Troosteloosheid

Het tv-programma De Slag om Nederland zal volgende week de winnaar uitroepen: de lelijkste plek van Nederland. Tien plekken zijn al genomineerd, en gisteren werden de drie locaties bekend die strijden om de eerste plaats: de Brinkmanpassage in Haarlem, Station Zoetermeer en winkelcentrum Stokhorst in Enschede.

Als je de filmpjes van de tien genomineerde plekken bekijkt, valt op dat ‘lelijk’ veelal wordt ingevuld als ‘troosteloos’. En twee fenomenen zijn de grootste oorzaak van troosteloosheid in de openbare ruimte.

1. Sommige stadspleinen zijn als de Renault Twingo: er is over nagedacht, maar je zou graag in de vergaderruimte erbij zijn geweest. Waar mensen hopen op een plein vol terrasjes, ijssalons en een goedlachse straatkrantverkoper, blijven het gure vlaktes waar niemand echt graag wil zijn. Het probleem met zulke plekken is dat elke oplossing direct opgeslorpt wordt door de troosteloosheid van het plein. Iemand oppert bijvoorbeeld ‘stadsgroen’ – waarna de drie plantenbakken die er vervolgens worden neergezet ons er voornamelijk aan herinneren dat stadsgroen een beetje als een stadsduif is: het is wel natuur, maar het benadrukt eerder de omgevallen bakjes patat op straat dan dat het doet denken aan een bos. Of er komt een abstract kunstwerk van baksteen, of een gietijzeren speeltoestel waar meteen de eerste dag een kind van af valt en zijn voortanden breekt – sommige pleinen lijken nou eenmaal geen terrasjes en ijssalons te verdragen.

2. De helft van de nominaties gaat over verlaten plekken. Het zijn lege bouwwerken die een symbool zijn geworden van mislukking: de leegstaande IJsselhallen in Zwolle, het nooit voltooide Scheringamuseum in Opmeer. En ook twee van de kanshebbers op de titel, de Brinkmanpassage en Stokhorst, zijn winkelcentra die er van binnen uitzien alsof de mensheid een paar maanden geleden vakkundig ten onder is gegaan aan SARS. Nu zijn veel winkelcentra hoe dan ook niet de meest lieflijke plekken, maar blijkbaar is een plaats die nutteloosheid uitstraalt pas echt storend.

Toch is er bij de stadspleinen en de leegstaande panden altijd nog de mogelijkheid dat het beter wordt. De buurt rond een stadsplein – en daarmee ook het plein zelf – kan met de jaren levendiger worden, de leegstaande winkelcentra kunnen weer in gebruik worden genomen (terwijl er tot die tijd uiteraard een hele reeks Nederlandse zombiefilms gemaakt wordt met het onheilspellend leegstaande Scheringamuseum als decor). Daarom lijkt het me niet meer dan terecht dat die andere genomineerde wint: het station van Zoetermeer. Terwijl er over de lelijkheid nog wel te twisten valt, is zijn signatuur in ieder geval uitbundig. Er is een koepel van blauw en geel glas, er is met grote letters ZOETERMEER LEISURE STAD te lezen, het is omringd door beton: dit is een plek die zo zal blijven. En die je daarom kan leren liefhebben: kijk die blauw/gele koepel, kijk die letters, wat een prachtig lelijk station hebben we toch. Een plek om je te verlekkeren aan de lelijkheid – een winnaar waar we trots op kunnen zijn.