Beter rendement, laag risico: pas op met wonderbeleggers

Toezichthouder AFM waarschuwt voor aanbieders van beleggingen in buitenlandse valuta. De Belg Charles van Renynghe de Voxvrie is zo’n aanbieder. Wie is deze ‘valuta-goeroe’ en waarom wordt hij door de AFM onderzocht? Portret van een Belgische ‘wonderbelegger’.

Bril, vlassig baardje, een vaal jasje om de schouders – aan zijn onopvallende uiterlijk valt het niet af te lezen, maar de Vlaming Charles van Renynghe de Voxvrie moet over geheimzinnige krachten beschikken. De uitnodiging voor zijn Financial Freedom Seminar op de avond van 28 februari in Den Haag bevatte krasse claims. ‘Betere rendementen’ dan op sparen of beleggen, en dat „met een relatief laag risico”, dankzij: ‘Investeren in Valutahandel, Fysiek Goud/Zilver en/of Uw Huis/Auto als Buffer voor de Toekomst’. Toch waren er uit heel Nederland zo’n veertig nieuwsgierigen op afgekomen. Onder hen opvallend veel zelfstandige ondernemers, bepaald geen naïeve idioten als het over geld gaat; zij vulden het gehuurde zaaltje aan de deftige Parkstraat, om de hoek van het Voorhout, bijna tot de laatste stoel.

Of retorische gaven tot Van Renynghes geheime arsenaal behoren, kwamen zij niet te weten. Nog voordat de valutagoeroe één woord had kunnen zeggen viel een tiental AFM’ers het zaaltje binnen, vergezeld door twee politieagenten, en werd hij afgevoerd voor ondervraging. Daarmee was de betovering niet verbroken. Integendeel: de meeste toehoorders kozen ter plekke partij – tegen de AFM, en vóór hun kennelijke idool. „Stasi-achtig” vonden zij het optreden van de waakhond over de financiële markten. „Ik voel me als een crimineel behandeld”, mopperde een vrouw. „Vrijheidsberoving”, meende een ander.

De AFM verdenkt Van Renynghe van „ernstige overtreding” van de Wet op het Financieel Toezicht en onderzoekt of hij geld van derden heeft belegd, of die daarvan de dupe zijn geworden en hoe de rendementen die hij claimt tot stand zijn gekomen. Van Renynghe moet informatie verschaffen, met name bankgegevens. Dat deed hij onvoldoende, reden voor de AFM hem een maand na het Haagse seminar een dwangsom op te leggen van 15.000 euro per dag met een maximum van drie ton. Van Renynghe is lang niet de enige met wie de AFM zo’n kat-en-muisspel moet aangaan. Vorig jaar deed de waakhond „89 min of meer vergelijkbare onderzoeken”, aldus een woordvoerder. In 43 gevallen leidde dat tot maatregelen: ‘lasten onder dwangsom’, waarschuwingen en ‘normoverdragende brieven’. Eén keer deed de AFM aangifte bij justitie. Afgelopen maandag waarschuwde de toezichthouder het publiek: pas op met beleggen in valuta’s. Het aantal aanbieders groeit; de AFM heeft er nu vijf in onderzoek.

De aanhangers van Van Renynghe laten zich niet hinderen door al teveel feiten. Sommige van hen vertelden in Den Haag na de AFM-inval dat zij vermogen door hem laten beheren, al wilden zij niet zeggen hoeveel. „Ons geld groeit hard, hoor.” Hoe hard weten zij nog niet. „Er wordt gewerkt aan een intranet”, zei een van hen. „Als dat af is, krijgen alle klanten inzage in hun eigen rekening.” Vaststaat dat Van Renynghe niet beschikt over de vereiste vergunningen voor vermogensbeheer. Die heeft hij ook helemaal niet nodig, vindt hij zelf. „Ik beheer geen valutarekeningen voor of namens anderen”, zo stelt hij op 22 maart in een schriftelijke reactie op vragen van deze krant. „Niet eens voor mezelf. Ik beweeg mij niet meer op de financiële markten sinds 2000.”

Dat is lijnrecht in tegenspraak met wat hij zelf aan de AFM vertelde, op de avond dat hij in Den Haag werd ondervraagd. Deze verklaringen staan in de last onder dwangsom, die de AFM half april op zijn site zette. „Wij zijn traders”, zei Van Renynghe toen. „Wij handelen op de forex-markt”, de valutahandel. Met ‘wij’, zo legde hij uit, bedoelde hij Fidelity Finance, een vennootschap in het Zwitserse Zug waarvoor hij „power of attorney” heeft en waarvan hij de bankrekening beheert. „Wat wij aanbieden is ‘on margin’ speculeren op deviezen. Sommige consumenten worden jaarlijks, anderen maandelijks uitbetaald. Er wordt geld gestort op de rekening van Fidelity. Ik trade vervolgens met het geld van de consumenten met diverse partijen.”

Tijdens het Haagse ‘onderzoek ter plaatse’ (OTP) vond de AFM schriftelijke bewijzen dat Van Renynghe „digitaal toegang heeft tot diverse bankrekeningen”. Maar als de waakhond de afschriften van die rekeningen opvraagt, houdt Van Renynghe ineens een heel ander verhaal. „Wegens geen te drijven ondernemingen/bedrijven kan ik geen kopieën maken (van) bankafschriften”, mailt hij op 15 maart aan de AFM. Omdat hij sindsdien blijft volhouden over geen enkele zakelijke bankrekening te kunnen beschikken, legt de AFM hem op 29 maart de last op. De hoogte van de dwangsom is mede ingegeven door „de verklaring van Van Renynghe dat consumenten tussen 500.000 en 1.000.000 euro aan hem ter beschikking hebben gesteld”.

Het is de vraag of zij dat geld ooit zullen terugzien. Begin vorig jaar is Van Renynghe in Antwerpen vanwege oplichting, valsheid in geschrift en misbruik van vertrouwen veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf, waarvan vijftien „effectief”, en tweeduizend euro boete. Twee zakenpartners kregen soortgelijke straffen. Geen van drieën ging in hoger beroep. Het ging om een zaak met 44 gedupeerden die in totaal voor 1,8 miljoen euro zijn benadeeld. Het onderzoek nam liefst negen jaar in beslag. In 2002 zat Van Renynghe enkele maanden in voorarrest, en in 2007 vroeg België via een rechtshulpverzoek aan een rechtbank in New York om een strafrechtelijk onderzoek naar beleggingsfraude en witwassen door hem en zijn twee partners. Het rechtshulpverzoek staat op OffshoreAlert.com, een website over financiële fraude. „Een fishing expedition”, zegt Van Renynghe nu. „Geen enkele Amerikaanse agency heeft toen ook maar iets fout gevonden over mijn onwaarschijnlijk fortuin in de USA.”

Zo’n verleden, en tegelijkertijd zulke trouwe fans: wie is Charles van Renynghe de Voxvrie, en hoe opereert hij? Hij is geboren op 2 mei 1960 in Brugge, als telg van een notabele familie die haar wortels heeft in het nabije stadje Poperinge. „Een innemende en sympathieke jongen”, zegt een vooraanstaande ‘Bruggeling’ die Charles tijdens diens jeugdjaren goed heeft gekend. „Niet de eerste van de klas, maar de middelmaat.” Hij huwde „een heel degelijk en knap meisje”. Toch waren zijn ouders ietwat teleurgesteld: „Die dachten dat hij in de hogere stand zou trouwen.”

In weerwil van zijn klinkende naam is Van Renynghe niet van adel. Dat was alleen de grootvader naar wie hij is vernoemd. Charles van Renynghe senior (1900-1982) werd tot ridder geslagen vanwege zijn vele verdiensten voor de Vlaamse cultuur, maar die titel was niet erfelijk. Nochtans geniet ook zijn vader Guy van Renynghe (1926) groot aanzien in Brugge, onder meer als lid van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed, een exclusieve broederschap die stamt uit 1400. Charles junior trad niet in die illustere voetsporen. Hij behaalde zijn licentiaat politieke en sociale wetenschappen in Leuven en verhuisde met zijn jonge vrouw, van wie hij later scheidde, naar het Antwerpse district Ekeren, waar hij volgens de Brugse zegsman een handel in „electro-apparaten” begon.

Zo’n vijftien jaar later blijkt de onopvallende Bruggeling geëvolueerd tot een opvallend goede netwerker. In 2000 bezoekt een Vlaamse financieel adviseur voor het eerst een financieel seminar van Van Renynghe. „Ik ga nooit af op wie er voor de zaal staat”, zegt de adviseur, die niet met name genoemd wil worden, „maar altijd op wie er in de zaal zitten.” Wat hem opviel was het gehalte van de toehoorders. „Bankiers, advocaten. En niet de minsten in hun vak.” Van Renynghe propageerde daar Home-Lease, een constructie waarop hij patent verkreeg en die hij ook aanprijst in zijn Haagse uitnodiging. Het is een soort sale and lease back voor woonhuizen. „Op papier was het een slimme constructie”, zegt de Vlaamse adviseur. „Bovendien is sale and lease back heel gangbaar. Veel grote bedrijven leven ervan.”

De adviseur beval Home-Lease aan bij diverse klanten, onder wie de Nederlander Wim van Wouw, een gelouterde Maastrichtse ondernemer. Ondanks hun ervaring leden de twee een forse strop (zie de inzet bij dit verhaal). Het was Van Wouw die met een klacht de Belgische strafzaak in gang zette, en die ook deze krant op de zaak attendeerde. „Toen ik las over de aanhouding door de AFM dacht ik: nu moet ik iets doen, anders maakt hij nog meer slachtoffers.” Het ontgaat beide mannen waarom het onderzoek negen jaar moest duren, en waarom het vonnis zo mild uitviel. „België is geen rechtsstaat”, concludeert Van Wouw. „Van Renynghe heeft talloze gezinnen voor jaren diepe financiële en emotionele ellende bezorgd”, zegt zijn adviseur.

De vrouw die zich in Den Haag „crimineel behandeld” voelde door de AFM blijft onverminderd geloven in zijn gaven. „In elf jaar heeft hij nog niet één keer verlies geleden. Gemiddeld maakt hij 40 procent per maand.” Zij helpt hem met zijn seminars, en neemt dan soms een zelf bereid maaltje voor hem mee. „Hij werkt zo hard dat hij vaak vergeet om goed te eten.” Volgens haar doet hij niet aan beleggen, maar aan speculeren. „En daar gaat de AFM niet over.” Klanten van de grote banken hebben de afgelopen jaren tonnen verloren. „Laat de AFM daar eens achter aangaan.”

Vroeg ingrijpen, zoals in Den Haag, zet kwaad bloed en kan leiden tot onnodige reputatieschade voor de verdachte. Te lang wachten kan beleggers grote verliezen opleveren – en dan heeft de AFM het natuurlijk gedaan. Voor justitie en toezichthouders blijft de omgang met ‘wonderbeleggers’ een heikel dilemma.

Namen maakt toezichthouder AFM nooit bekend zolang niet vaststaat dat de wet is overtreden. Dankzij de Vereniging voor Effectenbezitters kon NRC Handelsblad aan één zo’n onderzoek wel een naam verbinden. Na een tip van een lid stuurde het VEB-maandblad Effect freelance medewerker Joost Ramaer, tevens beleggingscolumnist van deze krant, naar Van Renynghes seminar in Den Haag. Hij was daar getuige van de AFM-inval. „Wij houden altijd onze oren en ogen open”, zegt VEB-directeur Jan Maarten Slagter. „Zodra we een vermoeden hebben van beleggingsfraude geven we dat door aan de AFM. Dat gebeurt een keer of zes à acht per jaar.”