Zaal zwijgt na een toost op de winnaar

A.F. Th. van der Heijden kon het gisteren niet opbrengen om bij de Libris-uitreiking aanwezig te zijn. Maar, sprak zijn uitgever namens hem: „Adri is hier erg blij mee.”

De stilte duurde 104 seconden, zei een oplettende aanwezige later over de rust die zich meester maakte van de eetzaal van het Amstel Hotel in Amsterdam, gisteravond tegen half elf. Een minuut of tien eerder had juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf bekend gemaakt wat al een tijdje nadrukkelijk door de zaal zoemde: dat A.F.Th. van der Heijden de winnaar was van de Libris Literatuurprijs 2012.

Na Dijkgraafs aankondiging toonden de beeldschermen in de zaal een paar flitsen van Van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich in omhelzing, een paar kilometer verderop in Amsterdam-Zuid. Vervolgens sprak Henk Pröpper namens Van der Heijden een dankwoord uit. Daarbij kostte het hem zichtbaar moeite om tot de laatste zin te komen, waarin Van der Heijden zijn overleden zoon aanriep: „En jij daar, Tonio, ik had liever geen requiem voor je gemaakt. Maar het moest nou eenmaal.”

Die zin hing nog in de zaal op het moment dat eigenlijk het grote geroezemoes had moeten beginnen: de vreugde rond de winnaar, de verontwaardiging bij de andere schrijvers, die met een bos bloemen terug naar huis moesten. Maar voordat iemand iets zei, greep Pröpper zijn glas en bracht hij een toost uit op Van der Heijden en Mirjam Rotenstreich, een toost die uitliep op een gezamenlijk zwijgen.

In die 104 seconden balde zich de hele uitreikingsavond samen, die in veel opzichten leek op eerdere gelegenheden – het eten, de nerveuze schrijvers, de speculaties, de dominante televisie en de drank – maar die uiteindelijk niet draaide om wie er aanwezig waren, maar om wie afwezig was.

Dat was de genomineerde schrijver Van der Heijden, die had laten weten het niet te kunnen opbrengen bij de uitreiking aanwezig te zijn. En via hem ging het om die veel verdere afwezige: zijn bijna twee jaar geleden verongelukte zoon Tonio.

„Adri is hier heel erg blij mee”, zei Henk Pröpper terwijl hij namens zijn auteur de eerste voorzichtige felicitaties in ontvangst nam. „Dit is heel belangrijk voor hem. Ik merkte dat hij de afgelopen tijd toch ook met deze uitreiking bezig was. Geleidelijk aan is Adri zich aan het opmaken voor een terugkeer naar de wereld. Dan betekent het veel als de wereld een handreiking doet in de vorm van zo’n onderscheiding.”

Sinds het overlijden van zijn zoon komt Van der Heijden slechts sporadisch buiten de deur en mijdt hij openbare gelegenheden. Hij volgde de prijsuitreiking thuis via de televisie, samen met zijn vrouw en met Suzanne Holtzer, de hoofdredacteur van De Bezige Bij.

Die hoorden juryvoorzitter Dijkgraaf de winnaar zo aankondigen: „De jury kiest voor een roman die door zijn vitaliteit en ongeëvenaarde veelstemmigheid diepe indruk maakt. Hoe genadeloos dat ook klinkt, er klinkt zelfs hoop in het slotkoor van deze symfonie van de dood.”

Met die uitkomst konden – en moesten – de andere genomineerden uiteindelijk leven. In het juryrapport waren Jan Van Loy (Ik, Hollywood), Miquel Bulnes (Het bloed in onze aderen), Jan van Mersbergen (Naar de overkant van de nacht) en Ivo Victoria (Gelukkig zijn we machteloos) geprezen als leden van een nieuwe generatie avontuurlijke schrijvers. Vooralsnog blijven zij onbekroond, net als Bittere bloemen van veteraan Jeroen Brouwers, dat eerder ook werd genomineerd voor de AKO-prijs en de Gouden Boekenuil. De bekroning van Tonio was hoe dan ook onvermijdelijk, erkende Ivo Victoria: „Als je zelf niets dergelijks hebt meegemaakt, kun je er eigenlijk niets over zeggen.”

Na middernacht vertrokken enkele vertrouwelingen van Van der Heijden naar het huis van de schrijver om de Librisprijs daar samen voor ‘een klein feestje aan de keukentafel’. Tot het daar, veel later, ook weer stil werd.