Burgeroorlog als kluchtig sprookje

Et maintenant on va où? Regie: Nadine Labaki. Met: Nadine Labaki, Layla Hakim, Yvonne Maalouf, Antoinette Noufaily. In: 8 bioscopen.

Een moskee en een kerk staan gebroederlijk bij elkaar in een stoffig dorpje. Christenen en moslims komen graag samen in het café van Amale, een christelijke weduwe die heimelijk blikken wisselt met de islamitische man die haar interieur schildert en vol verlangen terugkijkt. Hoewel Et maintenant on va où? (‘Waar gaan we nu heen?’) niet expliciet maakt waar de handeling zich afspeelt, is het duidelijk dat het Libanon is, het door sektarisch geweld verscheurde land waar regisseur Nadine Labaki (Caramel, 2007) vandaan komt. Het dorpje wordt omgeven door landmijnen en in de openingsscène lopen weduwen naar de begraafplaats waar hun echtgenoten liggen – slachtoffers van de burgeroorlog. Wat begint als een gedragen scène verandert langzaam in een choreografie als de vrouwen bijna dansend op de graven afgaan. Labaki ziet haar film dan ook als een sprookje, als een wensdroom die toont hoe het had kunnen zijn in een wereld waarin religies vreedzaam samenleven.

De vrouwen van het dorp zorgen ervoor dat de mannen niet de wapens tegen elkaar opnemen. De fragiele vrede tussen de religies kan namelijk door het minste of geringste worden verstoord. Dus is het zaak ze af te leiden. Eerst met een televisie die op het dorpsplein voor vermaak moet zorgen, maar als die per ongeluk op een nieuwskanaal komt te staan, is grover geschut vereist. Een groepje Russische stripteasedanseressen naar het dorp halen brengt uitkomst. Ondertussen ontvreemden de vrouwen de wapens van hun mannen en begraven die.

Het is niet zozeer het onvervalste optimisme van deze feelgood-boodschap die zo stoort aan de film, maar vooral de ongemakkelijke mengeling van behoorlijk kluchtige scènes met serieus drama. Het ene moment wordt er een vrolijk liedje gezongen, het andere moment hartverscheurend gehuild. Dat zorgt voor een constante wisseling van toon die moeizaam bij elkaar wordt gehouden door de overkoepelende, tikje naïeve politieke visie van regisseur Labaki.