De Bovenbazen

‘Een heer woont, waar hij het mooi vindt!’ riep heer Ollie ontstemd. ‘En ik vind Bommelstein mooi! Zeg dat maar tegen die aws, als u begrijpt, wie ik bedoel.’

De heer Steinhacker, die zich wat op de achtergrond gehouden had, haalde wrevelig de schouders op en stapte weg. Zodoende trok hij voor de eerste keer heer Bommels aandacht.

‘Wie is dat?’ vroeg hij.

‘Dat is aws,’ sprak de secretaris eerbiedig. ‘Ik moet gaan. Tot ziens, meneer!’

Hij lichtte de hoed en volgde met afgemeten schreden zijn werkgever, die reeds om een bocht verdwenen was.

‘Dit is toch sterk!’ prevelde heer Bommel. ‘Waar moet het heen met de wereld, vraag ik me af? De eerste de beste lummel staat daar aan de kant van de weg mijn huis af te kammen. Eh... wat bedoelde hij eigenlijk, jonge vriend?’

‘Ik weet het niet,’ zei Tom Poes. ‘Die aws vindt zeker dat u in een fris, modern huis moet wonen. Zeker een aannemer of een makelaar.’

Heer Ollie stak een pijp op en sloeg uit zijn humeur de weg naar huis in. ‘Voor mij is de pret van de wandeling af,’ mompelde hij. ‘Ik denk dat ik maar even naar de bank ga, voor zaken. Als je wilt kan je meegaan. Maar wie is aws eigenlijk?’ Hij opende de garage en startte de Oude Schicht met een frons op het gelaat.

‘Dat weet ik niet,’ zei Tom Poes, die naast hem instapte. ‘Wat gaat u voor zaken doen? Ik dacht dat u daar niets meer mee te maken wilde hebben.’