NL To Go

Een concern in Mexico aast op een flink pakket KPN-aandelen. De crisis heeft van Nederlandse bedrijven koopjes gemaakt.

Economisch commentator

Het lijkt of de hele wereld hier komt winkelen. Uit het niets bood het bedrijf van de rijkste man ter wereld gisteren 2,6 miljard euro voor een stevig pakket aandelen in ‘ons’ nationale telecombedrijf KPN. Die rijkste man is Carlos Slim. Een Mexicaan. Zijn bedrijf, América Móvil, is op de thuismarkt een bijna-monopolist. In Nederland willen de Mexicanen vooralsnog niet meer dan 28 procent van de KPN-aandelen.

América Móvil is het tweede Mexicaanse concern in zes maanden dat zijn oog op Nederland laat vallen. Vorig jaar deed conglomeraat Mexichem een overnamebod op buizenproducent Wavin uit Zwolle, ook al zo’n juweel van het Nederlandse bedrijfsleven, hoewel het bij het grote publiek minder bekend zal zijn – de producten van Wavin liggen niet in supermarkten, het levert aan andere bedrijven.

Ook de Amerikanen lijken Nederland te hebben ontdekt. Vrijdag deed de op twee na rijkste man ter wereld, de Amerikaanse superbelegger Warren Buffet, via een dochterbedrijf een overnamebod op Meyn, een weinig bekend bedrijf uit Oostzaan, maar wel wereldmarktleider in machines voor de pluimvee-industrie. En een paar weken geleden verraste het Amerikaanse pakjesvervoerbedrijf UPS met zijn bod van ruim 5 miljard euro op het koeriersbedrijf TNT Express, een Nederlandse multinational met hoofdkantoor in Hoofddorp.

Wat weten al die buitenlandse opkopers wat wij niet weten? Wat willen ze? En: moeten we ons zorgen gaan maken?

De twee Mexicaanse overnames onderstrepen de verschuivende machtsverhoudingen in de wereld. Ondernemingen in snelgroeiende landen als China, India en Mexico vergaren zoveel kapitaal dat zij naast hun eigen investeringen ook overnames kunnen doen. Ze kijken daarbij eerst rond in hun eigen regio, maar wie op een internationale markt actief is, kan niet om Europa heen. Europa is door zijn koopkrachtige burgerij een economische grootmacht. Met nu een extra voordeeltje: Europa zit financieel aan de grond. Hoge en groeiende schulden, vooral bij overheden, maar in landen als Nederland ook hoge schulden bij gezinnen. Politiek is het doormodderen. Het politieke centrum heeft het benauwd, vleugelpartijen links en rechts gedijen. De bevolking vergrijst. Vaak geen economische groei, maar krimp.

Wij zien crisis, buitenstaanders zien kansen. Sommige markten en bedrijfstakken in Europa lijken op een mengeling van financieel-economische wildernis en een schroothoop. Maar onder het vergeelde gras, de woekerende struiken en het smerige roest gaan interessante bedrijven schuil, met lage beurskoersen. Of zoals Carlos García Moreno, financieel directeur van América Móvil, het tegen persbureau Reuters zei: „KPN is het doel van onze eerste investering. Europa ziet zich gesteld voor economisch moeilijke tijden. Wij hebben een langetermijnhorizon voor onze investeringen. We hebben de tijd genomen. Dat lijkt nu heel verstandig uit te pakken.”

KPN en buizenmaker Wavin hebben het nodige gemeen. Wavin werd de afgelopen jaren na een serie kleinere overnames in heel Europa actief. Het is een eersteklas partij, die nu extra aantrekkelijk is omdat beleggers alleen nog maar met korting aandelen willen kopen in zulke ondergewaardeerde bedrijven die met een hoge schuldenlast opereren in rijpe markten.

Voor KPN geldt een vergelijkbaar verhaal. Geen klanten in heel Europa, maar wel in de Benelux én een groeiende dochter op de grote Duitse markt. Maar ook: op de beurs uit de gratie. KPN heeft zijn status als beleggerslieveling verloren. De wissel in de top van het bedrijf – van Ad Scheepbouwer naar Eelco Blok – in 2011 viel samen met wéér een reorganisatie. Met het vertrek van financieel directeur Carla Smits-Nusteling (nog steeds zonder opvolger). Met klantenonrust na een hackersalarm. Met het gevoel dat KPN achter de technologische revolutie aanloopt. Kortom: met de noodzaak extra kapitaal in het bedrijf te investeren – en niet de beurzen van beleggers te spekken.

Wie vanuit een regionale thuismarkt in Mexico (of China, of India) groeiambities heeft, is met zulke bedrijven in één keer, met één overname, klaar. Wat is de aantrekkingskracht van machinemaker Meyn? Een wereldmarktleider in een niche – dat wil iedereen. En van koeriersbedrijf TNT Express? Met zijn Europese thuismarkt is het precies de aanvulling die UPS nodig had en het is ook nog eens actief in snelgroeier China.

Wat willen de nieuwe eigenaren? Geld verdienen en niet te veel opvallen, zeker in het begin. Ze moeten hun overname terugverdienen, zijn niet gebaat bij weglopende topmensen of muitend personeel. Dus beloven zij dat de nieuwe aanwinst een belangrijke rol gaat spelen. Dat er nieuwe carrièrekansen komen. Dat aan de arbeidsvoorwaarden niet getornd wordt.

Maar wie de recente geschiedenis kent, weet dat garanties in het internationale bedrijfsleven niet bestaan. Het winstgevende farmaceutische bedrijf Organon uit Oss en zijn onderzoeksafdelingen werden twee jaar geleden door een nieuwe Amerikaanse eigenaar zomaar gesloten. Conglomeraat MSD wilde zijn onderzoekwerk concentreren op de Amerikaanse thuismarkt. Het echec van Organon illustreert de angst bij politieke partijen als de SP, maar ook de PVV, dat buitenlandse eigenaren slordig omspringen met Nederlands erfgoed.

Het verlangen van buitenlandse eigenaren om in eerste instantie niet te veel op te vallen, heeft ook te maken met het feit dat zij op hun thuismarkt wel iets anders gewend zijn. In landen zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië en Frankrijk bestaan restricties op wat buitenlandse bedrijven mogen kopen. Zeker als het gaat om ‘gevoelige’ sectoren, zoals defensie, technologie, energie of luchtvaart, of om bedrijven die gelden als nationale trots, zoals Danone yoghurt in Frankrijk. Ook China werkt aan wetgeving om buitenlandse overnames te ‘toetsen’. Het laat zich daarbij inspireren door nota bene Amerikaanse regels.

Maar Nederland is een eiland van politiek-economisch liberalisme in een zee van protectionistische regelaars. Als handelsland bij uitstek houden wij niet van politieke inmenging in zaken. Wij houden graag iedereen te vriend. De keus van Américan Móvil voor KPN en Nederland zal zeker ook daar mee te maken hebben. Hier zal het bedrijf geen last hebben van politieke oppositie tegen buitenlandse eigenaren, zoals zomaar kan ontstaan in Frankrijk (France Telecom) en Duitsland (Deutsche Telekom).

Is dit inderdaad een realistische taxatie van Carlos Slim? De politieke leiding van Nederland lijkt niet geporteerd van restricties op buitenlandse overnames. Ja, achteraf vonden politici de overname en splitsing van ABN Amro in 2007 door drie buitenlandse banken in drie brokken een bar slecht idee. Maar het lijkt als eenmalige misser te zijn geboekt.

Aan de andere kant: de ‘uitverkoop van Nederland’ is strijdig met de uitgesproken ambitie dat het economisch beleid moet inzetten op Nederland als hoofdkantorenland. Hoofdkantoren stimuleren economische activiteit, van goedbetaalde accountants en advocaten tot schoonmakers en pizzabezorgers. Maar hoe geloofwaardig is dat beleid nog als hoofdkantoren worden gereduceerd tot hoofdkantoren van West-Europa of gewoon opgedoekt worden?