'Ik dacht: toch zonde als dit niet wordt voorgelezen'

In de veiligheid van zijn huiskamer won A.F.Th. van der Heijden de Librisprijs. In gedachten zagen de schrijver en zijn vrouw hun zoon weer door de kamer huppelen.

Vannacht schrok A.F.Th. van der Heijden wakker. „Ik zat rechtop op de bank met een glas wodka naast me. Mijn eerste gedachte was niet aan de prijs, maar: wat doe ik op maandagavond met een glas wodka op de bank? Op maandag drink ik nooit. Pas daarna dacht ik weer aan de Librisprijs.”

Hoe anders was het om voor Tonio genomineerd te zijn?

„Bij eerdere nominaties wilde ik de gedachte aan het mogelijk verwerven van een prijs zo ver mogelijk verdringen. Ditmaal was het anders voor mij. Je staat er voor je eigen boek, maar in het geval van Tonio wilde ik heel graag trots zijn namens hem.”

Wanneer hebben uw vrouw Mirjam Rotenstreich en u besloten om niet naar de uitreiking te gaan?

„Koninginnedag was dit jaar een stralende dag tussen twee donkere dagen. Tonio was altijd verzot op Koninginnedag; hij verkocht er mijn boeken op de vrijmarkt. Dat kwam vorige week heel dichtbij. Toen hebben we elkaar aangekeken en besloten dat het geen goed idee zou zijn om te gaan. Laatst zagen we de foto’s van de uitreiking in 1997, toen Tonio in zijn jongenssmoking mocht aanschuiven bij het dessert. Dat zou zich allemaal aan ons opdringen. Die cameraploegen geven je toch het gevoel dat ze even aan je pijn komen snuffelen.”

Hoe was het thuis?

„De huiskamer is goed en veilig. Dat is de plaats waar we in maart 1997 naar de uitreiking van de Gouden Uil hebben gekeken, met Tonio. Ik won. Hij moest nog negen worden, en vond het zo wonderlijk dat zijn vader zomaar via de televisie een prijs kon krijgen. Tonio maakte dansjes hier door de kamer. En hij troggelde ons geld af voor nieuwe skates – dat kon er wel vanaf, vond hij. Gisteravond zagen we hem in gedachten weer door de kamer huppelen.”

Uiteindelijk stonden die camera’s gisteren toch voor uw neus.

„Ons was kort voor de bekendmaking verteld dat Tonio zou winnen. Toen moesten we een knoop doorhakken over die camera’s, dat is niet slecht verlopen. Al schijnt er ineens een televisielamp op je hoofd. In de beslotenheid van het huis gaat het wel.”

U wist nog niet dat u gewonnen had toen u uw dankwoord schreef?

„Nee, dat heb ik gisterochtend gemaakt. Ik was heel blij dat Henk Pröpper namens mij bij de uitreiking aanwezig zou zijn en wilde hem daar niet met lege handen laten staan. Ik voelde me hoerig toen ik het dankwoordje begon te schrijven, maar gaandeweg raakte ik steeds meer begeesterd en dacht ik: het is toch zonde dat dit niet zou worden voorgelezen.”

Bent u bang dat de Librisprijs u de komende tijd van het werk zal houden?

„Tot nu toe valt het mee. Ik ben volop bezig aan het boek dat zo tragisch stil is komen te liggen door de dood van Tonio. Ik zit daar nu heel diep in. Voor het eind van het jaar komt het zeker af.”