'Moslim-homo's putten moed uit hun geloof'

Chris Belloni maakte een film over moslim- homo’s. In Nederland wilden ze niet praten. In Marokko trof hij minder angst.

Zijn bureau is leeg. Hij is er vandaag voor het laatst, in zijn kantoor aan de Amsterdamse Vijzelstraat, in het voormalige gebouw van ABN AMRO. De film is af, het geld is op en vanavond vliegt hij met zijn vriend voor een maand naar Argentinië. Die vakantie is niet zo goed getimed, erkent hij. Maar hoe kon hij weten dat de belangstelling voor zijn film I am gay and muslim zo overweldigend zou zijn? De mails stromen binnen, net weer van twee filmfestivals, in Kirgizië en Zürich, van een filmhuis in Gent, een radioprogramma. Zo gaat het al sinds de film eind vorige maand, bij de Roze Filmdagen in Amsterdam, in première ging.

Chris Belloni (31), zoon van een Indische vader en Nederlandse moeder, opgegroeid in Haarlem, is geen activist. Hij is eerder een zoeker, een dromer misschien zelfs – iemand die na het vwo-eindexamen in zijn eentje de bus naar Rome nam en van daaruit, geïnspireerd door jeugdboeken als Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman en Het bedreigde land van Evert Hartman, naar het Midden-Oosten reisde, globaal de oude route van de kruistochten volgend. De islamitische wereld heeft hem altijd getrokken, vertelt hij. „Die cultuur van gastvrijheid en naastenliefde, van compassie met mensen die het minder hebben dan jij, dat vind ik mooi.”

Na thuiskomst ging hij geschiedenis studeren, later politicologie en Europese Studies. Hij had baantjes in de toneelwereld, schreef theaterrecensies, maar ook de politiek trok. Zo was hij een tijdje assistent van Tweede-Kamerlid Fatma Koser Kaya (D66). Tussen de bedrijven door bleef hij reizen. Want áls hij een doel heeft in het leven, dan is het de wereld begrijpen en – als het kan – beter maken.

Het afgelopen jaar bracht hij door in Marokko om daar met homoseksuele moslims te praten, met als doel een educatieve film te maken die, vooral via middelbare scholen, homoseksualiteit bespreekbaar moet maken onder moslims in Nederland.

Uw film liegt er niet om. Homo zijn in Marokko is geen feest.

„En dan hebben de ergste verhalen de film nog niet eens gehaald. In I am gay and muslim worden vijf mannen geportretteerd, maar ik heb er bijna vijftig gesproken. In het begin schrok ik enorm van de verhalen die ik te horen kreeg. De eerste jongen die ik ontmoette, Eytam, had asiel aangevraagd in Amerika omdat hij geen leven had in Marokko. Hij zag er heel vrouwelijk uit en werd voortdurend gepest. Hij woonde in Los Angeles en was daar heel gelukkig. Toen zijn moeder ernstig ziek werd, ging hij terug. Ze knapte op en dat leek hem een goed moment om uit de kast te komen. Maar hij werd in huis opgesloten en zijn familie sprak niet meer met hem.”

Aan het begin van de film vertelt u dat u naar Marokko ging omdat het in Nederland niet lukte homoseksuele moslims aan het praten te krijgen. Waarom niet?

„Die jongens zijn heel, heel erg bang dat hun familie erachter komt dat ze homo zijn. Ze kúnnen niet open zijn over hun homoseksualiteit, want dat betekent dat ze kiezen voor het Westerse leven. Daarmee zouden ze afstand nemen van hun ouders en dat willen ze niet. Familie is ongelofelijk belangrijk in de ‘wij-cultuur’ waarin ze leven.”

Zelfs anoniem wilde niemand zijn verhaal doen?

„Nee. Begin 2011 maakte ik in opdracht van Oxfam Novib een promotiefilmje over het bezoek van de Zuid-Afrikaanse imam Muhsin Hendricks aan Nederland. Hij is openlijk homo en wordt wel de ‘roze imam’ genoemd. Ik heb veel homoseksuele moslimjongeren gesproken toen, maar geen één wilde voor de camera, ook niet onherkenbaar. Meestal accepteren ze zichzelf wel trouwens, anders dan sommige jongens die ik in Marokko ontmoette, maar de angst voor afwijzing door hun familie is groot. Zoals Azar het zegt, een jongen uit mijn film: ‘wij homo’s worden gezien als knoflook: iedereen weet dat het er is en dat het erbij hoort, maar het stinkt’.”

Daar sta je dan met je gastvrijheid, je naastenliefde en je compassie.

„Vergis je niet, ik zie die andere kant ook. Ik zie het leed, ik zie dat mensen vanuit religieuze dogma’s anderen veroordelen en hoe dat tot onderdrukking leidt. Maar tegelijk heb ik gezien hoeveel kracht die jongens halen uit hun liefde voor God. Het overgrote deel van de homo’s die ik sprak in Marokko was diep gelovig. Dat geloof zat hun dwars bij de beleving van hun seksualiteit, maar ze putten er ook moed uit. Afgewezen als ze zich voelen door de samenleving, was God vaak hun enige toevluchtsoord.”

Wat zou er overblijven van dat geloof als ze in vrijheid konden leven?

„Sommigen willen die vrijheid niet eens. Eén van de jongens die ik ontmoette, Omar, een briljante jongen van 18, was aangenomen op een universiteit in Parijs. Op het laatste moment besloot hij in Marokko te blijven. Hij geloofde dat God hem op de proef stelde en hij was bang dat hij in Parijs geen weerstand zou kunnen bieden aan zijn homoseksualiteit. Ik vond het verschrikkelijk, ik had hem wel in een doosje willen doen en meenemen. Aan de andere kant is het voor iemand als ik, die niet gelovig is opgevoed en door Amsterdam struint van feestje naar feestje, ook iets heel fascinerends, die hang naar het goddelijke. Wij zouden denken: ‘Je kiest toch gewoon voor jezelf? Je kiest er toch gewoon voor homo te zijn?’ De liefde die mensen kunnen voelen voor hun God en daarvoor hun identiteit opofferen, dat is iets wat me heeft verbaasd en verrast.”

Uw ontzag voor de islam is niet verdwenen, ondanks alles.

„Integendeel. Wat mensen elkaar aandoen uit onwetendheid en schaamte kun je niet allemaal toeschrijven aan religie. Geert Wilders doet dat wel, hij stelt homoseksualiteit en de islam tegenover elkaar als twee onoverbrugbare werelden. Hoeveel homo’s er op hem hebben gestemd bij de laatste verkiezingen, dat is gewoon eng! Ik begrijp het wel, er is geweld tegen homo’s uit islamitische hoek en dat bagatelliseer ik niet, maar Wilders’ oplossing, islam categorisch afwijzen, is een lege huls.”

Zou u zelf ooit moslim willen worden?

„Dat denk ik niet, maar ik wil me zeker meer in de islam verdiepen. Ik wil graag Arabisch leren om de Koran te kunnen lezen in de oorspronkelijke taal. Ooit heb ik in Egypte een Engelse Koran gekregen van een man met wie ik op straat aan de praat raakte. Het was het exemplaar van zijn vrouw, een Amerikaanse. Het is een vuistdikke pil van zeker anderhalve kilo. Ik heb hem wekenlang in mijn rugzak meegetorst.”

En, wat vond u ervan?

„Ik heb hem nog nooit durven openslaan. Voor moslims is de Koran zoiets heiligs, het moet zo’n onwijs mooi boek zijn, en ik had het gevoel dat ik er nog niet klaar voor was om ’m te lezen. De Koran is geen stripboek tenslotte, en ik was altijd nog te veel met mezelf bezig. Het paste niet. Maar binnenkort gaat dat veranderen, denk ik.”

Meer informatie over de film op www.iamgayandmuslim.com