Experimenten à la Mengele

O oit, zonder dat ik het wist, heb ik me ingezet voor een betere wereld.

In de mooie meimaand van 1980 nam ik als lid van de nationale wielerploeg deel aan de Vredeskoers. Deze wedstrijd achter het IJzeren Gordijn die van Warschau via Berlijn naar Praag ging, was de Oost-Europese tegenhanger van de Tour de France. Ik kwam er oog in oog te staan met de beruchte ‘staatsamateurs’ die feitelijk uitgebalanceerde professionals waren. Zij waren het uithangbord van deze of gene heilstaat, pionnen in een grotere ideologische samenhang.

Door in sportief opzicht een beetje op te vallen dwong ik er mijn eerste profcontract af. Maar het was pas jaren na het beëindigen van mijn professionele carrière dat iemand me wees op mijn werkelijke verdienste in de geschiedenis. Als ik in 1980 het rondeboek goed had gelezen, dan had artikel 1 van het wedstrijdreglement me de precieze reden van mijn aanwezigheid geopenbaard: ‘Het doel van de Vredeskoers is het gemeenschappelijke streven der volkeren naar een definitieve wereldvrede en daarbij moeten vriendschappelijke betrekkingen tussen staten met verschillende maatschappijvormen worden doorgevoerd.’

Vorig weekend was ik terug in Berlijn. Op de Karl Marx Allee herinnerde ik me hoe de piepjonge Olaf Ludwig namens de DDR de massasprint won. En ik herinnerde me het uitzinnige, met vlaggetjes zwaaiende proletariaat langs de kant.

Het krachtige WiFi-netwerk van mijn hotel aan de Kurfürstendamm tovert zaterdagavond de bevestiging op het laptopscherm dat de Rabobankwielerploeg qua dopingideologie niet roomser was dan de paus, althans niet tot het jaar onzes heren 2007, het jaar van Rasmussen. Ik lees hoe de ploegleiding in de periode die nog het meest weg had van een medische bewapeningswedloop, klem kwam te zitten tussen de ambitie van de bank (lever ons een Tourwinnaar) en haar angst (zonder imagoschade, graag). Het onderzoek van de Volkskrant legt, hoewel niet iedere geïnterviewde met naam en toenaam in de krant wil, en lang niet iedereen het achterste van zijn tong laat zien, een betrouwbaar stuk (doping-) geschiedenis vast.

Zondagmiddag sta ik in de Bernauer Strasse bij de geconserveerde resten van die Schandmauer. Met compassie denk ik aan al Oost-Duitse atleten en atletes die ter meerdere eer en glorie van de heilstaat voor een ideologische kar werden gespannen. Voor de uitverkoren talenten was er geen ontsnappen aan. Pas na de val van de Muur kwamen ze erachter waarom hun lever nog maar voor tien procent werkte, waarom ze zieke kinderen baarden, waarom vrouwen opeens scheerzeep en aftershave nodig hadden. Ja, soms bleek sprake te zijn geweest van experimenten à la Mengele.

En ik denk aan Rabobank (en al die andere sponsors in het vrije westen) die op een bepaald moment in de wielergeschiedenis hun handen schoon dachten te houden door het afkondigen van een papieren nultolerantie.