Bezuinigingen slaan al toe in theaters

Podiumkunstinstellingen moeten nu al voorstellingen schrappen en bezuinigen. Ze mogen van staatssecretaris Zijlstra van Cultuur niet meer aan hun reserves komen.

Nog voor de grote bezuinigingsronde volgend jaar ingaat, moeten veel podiuminstellingen al dit jaar bezuinigen op hun uitgaven. Ze mogen niet meer aan de reserves komen die ze de afgelopen jaren hebben opgebouwd.

Zo schrapt het Noord Nederlands Toneel een voorstelling in het najaar in zijn eigen theater De Machinefabriek in Groningen. Het Huis en Festival aan de Werf in Utrecht zal geen eigen voorstelling meer produceren in de tweede helft van dit jaar. Jeugddansgezelschap Meekers uit Rotterdam beknibbelt onder meer op het aantal dansers, het decor en het licht bij zijn laatste voorstelling in 2012.

En zo zijn er nog meer instellingen in problemen gekomen met hun begroting doordat staatssecretaris Halbe Zijlstra (Cultuur, VVD) in november ze dringend aanraadde hun reserves te bevriezen. Die spaarpotjes hebben ze in opdracht van het ministerie opgebouwd. Als instellingen aan het eind van het jaar geld overhouden, moeten ze een door het ministerie vastgesteld deel daarvan opzijleggen in een zogenoemd Bestemmingsfonds OCW. Dat geld hadden ze bedoeld om in latere jaren van de subsidieperiode uit te geven aan producties en andere activiteiten.

Zijlstra wil juist dat ze dat geld vasthouden om het zonodig in 2013 te gebruiken voor het dekken van de kosten die ze moeten maken als ze geen of veel minder subsidie krijgen. Instellingen zullen arbeidskrachten moeten ontslaan, huurcontracten moeten opzeggen en andere kosten moeten maken om hun activiteiten af te bouwen. Frictiekosten heten deze kosten in ambtelijk taalgebruik.

De Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) stuurde vorige maand samen met Kunsten ’92 een brandbrief aan Zijlstra met het verzoek de bevriezing op te heffen. „Bij elkaar hebben wij wel zo’n achttien reacties gehad van instellingen die problemen ondervinden”, zegt beleidsmedewerker Iris Daalder van de NAPK. „Hun bedrijfsvoering wordt gefrustreerd, juist op een moment dat ze zich moeten voorbereiden op een toekomst met minder of geen subsidie.”

Het lijkt met enkele tienduizenden tot een paar ton euro’s te gaan om kleine bedragen. Maar voor podiuminstellingen tikken die zwaar aan. Ze zijn verontwaardigd. „De overheid is een onbetrouwbare partner, die steeds de regels verandert. Dat maakt het voor ons heel moeilijk om te ondernemen”, zegt Siart Smit, zakelijk leider van het Friese toneelgezelschap Tryater.

Tryater had in 2009 veel opbrengsten uit de grote voorstelling De Elfstedentocht, waarvoor het in 2008 hoge kosten had gemaakt. Dat geld moest van het ministerie in de bestemmingsreserve gestoken worden en mocht niet gebruikt worden om het negatieve eigen vermogen aan te zuiveren dat in 2008 was ontstaan. Smit: „Nu kunnen we dat geld wéér niet aanspreken voor de productie van voorstellingen die we hebben gepland voor het komende seizoen.”

Het Noord Nederlands Toneel heeft als begrotingsbeleid dat het de eerste twee jaren van een subsidieperiode zuinig is in zijn uitgaven om in de tweede helft van de periode het overgebleven geld te investeren in meer en duurdere voorstellingen. „We kregen rijkelijk laat, in november 2011, die brief van het ministerie”, zegt Arie Wink, zakelijk leider van het NNT. „Onze voorstellingen voor 2012 had ik toen allang verkocht aan de schouwburgen. Daarvoor hadden we 150.000 euro extra begroot. De contracten met acteurs waren getekend, de decors ontworpen. Dan kun je alleen nog maar bezuinigen. Mijn productieleider heb ik opdracht gegeven met de kaasschaaf te bezuinigen, vacatures worden even niet ingevuld en we zetten ons Kerstcircus van vorig jaar nog een keer op het programma.”

Andere instellingen, die al weten dat ze vanaf volgend jaar geen of veel minder subsidie van het ministerie krijgen, wilden geld uit de reserves gebruiken om hun doorstart mogelijk te maken. Het Huis en Festival aan de Werf splitst zich in twee organisaties. Het productiehuis, dat geen subsidie meer krijgt, wil zijn gebouw en faciliteiten aanbieden aan podiumkunstinstellingen die zelf voor hun financiering moeten zorgen. Het Festival aan de Werf wil samengaan met het festival voor moderne dans Springdance en heeft een aanvraag ingediend voor een subsidie van het Fonds Podiumkunsten.

„Voor die reorganisatie en de doorstart hebben wij alle beschikbare middelen nodig als beginkapitaal”, zegt zakelijk leider Cobie de Vos. „Het verhaal wordt heel anders als nu van ons een pot voor die frictiekosten wordt verwacht en dat geld teruggaat naar het ministerie. Zo wordt goed ondernemerschap aan het begin van de kunstenplanperiode nu afgestraft.”

Ook bij jeugddansgezelschap Meekers, dat wil samengaan met de jeugdgezelschappen Max en Siberia, wringt dat „subsidiegeld dat ooit bestemd was voor artistieke doeleinden, nu niet meer naar de producties mag. Het is raar als het ministerie zo gaat ingrijpen in je bedrijfsvoering en alles op slot zet. En het kleine buffertje dat we hadden, is ineens weg”, zegt zakelijk leider Sanne Hilhorst.

Bij het ministerie begrijpen ze de klachten niet zo. „De reserves zijn juist bedoeld om tegenvallers – zoals een sterke vermindering of het stopzetten van de subsidie – op te kunnen vangen”, laat een woordvoerder weten. Grote instellingen hebben volgens hem eind 2010 en alle anderen in maart 2011 een brief van de staatssecretaris gekregen dat ze voorzichtig moeten zijn met het aangaan van verplichtingen die ze niet meer kunnen nakomen.

Wink van het NNT hoopt dat het ministerie de bevroren reserve aan het eind van het jaar niet afroomt voor een algemene pot waaruit de frictiekosten voor alle gezelschappen kunnen worden betaald, maar dat de gezelschappen het geld mee mogen nemen naar de volgende kunstenplanperiode. „Dan slaat het nadeel toch nog om in een voordeel.”

De staatssecretaris zal binnenkort op de brief van de NAPK reageren.