Een online frustratietje kan grote gevolgen hebben

Wat mag je zeggen over je werk op sociale media? Niet elk bedrijf heeft regels opgesteld. „Bij ons gelden de gewone gedrags- en fatsoensregels.”

Foto’s van feestjes terwijl je eigenlijk ziek thuis zit, scheldpartijen op bazen en collega’s, en gevoelige informatie online zetten: werknemers worden steeds vaker ontslagen wegens uitspraken op sociale media als Facebook en Twitter. Dat zei juridisch dienstverlener Arag deze week in het AD. Exacte cijfers noemde de woordvoerder van Arag niet, wel bleek uit onderzoek dat één op de drie werkgevers zijn personeel volgt op sociale media.

Facebook is een privéaangelegenheid, vinden veel werknemers: een soort kroeggesprek, maar dan online. Maar wat je op sociale media zegt, staat zwart op wit en kan zich razendsnel verspreiden, zegt Charles Huijskens, hoofdauteur van het boek Code Sociale Media. „En het is ook niet meer terug te draaien.” Bedrijven kunnen daar op inspringen door een speciaal reglement voor het gebruik van sociale media op te stellen. Onbekend is hoeveel bedrijven zo’n reglement hebben, maar zeker is wel dat dat aantal groeit.

Voor ambtenaren is een rijksbreed reglement opgesteld: Uitgangspunten online communicatie rijksambtenaren. Daarin staan vier stelregels, die ambtenaren door het grijze gebied van wat wel en niet kan moeten loodsen. Een ambtenaar is een ambassadeur van de overheid, zegt Maarten Hilbrandie, woordvoerder van het ministerie van Defensie. Dat betekent dat ambtenaren wel vrijheid van meningsuiting hebben, maar ook rekening moeten houden met de politieke gevoeligheid van hun uitspraken. Zeker als deze het beleid van ‘hun’ minister betreffen.

Bij Defensie is geheimhouding belangrijk, aldus Hilbrandie. „Iedereen zit immers op internet, dus het is niet slim om op Facebook te zetten dat je morgen Somalische piraten gaat aanvallen.” Logisch, zou je denken. Maar in 2010 werd een Israëlische missie afgeblazen nadat een militair daarover details op Facebook had gezet.

Niet elk bedrijf heeft een apart reglement. Inge van Langelaar laat namens warenhuis V&D weten dat het bedrijf een „algemene en organisatiebrede gedragscode” heeft, voor „zowel in de online als offline wereld”. En ook elektronicabedrijf Philips heeft geen apart socialmediabeleid, volgens woordvoerder Eric Drent. „Wij hebben een standaard protocol over communicatie naar buiten toe. Je moet je altijd bewust zijn van je rol als medewerker van dit bedrijf.” Dus nee, je kunt als medewerker niet op Facebook verkondigen dat je vindt dat Philips zijn klanten afzet.

Philips onderstreept tevens de mogelijkheden van sociale media. Op Twitter komen geregeld berichten voorbij over defecte apparaten, zegt Drent. „Onze medewerkers kunnen die klanten snel en makkelijk van dienst zijn via Twitter.”

Ook de Radboud Universiteit Nijmegen ziet die kansen. Woordvoerder Martijn Gerritsen: „Via sociale media maken onze medewerkers wetenschap publiek en geven ze voorlichting aan studenten.” Pas wel op met wat je zegt uit naam van de universiteit, zegt Gerritsen.

Maar hoe weet je nu wat wel en niet kan? Gerritsen: „We geven workshops aan onze medewerkers over het gebruik van sociale media. Daarnaast ontwikkelen we momenteel een code met daarop de do’s en don’ts.” Verder gelden op de Radboud Universiteit de gewone „gedrags- en fatsoensregels”. Maar juist daar gaat het mis, volgens auteur Charles Huijskens. Want wat zijn nou precies die regels?

Kim Schuurman (22), studente Amerikanistiek aan de Radboud Universiteit, kwam vorig jaar in de problemen door een tweet. Tijdens een gastcollege vroeg zij zich op Twitter af of de leraar er niet eens een einde aan kon breien. Een medewerker van de faculteit zag de tweet en speelde hem door naar Schuurmans docent . Gelukkig liep het met een sisser af voor Schuurman: „Tijdens het volgende college legde de leraar het probleem voor aan de klas, zonder mijn naam te noemen. Toen hebben we er een discussie over gehad.” Toch snapt ze nog steeds niet goed waarom ze in de problemen kwam. „Waarschijnlijk door de woordkeus ‘shut up’. Maar ik zie genoeg studenten die over hun doodsaaie colleges twitteren.” Sinds het incident heeft Schuurman haar berichten afgeschermd.

Een negatieve tweet is inderdaad zo geplaatst, zegt Charles Huijskens. „Sociale media hebben een zeer lage drempel. Het is zo makkelijk om zonder nadenken een berichtje de wereld in te sturen.” De gevolgen, waaronder mogelijk ontslag, zijn echter groot.

Toch zijn er nog steeds bedrijven die helemaal geen regels hebben voor het gebruik van sociale media, ook niet in de algemene gedragscode. Energiebedrijf BP is daar een voorbeeld van. Jacoline Poldervaart, manager external affairs bij BP: „We hebben nog geen problemen gehad met uitspraken van medewerkers op sociale media, maar we zien wel dat het privégebruik van Facebook en Twitter snel toeneemt.” En wegens problemen bij andere bedrijven, zoals recentelijk bij winkelketen Blokker, gaat BP nu toch een reglement opstellen.

Bij NRC Media is één ding niet toegestaan: het bekendmaken van interne aangelegenheden, zoals e-mails, notulen en verslagen. Het online zetten van zogeheten operationele informatie, zoals de zoektocht naar bronnen voor een scoop, is onverstandig. Voor persoonlijke meningen is geen duidelijke richtlijn, behalve: „Wees je bewust van risico’s en valkuilen op sociale media”.

Dat klinkt vaag, want hoe weet je nou of je Facebookpost schadelijk is? Daar heeft de Rijksoverheid een heel simpele oplossing voor. Vraag je af of je „je collega’s nog recht in de ogen kunt kijken”, „goedkeuring zou krijgen van je baas” en „je op je gemak zou voelen als jouw bijdrage de volgende dag in de krant zou staan”.