Veel foto's en soms een bom

Voor Nederlandse F-16’s in Afghanistan is fotoverkenning de hoofdtaak. Maar ze mogen nu ook apart de lucht in om troepen in nood bij te staan.

Met plotseling aanzwellend gebulder schieten twee F-16-straaljagers achter elkaar van de startbaan. De steekvlam uit hun staartmotor drijft ze met 250 kilometer per uur het Afghaanse luchtruim in, waar ze al snel niet meer zijn dan grijze stipjes tegen de blauwe lucht.

Elke ochtend en elke middag stijgen van deze militaire basis van de internationale troepenmacht in het noorden van Afghanistan twee Nederlandse gevechtsvliegtuigen op. Zwaar oorlogstuig voor een land dat in Afghanistan niet wil vechten, maar alleen agenten wil opleiden.

„De ervaring heeft geleerd dat het van belang is dat het Nederlandse personeel onder alle omstandigheden over eigen luchtsteun kan beschikken”, schreef het kabinet toen de politietrainingsmissie vorig jaar werd gepresenteerd. Sinds Srebrenica worden Nederlandse militairen geen conflict meer ingestuurd zonder eigen straaljagers. Als Nederlandse grondtroepen in de problemen komen, moeten ze op eigen jachtvliegers kunnen rekenen om hen uit de brand te helpen.

Maar dat is, „gelukkig”, niet de reden waarom er nu twee de lucht ingaan, zegt luitenant-kolonel Geert Ariëns. De ochtenden zijn in principe gewijd aan verkenningen. Ariëns is jachtvlieger en de baas van de zes vliegers en ruim honderd man ondersteuning van de luchtmacht hier in Mazar-i-Sharif.

Niet alleen moeten de vliegtuigen worden onderhouden – wat volgens een recent rapport van de Rekenkamer steeds moeizamer lukt met de verouderde toestellen – ze moeten ook tijdens de operatie worden bijgestaan. Het meeste denkwerk gebeurt niet in de lucht, maar in een gebouwtje met kantoren naast de vliegstrip van de legerbasis.

In de ene kamer, wijst Ariëns, komen de bevelen van het centrale commando binnen. Daar zitten militairen die toetsen of een opdracht in overeenstemming is met de oorlogsregels en het Nederlandse mandaat. In een volgende ruimte zetten planners de route die de F-16 moet vliegen op een soort USB-stick. De piloot hoeft die navigatie alleen maar in het toestel te pluggen. „De rest gaat bijna automatisch”, zegt Ariëns.

In een ander kantoortje aan de smalle gang kijken militairen mee met de beelden die de straaljager onderweg verzamelt. Het voornaamste wat de F-16’s doen, is foto’s maken.

Op een van schermen toont hij twee luchtfoto’s van hetzelfde Afghaanse dorp, gemaakt op verschillende dagen. In grijstinten zijn de huizen en dunne lemen muurtjes nauwkeurig te zien. Zelfs mensen die op straat lopen zijn goed zichtbaar. Maar verschillen tussen twee opnames van een brug zijn, zelfs maximaal ingezoomd, met het blote oog niet een-twee-drie te ontwaren. Speciale software kan de beelden exacter vergelijken door ze ‘over elkaar heen’ te leggen. Het systeem markeert verschillen met een turquoise rand. De kleinste woeling in de aarde kan al duiden op een bermbom. Bij aanwijzingen daarvoor worden de militairen op de grond meteen gealarmeerd.

De specificaties van dit Israëlische systeem, dat Nederland sinds 2009 gebruikt, zijn uiterst geheim. Beelden die de fotoverkenningspod onder het vliegtuig maakt, mogen absoluut niet bij dit artikel worden afgedrukt. Ook is verboden te vermelden hoeveel meer dan honderd keer deze kan inzoomen. „Juist de details geven inzicht in ons optreden en kunnen”, aldus een woordvoerder. Niets in de krant, want de vijand leest mee.

Op een ander voorbeeld dat Ariëns toont, is meer aan de hand dan wat gegraaf rond de weg. Op de luchtfoto’s is duidelijk te zien dat er bij een huis zeilen op de grond liggen. De infraroodkijker heeft bovendien een warmtebron ontdekt. „Een combinatie van zaken die op het maken van IED’s [improvised explosive devices] kunnen duiden”, zegt de overste. Hier zou best wel eens kunstmest gedroogd kunnen worden – een belangrijke grondstof voor de bermbommen.

„Sinds januari hebben we drie van dit soort plekken ontdekt”, zegt Ariëns. Dat lijkt een mooie vangst, maar het is niet aan Nederland om zo’n potentieel bommenfabriekje vervolgens aan te pakken. De informatie kan alleen worden doorgegeven. „Het is wel jammer dat we eigenlijk nooit feedback krijgen van de internationale partners als we zoiets rapporteren. Wij horen niet óf er bommen lagen of gemaakt werden op de plek die wij aanwijzen.”

Ondanks die vrij onzichtbare en ietwat onbevredigende taak, zijn de F-16’s in Afghanistan de laatste tijd geregeld in het nieuws. Want naast routineverkenningen en het verlenen van bijstand aan Nederlandse politietrainers in Kunduz wanneer die zich buiten het kamp begeven, treden de straaljagers ook agressiever op. Eind vorige maand nog werden vijandelijke mortierstellingen uitgeschakeld die Italiaanse militairen bestookten. Sinds de F-16’s in Mazar-i-Sharif gestationeerd zijn, bombardeerden ze drie keer opstandelingen. Ze werden veel vaker ingeschakeld om troepen in nood bij te staan. Meestal lieten de aanvallers zich al afschrikken door laag over hen heen te vliegen of lichtkogels af te vuren.

In Den Haag was vorige maand ophef over de taak van de jachtvliegtuigen. Keer op keer heeft de Tweede Kamer minister Hillen (Defensie, CDA) gevraagd voorzichtig op te treden in Afghanistan, maar bij het laatste debat vroeg Harry van Bommel van oppositiepartij SP de minister juist vaker en flexibeler op te treden. Nederland mocht namelijk alleen militairen van andere landen helpen als de toestellen toch al voor een verkenning in de lucht waren. Niemand in Den Haag kon ontdekken waarom zo’n krap mandaat opgelegd. Daarom mogen de straaljagers sinds vorige maand ook speciaal voor noodoproepen uitrukken.

Is dat de reden dat er sindsdien al twee bombardementen waren? Nee hoor, zegt Ariëns, dat was toeval. „We worden niet de lucht in gestuurd met de opdracht om te bombarderen, maar om te hulp te schieten.”

Als toch zwaar geschut nodig is, kunnen de mannen en vrouwen op kantoor tot hun spijt niet meekijken. In plaats van de fotocamera hangt er dan onder het toestel apparatuur om te mikken.