Een bus vrouwen klinkt vreugdevol

Als je met een touringcar naar de Libelle Zomerweek gaat, kun je meer mee terug nemen. Zulke zomerevenementen zijn de redding geweest van de autobusbranche. Uit het hele land trekken mensen ’s zomers naar ‘events’ in de Randstad. Vooral vrouwen – zussen, vriendinnen onder elkaar. Geen mannen, die gaan alleen naar voetbal.

Zussen is een werkwoord. En waar kun je beter ‘zussen’ dan in de bus op weg naar een dagje Libelle Zomerweek. In duo’s staan vrouwen van middelbare leeftijd ’s ochtends vroeg al te kletsen op de stoep in Oss. Ze wachten op de touringcar die hen naar Almere zal brengen.

De duo’s – zussen maar ook ‘beste vriendinnen’ – zijn ruim op tijd en op alles voorbereid. Truus Reijners toont haar handtas: twee broodpakketten in aluminiumfolie, pleisters, paracetamol, een vouwparaplu en het belangrijkste: een goedgevulde portemonnee. Ze gaat ook elk jaar naar de Huishoudbeurs, de 50-plusbeurs en de Margriet Winterfair. En altijd met de bus, „dan kan ik meer spullen mee terug nemen”.

Als de bus van Oad Reizen arriveert, voegt het gezelschap zich bij de tientallen vrouwen die al eerder zijn opgestapt in Uden en Boxmeer. Nu nog even langs opstapplaats Den Bosch en dan hup, de A2 op richting het Almeerderstrand. Daar vindt tot en met zondag de zestiende editie van de Libelle Zomerweek plaats, een ‘3D-versie’ van het vrouwenblad. 80.000 bezoekers, honderden shopping stands, een metamorfose van Rob Peetoom en een podium met optredens van Wibi en Lange Frans.

Het zijn zulke massa-evenementen die de touringcarbranche nog niet zo lang geleden uit de dip hielpen. Was de tourbus tot de jaren zestig de standaard voor hele gezinnen, met de opkomst van de auto en de caravan kregen veel busbedrijven het moeilijk. Vliegen werd bereikbaar voor iedereen en de individualisering bracht de branche nog verder in verlegenheid: niemand wilde meer reizen in een groep.

Datzelfde individualisme, of liever gezegd de afkeer ervan, zette de busbranche de laatste jaren ook weer op de kaart. Met de toenemende behoefte aan gemeenschappelijke ervaringen groeide ook de evenementenindustrie tot jaarlijks 3.500 ‘events’ met 5.000 bezoekers of meer. Veel ervan vinden plaats in de Randstad dus kreeg vooral de rest van Nederland behoefte aan touringcarvervoer. En omdat de meeste events in mei en juni zijn – als het weer goed is en nog niemand op vakantie is – zijn dit de maanden dat de busbranche glorieert.

Op de snelweg neemt het geluidsniveau in de bus toe. Buschauffeur Lenka Tielen – zeventien jaar ervaring – merkt het wel vaker: na al die opstapplaatsen brengt het gevoel ‘op weg’ te zijn iets euforisch teweeg. Ze houdt van het gekwebbel achter haar, het rijdt prettig. En dan liever het geluid van vrouwen dan van mannen. Dat van vrouwen klinkt levendiger, meer vreugdevol. Een bus vol mannen klinkt laag en monotoon. Als ze al praten.

Niet dat Tielen vaak mannen bij evenementen vervoert. Night of the Proms, de Floriade, Borsato. Het lijkt wel alsof alleen vrouwen zich voor massa-evenementen melden. Vriendinnen onder mekaar, lekker ‘beppen’ in de bus. Vrouwen, denkt ze, zijn ondernemender. En ze komen de Kruidvat-aanbiedingen simpelweg eerder tegen. Mannen gaan alleen naar het voetbal.

Ter hoogte van Utrecht neemt de hallelujastemming langzaam toe. Het niveau van vorig jaar heeft ze echter nog niet bereikt. Toen werd op de terugweg gezongen ‘En we gaan nog niet naar huis’, vroeg de buschauffeur wie voor koffiejuffrouw wilde spelen en reed hij driemaal dezelfde rotonde.

Een echte entertainer is Tielen niet. Buitenlandse reizen, daar is ze goed in. Ze is rustig en ervaren, niet de grootste lolbroek. Voor een dagje Zomerweek, met veel kleine groepjes in de bus, is dat ook niet nodig. Bovendien: de Nederlandse vrouwen zijn de moeilijkste niet. Al halen ze het niet bij een bus vol Japanners. „Die hoor je niet, totdat ze iets langs de weg zien, zoals wat bloemen. Dan opeens zie je ze enthousiast juichen en klappen. En als ze zijn uitgestapt, is het alsof ze er nooit zijn geweest. Zo brandschoon.”

Anders is dat met schoolreisjes, waar Tielen zich aan de branding van een zee vol schel kindergeluid bevindt en moet hopen dat de leraar het allemaal in de hand houdt. Eerste instappers rennen direct naar de achterste banken, waar de controle het minst is.

Een bus met Libelle Zomerweekbezoekers vult zich gewoonlijk van voor naar achter. De vrouwen, het merendeel kort gekapt en bebrild met strak (rood) montuur, houden de handtas de hele reis op schoot. Ze pakken er en masse hun notitieblok uit als de chauffeur voor de zekerheid het busnummer voor de terugweg doorbrieft. En allemaal hebben ze makkelijk schoeisel aan. Ze weten: hakken loopt niet lekker straks op de houten vlonders.

De zussen Franka en Nelly hebben voor de zekerheid ook een mondharmonica meegenomen, „want je weet maar nooit”. Het tweetal bezoekt de Zomerweek echt wegens de koopjes en om ideeën op te doen. Franka: „Dan heb je op tv al een nieuw product van Knorr gezien en kun je het hier uitproberen.” Nelly: „Thuis zijn wij altijd degenen die moeten letten op de uitgaven. Nu kunnen we lekker los op de prullaria.”

‘Een dagje vrij van de kinderen’, ‘lekker onder mekaar’, ook dat zijn alibi’s voor een bezoek aan de Zomerweek. Maar ook Monique en Chretienne, eveneens zussen, gaan vooral voor de sjaaltjes wegens hun ‘sjaaltjes-tik’. Ze weten nu al: zeker drie tassen vol aanbiedingen en proefmonsters zullen ze per persoon mee terug nemen. Geen laadruim nee, alles blijft op schoot. „Even naneuzen.”

Waar de concertbezoeker na afloop uitgeteld in de stoelen van de bus hangt, zal de terugreis voor veel Zomerweekbezoekers pas het begin zijn. Franka: „Overal in de bus zul je straks horen: Wat heb jij gekocht? Wat heb jij gekocht?”

En wat hebben ze vorig jaar gelachen zeg. Trok er iemand en plein public zomaar bijna een roze stretchonderbroek kapot. „Keigezellig.” Truus: „En daarna lekker samen naar de Chinees.”

En de mannen dan?

Monique: „Ik heb een pak vissticks voor ’m achtergelaten.” Franka: „Nasi met saté. Hoeft-ie alleen maar op te warmen.” Nelly: „De mijne kan zelf koken. Al wilde hij laatst wel het vlees koken in plaats van bakken. Stond er dus een flinke laag water in de pan.”

Aangekomen bij het Almeerderstrand neemt het geluidsniveau in de bus plots af en kijkt het gezelschap naar de lange sliert vrouwen – een enkeling met boodschappentrolley – op weg naar de ingang.

Wat de passagiers straks als eerste zullen bezoeken? Franka en Nelly in koor: „De wc.”