Het 120-jarig jubileum

Sinds Vitesse-PSV (april 1980) bezoek ik de thuiswedstrijden van Vitesse. Eerst met mijn vader, maar nadat die na een doelpunt bij de wedstrijd Vitesse-Cambuur van de tribune viel, ging ik voortaan met mijn broer en twee vrienden, een select gezelschap.

Zes jaar geleden kon mijn broer het geestelijk niet meer opbrengen om naar al die schijtwedstrijden te gaan. Hij werd vervangen door de kleine kinderen van mijn beste vriend. Sindsdien was het toegestaan om af en toe ‘vreemden’ mee te nemen.

Dat werden heel vervelende middagen. Mijn gasten waren zonder uitzondering voor de tegenpartij. Jaap, de vormgever van het blad Intermediair, zag PSV kampioen worden in het Gelredome. Bij Vitesse-FC Twente werden we bekogeld met proppen papier omdat ‘jakhals’ Eric Dijkstra werd herkend van televisie. Afgelopen zondag gingen mijn goede vriend Gijs en zijn zoon Kobus mee naar Vitesse-Ajax, een wedstrijd waarin niets meer op het spel stond.

Een nederlaag was ingecalculeerd, maar ik hoopte enige indruk te maken met het randgebeuren: het duel tegen Ajax was ‘extra feestelijk omlijst’. Vitesse bestond 120 jaar, een lange tijd waarin helaas geen noemenswaardige prijs werd gewonnen.

De supporters op de noord-tribune hadden een nieuw spandoek, er was een nieuw scorebord – dat het niet deed – en er was ons een artiest beloofd. Het bleek te gaan om ‘Alex’, een man met een gewichtsprobleem die ooit een hit had met het nummer ‘Een bossie rooie rozen’. Hij playbackte in vijf minuten de refreinen van zeven Nederlandstalige hits en werd daarna van het veld gefloten omdat hij bekend stond als ‘Ajax-supporter’, iets wat de organisatie over het hoofd had gezien.

Voor de wedstrijd was er ‘een spetterend vuurwerk’. Op het veld stonden een stuk of tien kanonnen, die deden het helaas wel. Clubvogel/zeearend Hertog II – opvolger van de aan een schimmelinfectie overleden Hertog I – raakte door de knallen zo van slag dat hij maar door het Gelredome bleef vliegen. De vlucht eindigde tegen de ruiten van een van de business-boxen, waarna het beest tussen het publiek op de hoofdtribune viel. Er werd niemand geraakt. Zijn verzorger Gerard, de eenogige directeur van De Valk Roofvogels uit Lunteren, die tien minuten voor Jan Lul op het veld had staan zwaaien met een kipfilet, was snel ter plaatse om zijn beest op te rapen en weg te voeren.

Halverwege de saaie wedstrijd meldde stadionspeaker Theo van Baal vanuit het niets: „De vogel maakt het goed.”

Voor die mededeling werd geklapt.

Medewerkers van de club verklaarden later dat het glas van de business-box niet beschadigd was en dat Hertog II voor het belangrijke nacompetitieduel tegen NEC weer zou zijn gerepareerd. Zelf vond ik het wel symbolisch om het 120-jarig bestaan op deze manier te vieren. Altijd als je denkt dat de club eindelijk succesvol zal zijn, gaat er wat mis. Dat maakt Vitesse zo sympathiek, of in het slechtste geval een cultclub.

Maar probeer dat anderen maar eens uit te leggen.