu Vorden, straks andere herdenkingen

Advocaat Herman Loonstein is de man achter Federatief Joods Nederland (FJN). Vorige week wist die organisatie de rechter ervan te overtuigen dat er geen Duitse soldaten mochten worden herdacht in Vorden. En volgend jaar wil Loonstein alle Dodenherdenkingen in alle gemeenten vrijwaren van dergelijke initiatieven. Wie is deze man? En wat is zijn draagvlak onder de 50.000 Joden in Nederland?

4-5-2012 Vorden gem. Bronckhorst Nederland. UIt protest tegen de aandacht voor zes gesneuvelde duitse soldaten laat de joodse actiegroep TOF, (uit het Westen, niet plaatselijk) een vliegtuigje met sleep, met de tekst 'Vorden is fout' boven het dorp vliegen vlak voor dodenherdenking. foto Herman Engbers herman engbers

„Het is nog niet afgelopen”, zegt advocaat Herman Loonstein (Amsterdam, 1958). De Tweede Wereldoorlog, bedoelt hij. De oorlog die twee van zijn grootouders het leven kostte in concentratiekamp Auschwitz. De oorlog die zijn vader overleefde als dertienjarig weeskind. De oorlog die zijn Joodse afkomst zo benadrukte, en waardoor hij zich nog altijd inzet voor de slachtoffers. Loonstein: „Als ik iets rechtvaardig vind, dan is dat voldoende. Als ik denk dat er iets moet gebeuren, dan onderneem ik actie.”

Een week geleden won Loonstein – namens de door hemzelf opgerichte organisatie Federatief Joods Nederland (FJN) – een rechtszaak tegen de gemeente Bronckhorst. Hij voorkwam dat de burgemeester en wethouders tijdens Dodenherdenking op de begraafplaats van Vorden een eerbetoon brachten aan Duitse militairen. Volgend jaar wil de advocaat alle Dodenherdenkingen waarbij aandacht wordt besteed aan gevallen Duitsers laten verbieden, vertelde hij gisteren aan deze krant.

Hij zegt te opereren namens „alle Joden in Nederland; dood en levend”. In Nederland wonen ruim 50.000 joden, inclusief de zogenoemde ‘vaderjoden’: mensen met alleen een Joodse vader.

Henri Markens, oud-voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO), typeert Loonstein als „zeer orthodox”. Zo’n vijftien jaar geleden botsten de twee, toen Markens namens het CJO onderhandelde met de Nederlandse regering over een financiële compensatie voor in oorlog geroofde bezittingen. Loonstein vond dat Markens niet namens ‘Joods Nederland’ mocht spreken, en wilde zelf de onderhandelingen voeren. Hij had toen net Federatief Joods Nederland opgericht; dat werd bestempeld als ultra-orthodox.

Het kabinet wimpelde Loonstein af. Van de 750 miljoen tot 2,2 miljard gulden die het CJO aan smartengeld had geëist, werd ongeveer 400 miljoen uitgekeerd. Een slechte deal, vond Loonstein.

FJN bleef bestaan, met Herman Loonstein als voorzitter. Er is een bestuur met nog vijf anderen, maar leden zijn er niet. De organisatie staat niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Een paar van Loonsteins zes zonen leveren hand- en spandiensten. Markens: „Als er al een achterban is, dan is die volstrekt ondefinieerbaar.”

„Hij is net zo controversieel als hij briljant is”, zegt een bron binnen de Joodse gemeenschap over de advocaat. Hij wil anoniem blijven, zoals veel mensen als ze over Loonstein spreken. Naast zijn baan als advocaat en voorzitter van FJN is Loonstein voorzitter van het Joodse Begrafeniswezen in Amsterdam en voorzitter van het Cheider, de orthodox-joodse school in de hoofdstad. Dezelfde bron: „Veel mensen zijn bang voor hem, want hij heeft gezag en contacten. Hij voelt zich vader van het algemeen belang, maar vertrouwt alleen op zijn eigen oordeel.” Een ander: „Hij doet nuttige dingen, maar kan ‘de Joodse zaak’ ook schaden omdat hij als een wilde tekeergaat.”

Loonstein voerde een aantal geruchtmakende rechtszaken. Zo won hij in 2003 een zaak toen hij namens een inwoner van Wassenaar een schadevergoeding eiste na een ongeval dat prinses Máxima veroorzaakte.

Vorig jaar klaagde hij namens FJN voetbalclub ADO Den Haag aan, omdat middenvelder Lex Immers bij het vieren van een overwinning in het supportershome op een tafel was geklommen en de leus „we gaan op jodenjacht” had gezongen. Vorige week besloot het gerechtshof Immers niet te vervolgen.

Ron van der Wieken heeft sterke herinneringen aan Loonsteins eigengereide optreden. In het voorjaar van 2002 ontstond „fikse heibel” tussen Van der Wieken en zijn overbuurvrouw Gretta Duisenberg. Zij, vrouw van voormalig Europees bankdirecteur wijlen Wim Duisenberg, had een Palestijnse vlag aan haar balkon gehangen. De Joodse cardioloog tekende daar in een brief bezwaar tegen aan: het Israëlisch-Palestijns conflict hoefde niet in zijn straat te worden uitgevochten. Hij zou haar daarna „salonbolsjewiek” hebben genoemd en zij had gezegd dat „rijke Joden” medeverantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van het Palestijnse volk. Het verhaal kwam in de pers en daarmee was het voor Van der Wieken klaar. „Ik geloof in de kracht van het woord.”

Hij was onaangenaam verrast toen Loonstein zonder overleg een aanklacht tegen Duisenberg indiende wegens antisemitisme en het aanzetten tot haat. Loonstein verloor de zaak.

„Als je dingen oppakt, moet je ook tegen je verlies kunnen”, zegt de advocaat daar nu over. Loonstein wil „vaker tot het uiterste gaan” dan andere organisaties, vertelt hij. Dat is ook de reden dat hij FJN oprichtte. „Joodse organisaties zijn meer van het praten dan van het doen. Veel theekransjes. De voormalig Amsterdamse burgemeester Job Cohen is daar het perfecte voorbeeld van. Wij zijn in het gat gesprongen. Het is dan handig om een organisatie achter je te hebben.”

Dat hij geen achterban zou hebben, weerspreekt Loonstein. Net zoals de kritiek dat hij alles in zijn eentje beslist. „Ik ga echt niet over één nacht ijs bij belangrijke beslissingen. Zoals met het kort geding in Vorden, dan raadpleeg ik heel wijze lieden om me heen. Natuurlijk snap ik dat ik een risico neem. Stel je voor dat je verliest, dan mag in de toekomst iedereen Duitsers herdenken op 4 mei.”

Sommigen, zoals Ron van der Wieken, vinden dat Joden zich op 4 mei moeten terugtrekken in eigen kring. Met het kort geding hebben zij „publicitair verloren”, zegt Van der Wieken. „Nu denken veel mensen: Joden willen coûte que coûte hun zin doordrijven.”

Maar Loonstein krijgt ook veel lof toegezwaaid. „Ontzettend slim” en „bijzonder aardig” zijn terugkerende typeringen. Loonstein is een van de twee Nederlanders die besnijdenissen mogen uitvoeren. Dat moet acht dagen na de geboorte, in het daglicht. Henri Markens: „Als hij dan ander werk te doen heeft, laat hij dat direct uit zijn handen vallen om desnoods in een uithoek een besnijdenis uit te voeren. Zo is hij ook wel weer.”

Journalist Hans Knoop, prominent lid van de Nederlands-Joodse gemeenschap, vindt dat Loonstein „een groot Joods hart” heeft. Over de actie in Vorden is hij lyrisch: „De Joodse gemeenschap is Loonstein ongelofelijk veel dank verschuldigd. Hij verdient heel, heel veel credits.”