Luisteren naar Vuurwerkramp

Reinoud van den Berkhof (71), oud-marineofficier, woont op Curaçao. Hij herinnert zich van de Wereldomroep het verslag van de Vuurwerkramp.

‘In mei 2000 verbleef ik in Goma, Democratische Republiek Congo, met een veldteam van Artsen zonder Grenzen. We zaten buiten om een teamsessie voor te bereiden. Mijn collega had zich even afgezonderd om naar de radio te luisteren. Hij riep me: ‘Reinoud, Reinoud, kom dit horen.’ Hij zat intensief luisterend gebogen over zijn kleine wereldontvanger, de volumeknop helemaal open. ‘De Wereldomroep’, fluisterde hij. En wij luisterden naar de eerste reportages over de vuurwerkramp in Enschede.

„Daar zit je dan met z’n tweeën in een risicovol gebied en dan hoor je dat er een ramp gebeurt in je eigen land. Dan leef je ineens intens mee. Dat doet je wat, ik was tot tranen toe geroerd. Vooral omdat ik het nieuws in mijn eigen taal hoorde, terwijl ik zo ver weg zat.

„Het is zo anders om een live reportage uit je eigen land over de radio te horen dan het later op een website terug te lezen. De emotie in de stem van mensen, de omgevingsgeluiden, die zijn veel belangrijker dan een berichtje op internet. Het wordt tastbaarder. Als Nederlander in het buitenland heb je het gevoel dat je op zo’n moment echt contact hebt met je land.

„Nederland trekt zich meer terug op zichzelf, terwijl Nederlanders in het buitenland de beste ambassadeurs zijn. Via de Wereldomroep voelen zij zich verbonden met hun moederland. De regering laat hen nu in de kou staan.”