De kernlobby hoopt op een zweterige zomer

Er is geen nieuw tijdperk in Japan begonnen nu het sinds een paar dagen geheel zonder kerncentrales functioneert. Premier Noda weet immers ook niet hoe het verder moet.

V oor het eerst in vier decennia stelt Japan het zonder kernenergie, nu afgelopen weekeinde de laatste nog werkende kerncentrale op het noordelijk eiland Hokkaido is stilgelegd voor langdurig onderhoud.

Het is hoogst onzeker of deze centrale, en de andere die al eerder zijn stilgelegd, ooit opnieuw zullen worden gestart, want sinds de ramp met de kerncentrale Fukushima Dai’ichi vorig jaar is het enthousiasme van veel Japanners voor kernenergie sterk bekoeld.

Was voor de ramp in de vorig jaar nog ruwweg tweederde van de bevolking voor kernenergie, na de tsunami was dat gereduceerd tot een derde. Velen voelen zich bedrogen door de regering, die hun altijd had verzekerd dat de Japanse centrales volkomen veilig waren.

Maar de 54 kernreactoren waren goed voor 30 procent van de elektriciteitsvoorziening en hoe vangt Japan dat tekort op? Het invoeren van meer olie en gas is kostbaar.

Het land kampt bovendien nog met andere gevolgen van de tsunami. De kosten van de herbouw van de getroffen regio Tohoku worden geraamd op zo’n 238 miljard dollar. En met een staatsschuld die al 2,29 keer het eigen nationaal product bedraagt (in Nederland is dat cijfer 0,66), is dat een zware extra last.

Premier Yoshihiko Noda, zelf oud-minister van Financiën, beseft heel goed dat Japan dringend maatregelen moet nemen. Maar hij weet ook dat het zowel de politici als de burgers grote moeite kost dit onder ogen te zien. „Het grootste probleem in de Japanse politiek gedurende de laatste twee decennia is dat we steeds hebben uitgesteld wat moest worden gedaan”, verklaarde hij vorige maand. „We zijn op het punt aangeland waarop we moeilijke beslissingen moeten nemen.”

Een van de gevoeligste punten vormt de kernenergie. De regering heeft altijd veel geïnvesteerd in moderne kernreactoren. Tot vorig jaar was het voornemen om 50 procent van de elektriciteit te halen uit kernenergie. Al heeft ze het niet met zoveel woorden gezegd, de regering zou het liefste doorgaan met kernenergie. Maar tegenstanders werpen tegen dat de veiligheid onvoldoende is gewaarborgd.

Stilzwijgend hopen de voorstanders van kernenergie dat de Japanners hierover anders gaan denken wanneer ze komende zomer zwetend in kantoren zitten zonder air-conditioning, zoals ook vorig jaar noodgedwongen al op grote schaal gebeurde.

Om de financiële nood te lenigen heeft Noda, die pas zeven maanden aan het bewind is, voorgesteld de BTW te verdubbelen tot 10 procent. Naar Europese maatstaven nog altijd een bescheiden niveau maar Japanners denken daar anders over. Ook in het parlement bestaat er veel weerstand tegen deze maatregel.

Het is ook twijfelachtig of Noda erin zal slagen deze verhoging er door te krijgen. Onprettig nieuws voor de premier was vorige week bovendien dat Ichiro Ozawa, een zeer invloedrijke figuur in de Democratische Partij van Japan (DPJ), werd vrijgesproken van malversaties met land. Ozawa heeft al laten weten dat hij fel tegen de voorgestelde belastingverhoging is.

Onheilspellend voor Noda is ook dat hij weinig weerklank vindt bij de bevolking. Volgens opiniepeilingen keurt slechts 30 procent van de Japanners het beleid van zijn regering goed.

Zo ziet het er steeds meer naar uit dat Noda in het voetspoor treedt van zijn talrijke recente voorgangers. Van de laatste zes wist er maar één iets langer dan een jaar aan te blijven. Ook zij beloofden hervormingen maar geen van hen slaagde erin de daad bij het woord te voegen.

Het bevestigt het beeld van een land dat al jaren niet bij machte is zich uit een negatieve spiraal van steeds hogere schulden en ingezakte economische groei omhoog te trekken. De snel voortschrijdende vergrijzing draagt intussen het zijne bij tot de malaise.