Hoe ga je om met die PVV-erfenis?

CDA-leden kiezen voor het eerst hun lijsttrekker. In het eerste debat ging het gisteren nauwelijks over Geert Wilders.

Politiek redacteur

Rotterdam. Daar wilde hij niet gaan zitten. „Liever niet”. Maar het moest toch van de partijtop. Jan Kees de Jager moest op de eerste rij gaan zitten, pal naast de zes kandidaten die wél leider proberen te worden van het CDA. De Jager: „Zit ik dan wel naast Ruth?” Hij bedoelde Ruth Peetoom, de partijvoorzitter die deze unieke situatie voor het CDA mogelijk maakte. Zes debatten, met zes collega’s van elkaar, die allemaal leider willen worden van een verdeelde partij. Het debat – voor iedereen even wennen – was bij vlagen technisch en abstract. Het ging over „overlastmeldingen”, over „onbetaalde rekeningen die naar de toekomst worden doorgeschoven” en „de risicoregelreflex”. Kandidaten kwamen met hun eigen voorkeursonderwerpen: Henk Bleker, losjes en persoonlijk als altijd, wil een einde aan het gebruik van kernenergie en gelooft niet in een „ecologische crisis”. Het enige spontane applaus kwam na een tirade van onderwijsbestuurder Marcel Wintels die afstand nam van Haagse regelzucht: „We hebben ergens een probleem, de Tweede Kamer steekt zijn vinger op, en plots zijn er weer regels voor iedereen bij. Dat werkt verstikkend.”

Buiten het debat proberen de kandidaten een manier te vinden om om te gaan met het PVV-verleden, op het podium in de Rotterdamse Laurenskers kwam dat maar één keer ter sprake. Kamerlid Van Toorenburg zei dat het „misschien heel populistisch is, maar veel mensen hebben het gehad met Europa. Laten wij het gebeuren dat Geert Wilders als enige realistisch-kritisch is?”

De komende dagen gaan de kandidaten op campagne en kunnen de 61.000 CDA-leden stemmen. Als op 18 mei geen enkele kandidaat minstens de helft van de stemmen heeft gekregen, volgt er een tweede ronde met de twee grootste kanshebbers. Op 1 juni moet de nieuwe lijsttrekker bekend zijn.

Hoe zijn de zes kandidaten uitgezocht? Stuk voor stuk moesten ze afgelopen weekend langs bij de ballotagecommissie die zou wegen of ze zwaar genoeg zouden zijn om deel te nemen aan de leiderschapsverkiezing. Voorzitter Peetoom had aangekondigd dat „onze leden zelf bepalen wie zij als hun nieuwe leider willen”, in de praktijk werd de helft van de twaalf kandidaten te licht bevonden.