Na de demonen een bord warm eten

Onschuld is bullshit, vond de schrijver en illustrator Maurice Sendak. De duisternis in het werk van de gisteren overleden schepper van Max en de Maximonsters bracht pedagogen in verwarring, maar zijn invloed was kolossaal.

Maurice Sendak in 1990 Foto AP

Vrolijk ging het er niet aan toe in de wereld van Maurice Sendak. Bij de gisteren op 83-jarige leeftijd overleden schepper van Max en de Maximonsters maakten de traditionele braafheid en zoetigheid plaats voor de duistere kanten van het kindzijn. Zijn prentenboeken raakten in de Verenigde Staten meermalen in opspraak omdat verontruste ouders meenden dat ze te griezelig waren. Met zijn soms grimmige verhalen verliet hij de gebaande paden en inspireerde hij generaties (kinderboeken)schrijvers.

Sendak beschouwde zichzelf in de eerste plaats als kunstenaar, verzette zich hevig tegen de typering van zijn vak als het maken van ‘kinderboekjes’, waarmee hij zich weggezet voelde als idioot. Maar zijn invloed was vooral in de kinderboekenwereld kolossaal. Sendak gold alom als een van de grootste en invloedrijkste kinderboekenmakers.

Sendak, die overleed aan de gevolgen van een beroerte, publiceerde afgelopen september zijn laatste boek – tevens het eerste boek sinds dertig jaar dat hij zelf had geschreven én geïllustreerd. „Verdi was ook op zijn best toen hij stokoud was”, verdedigde hij zich.

Zijn grote faam dankt Sendak vooral aan Where the Wild Things Are (1963), goed voor 19 miljoen verkochte exemplaren. De Nederlandse vertaling Max en de Maximonsters heeft hier ook de status van klassieker: de zestiende druk ligt in de winkel en er zijn zo’n 110.000 exemplaren verkocht. Het verhaal gaat over de jonge Max die in zijn wolfspak kattenkwaad uithaalt en zonder eten naar bed gestuurd wordt. Zijn slaapkamer verandert dan in een bos en Max maakt een fantasiereis naar ‘waar de Maximonsters wonen’ – wild things dus, schepsels met (inderdaad) vervaarlijke tanden, ogen en klauwen. Maar Max temt de monsters, wordt hun koning en viert met hen een wild feest. Terug in zijn kamer, een fantasiejaar later, wacht hem toch nog een warm bord eten.

„Ik weiger te liegen tegen kinderen,” zei Sendak vorig jaar in een interview. „Ik weiger mee te doen aan het uitventen van die onschuldsbullshit.” Sendaks eigen jeugd kende duistere kanten: hij was een ziekelijk kind en groeide op in de jaren dertig in een arm joods gezin in Brooklyn, terwijl zijn Poolse familieleden werden vermoord tijdens de Holocaust. Zijn ouders hamerden er bij hem in dat hij geluk had, dat hij ook dood had kunnen zijn.

„Van jongsaf hebben kinderen te maken met emoties als angst en woede, die gewoon deel van het leven zijn”, zei Sendak ooit. „Fantasie brengt ze catharsis, het is voor hen de beste manier om met die wilde dingen om te gaan.” En na het gevecht met de innerlijke demonen staat het warme bord eten er wél in Max en de Maximonsters, helemaal hopeloos eindigt Sendaks boek niet. Het verschil met andere kinderboekenmakers was volgens hemzelf niet dat hij beter schreef of tekende dan anderen, maar dat hij eerlijker was. „Als Anne Frank kon sterven, als mijn vriend kon sterven, dan waren kinderen even kwetsbaar als volwassenen en dat gaf mijn werk een doel. Ik wilde kinderen laten leven.”

Aanvankelijk wisten critici niet goed hoe ze zijn werk moesten waarderen en pedagogen werden er onrustig van: het verhaal gaat dat Amerikaanse bibliothecarissen zijn prentenboek In de nachtkeuken (1981) kuisten door een onderbroekje over het piemeltje van de hoofdrolspeler te tekenen. Later werd Sendaks werk revolutionair genoemd en veelvuldig onderscheiden. In 2003 was hij de eerste winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award, de ‘Nobelprijs’ voor kinderliteratuur. Sendak illustreerde tientallen kinderboeken, waaronder de sprookjes van Grimm, maar ook de populaire Kleine Beer-serie van de Deense schrijfster Else Holmelund Minarik. Sendaks figuur was geen schattig kinderboekenbeertje, maar een ‘eerlijke beer’, schreef een recensent eens.

In Nederland beklijfde vooral Max en de Maximonsters, dat kinderboekenschrijvers als beslissend boek zien. „Een verhaal over angsten overwinnen”, las Paul van Loon erin. Anderen roemen het als toonbeeld van verbeeldingskracht, een ode aan stoutheid en kattenkwaad of een onconventioneel verhaal over een autoriteitsconflict. Ook buiten het kinderboekenvak bevinden zich bewonderaars van Max en de Maximonsters. Onder hen die met het boek opgroeiden zijn filmregisseur Spike Jonze, die het prentenboek in 2009 verfilmde, en schrijver Dave Eggers, die het tot roman herschreef. De Vlaamse schrijver Bart Moeyaert schreef gisteren op zijn website dat hij hoopt dat Sendak „herinnerd wordt om de verontrusting in zijn werk, dat daarom ook door veel volwassenen wordt gezien als gevaarlijk.”