Wie plakt toch die veertjes op de scharreleieren?

„Wie plakt toch de veertjes op de scharreleieren uit de supermarkt?”, vraagt Annemieke de Koning uit Rotterdam. „Want er is toch geen kip die gelooft dat het toeval is dat er in elk doosje steeds precies één ei zit met een veertje erop?”

We vragen het boer Hugo Bens. Zijn boerderij in Haps (Brabant) heeft – „schrik niet” – 80.000 scharrelkippen die elke dag samen 75.000 eieren leggen. Daar plakt Bens geen veertjes op. „Dat doet de kip.”

Het ei is vochtig als het uit de kip komt, legt Bens uit, dan blijft er weleens iets aan plakken. De boer verwijdert zoveel mogelijk veren. „Maar er glipt wel eens iets tussendoor.”

De eieren worden wekelijks bij de boerderij opgehaald en naar een zogenaamd pakstation gebracht. Daar worden de eieren gesorteerd en verpakt in een doos. Hoe dat precies in zijn werk gaat, weet Paul Buisman van Moba. Het bedrijf maakt eiersorteer- en verpakkingsmachines.

Machines controleren eerst of er geen scheuren in de schaal zitten en of er bijvoorbeeld geen bloed in de eieren zit, legt Buisman uit. Daarnaast worden de eieren gesorteerd op grootte en soms kleur. En of het ei niet al te vuil is.

Het apparaat – de ‘egginspector’ – is volgens Buisman zo ingesteld dat modder en uitwerpselen gezien worden als vuil, maar veren zoveel mogelijk worden goedgekeurd. „Een ei is een natuurlijk product, daar mag best een veertje opzitten. Dat vindt de consument leuk.”

Daarom vind je dus af en toe een veer. Omdat de pakbedrijven af en toe een veer toestaan. In de Verenigde Staten zul je ze echter niet op eieren tegenkomen. Daar worden eieren – verplicht – gewassen voor ze de winkel ingaan. Buisman: „Geborsteld en besproeid met chloride.” Veren zijn er taboe, aldus Buisman.

In Nederland is wassen verboden, omdat je zo het dunne laagje verwijdert dat bacteriën buiten houdt. Eieren zijn dan veel minder lang houdbaar. Daarom liggen eieren in Amerikaanse supermarkten altijd gekoeld en hoeft dat in Nederland niet.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl