Het paringsorganenmuseum

Na het zien van een afbeelding van de imposante ‘penis’ van een vogelvlo besloot Maria Fernanda Cardoso autoriteit te worden op het gebied van dierlijke geslachtsorganen. Geboeid door de ongelofelijke diversiteit en complexiteit aan vormen, meldde ze zich bij het Australian Museum met een ongebruikelijk verzoek. Voor haar nog op te richten eigen museum, het MoCO – Museum of Copulatory Organs (het paringsorganenmuseum) wilde ze de geslachtsorganen van insecten, spinnen en weekdieren in detail bestuderen om ze uiteindelijk na te maken. Cardoso werd echter beschouwd als een maffe, perverse kunstenaar en kreeg geen toegang tot de natuurhistorische collecties. Ze liet het er niet bij zitten. Aan de Universiteit van Sydney startte ze een promotieonderzoek, getiteld ‘The aesthetics of reproductive morphology’, waarbij ze een verband legt tussen vorm, functie, evolutie en esthetiek van geslachtsorganen bij dieren.

De combinatie van kunst en wetenschap opende deuren. In het Australian Museum zat Cardoso weken achter de elektronenmicroscoop. Detailbeelden van de minuscule edele delen van hooiwagens, waterjuffers en pseudoschorpioenen inspireerden haar tot het maken van sterk vergrote natuurgetrouwe replica’s en afdrukken. Het inbreng-orgaan van waterjuffers smeedde ze in brons en de spermapakketjes van pseudoschorpioenen blies ze uit glas. De paringsorganen van hooiwagens beitelde Cardoso tot in de fijnste details met een 3D-printer uit kunsthars. Deze laatste kunstwerken zijn een absoluut hoogtepunt in haar groeiende collectie, en ook voor de wetenschap vernieuwend.

Het werk van Maria Fernanda Cardoso bouwt voort op een lange traditie van het in beeld brengen van de microscopisch kleine geslachtsorganen van insecten en andere geleedpotigen. De driedimensionale vorm van dat lichaamsdeel is vaak het enige kenmerk waarop uiterlijk sterk op elkaar gelijkende soorten onderscheiden kunnen worden. Het in oorspronkelijke vorm terugbrengen van de genitaliën van dode en verdroogde insecten uit museumcollecties werd in 1997 een stap verder geholpen met de uitvinding van de ‘phalloblaster’. Dit is een ingenieus apparaat dat verschrompelde geslachtsorganen tot volle glorie opweekt en opblaast (Journal of Natural History 32: 317-327). De allereerste phalloblaster zou in het MoCO niet mogen ontbreken.

Het Museum of Copulatory Organs (MoCO) opent tijdens de 18de Biënnale van Sydney op 27 juni.