Gunt Hollande de vrouw een broek?

Volgens een oude wet van direct na de Franse Revolutie mogen Franse vrouwen geen broek dragen. Linkse kamer- leden hopen dat deze regel nu formeel wordt geschrapt.

‘Zeg, zo lelijk is mijn broek nu toch ook weer niet?” Julie, serveerster in een buurtkroegje vlakbij het Canal Saint-Martin in Parijs, reageert gespeeld verontwaardigd als ze hoort dat de spijkerbroek die ze standaard draagt haar een boete kan opleveren. Die is niet ingesteld door een modepolitie die oordeelt over goede smaak. Het is een restant uit een ver, postrevolutionair verleden. In Frankrijk moeten vrouwen zich volgens de wet kleden als vrouwen, en daar hoort geen broek bij.

Het is, naast dringender opdrachten als het verminderen van de staatsschuld en het redden van de euro, een van de zaken waarmee de nieuwe president François Hollande wordt geconfronteerd.

Het voorstel komt van tien parlementsleden (zes vrouwen, vier mannen) van de Parti Radical de Gauche, een Franse variant van D66. Zij hebben in april een wetsvoorstel ingediend om een wet te schrappen die volgens de toen geldende Republikeinse kalender dateert van ‘26 brumaire uit het jaar VIII’, omgerekend: 17 november 1799.

De wet stamt uit de tijd dat Parijs zich blijkbaar zorgen maakte om oprukkende travestie. Daarom werd een verordening uitgevaardigd die bepaalde dat „iedere vrouw die zich wil kleden als een man zich moet melden bij de prefect van de politie om daarvoor toestemming te krijgen”. Die toestemming kon worden verkregen om hygiënische of praktische redenen. Een van de vrouwen die zich in de negentiende eeuw regelmatig bij de prefectuur moesten melden was Amandine Dupin, die bekend zou worden onder haar auteursnaam George Sand.

Als vrouwen toen een broek droegen, had dat niets te maken met feminisme. Vrouwen die het land bewerkten, en later arbeidsters in de fabrieken, vonden een broek gewoon praktischer. Pas later werd het een vorm van voorzichtig vrouwenprotest tegen mannelijke dominantie. Maar van georganiseerd feminisme was nog lang geen sprake.

Volgens de archieven van het Franse persbureau AFP zou de wet in 1892 en in 1909 zijn bijgesteld en ontsnappen sindsdien vrouwen te paard of vrouwen op een fiets aan het broekverbod. Maar schrijfster Christine Bard, die werkt aan een essay over het verbod op, vond de verzachtende circulaires niet terug. Dus is de wet uit 1799 nog steeds geldig, ook al is met de Grondwet van 1946 de gelijkheid van man en vrouw geïntroduceerd.

Uiteraard werden al eerder pogingen ondernomen om de wet op te heffen. In het modernere revolutiejaar 1968 werd de conservatieve prefect van Parijs gevraagd de wet niet meer toe te passen, maar die weigerde. In 2004 antwoordde toenmalig staatssecretaris voor Gelijkheid Nicole Ameline dat er dringender zaken waren, en dat de wet al door de tijd was ingehaald. Door de veranderende zeden en gewoonten was ‘zich kleden als een man’ niet meer hetzelfde als het eind achttiende eeuw was.

De parlementsleden die vragen om het schrappen van de wet, zeggen dat dit meer is dan louter symboliek. Ze krijgen daarom steun van feministische organisaties. Volgens de arbeidswetgeving kan een werkgever vrouwelijke werknemers nog steeds verplichten een jurk of een rok te dragen, als hij (of zij) vindt dat daar een reden voor is. De regel wordt nog volop toegepast in kledingzaken, bij luchtvaartmaatschappijen en in de horeca. En in het hiërarchische Frankrijk is er weinig verzet tegen een mannelijke baas die kledingregels opstelt voor zijn vrouwelijke werknemers.

„Dat brengt me op een idee”, zegt Alan, baas van de buurtkroeg in Parijs. Maar serveerster Julie, Alans vriendin, heeft de korte discussie goed gevolgd. Biertappend zegt ze: „Sorry jongens, ik kom op de fiets naar het werk.”

Dirk Vandenberghe