De Maximonsters stootten hun vreselijk gebrul uit en knarsten met hun vreselijke tanden en rolden met hun vreselijke ogen en lieten hun vreselijke klauwen zien. Maar Max stapte in zijn eigen bootje en wuifde naar hen en zeilde terug, wel een jaar lang, week in, week uit, en een hele dag door en de nacht in van zijn eigen kamer waar hij zijn avondeten vond en het was nog warm. Uit: Max en de Maximonsters