Het midden waarmee je kon praten, dunt uit

De groei van extremistische partijen, spreekbuis van boze kiezers, ontregelt het op redelijkheid en rationaliteit gebouwde EU-bestel.

‘Afgelopen decennia hebben wij Europeanen een enorme denkfout gemaakt. We geloofden blind in de vooruitgang. De ellende van de wereldoorlogen, och, dat kon nooit meer gebeuren. Onze maatschappijen werden steeds beter, de mens was goed en de welvaart zou toenemen. De financiële crisis was de eerste streep door deze rekening: als je de boel laat versloffen kan het kennelijk ook áchteruit gaan, in Europa. De groei van extremistische partijen op links en rechts, in diverse landen, is de tweede streep. Europa is gebouwd op redelijkheid en vooruitgang. Wij in Brussel weten niet wat we aanmoeten met de irrationele krachten die in alle Europese landen naar boven komen.”

Dit is een samenvattinkje van het lange antwoord dat een wat oudere Europees functionaris gaf, toen hem gevraagd werd wat de verkiezingsuitslagen uit Frankrijk, Griekenland en Italië voor Europa betekenen.

Dit antwoord geeft mooi weer hoe groot het Brusselse onvermogen is om met politieke chaos om te gaan. Functionarissen als hij, die moeten onderhandelen met landen over regels die ze met zijn allen hebben afgesproken, kunnen hun werk alleen doen als er een redelijke tegenpartij is. De groei van extremistische of populistische partijen, op links én rechts, is een probleem voor Brussel. Het probleem is niet begrotingsdiscipline of groei. Het probleem is: het onderhandelende midden dunt uit.

1 Wat zijn de afspraken met Griekenland nog waard?

In Brussel beseffen velen dat Europa alle fouten uit het boekje heeft gemaakt bij de aanpak van het Griekse probleem. Er moest te veel te snel worden gesneden, tegen een te hoge prijs voor gewone Grieken. De ‘bully’-toon waarop dat ging, was onverdraaglijk. Eerst liepen buitenlandse investeerders weg, nu brengen Grieken hun geld naar het buitenland. Niets groeit meer in Griekenland, behalve woede, wanhoop en anarchistisch verzet. Pleisters worden van oude wonden getrokken. Net als vijftig jaar geleden schelden Grieken elkaar uit voor ‘fascisten’, ‘communisten’ of ‘anarchisten’. De gematigde, corrupte partijen verdampen bijna. Ze proberen terrein terug te winnen met voorstellen om het leningenpakket van eurolanden en IMF te wijzigen. Hierover is maanden extreem moeizaam onderhandeld.

Maar de vraag is niet alleen waarover je onderhandelt, maar met wie. Er is niet eens een regering in Athene. Vandaar dat de Europese Commissie weinig anders kon doen dan herhalen dat „regeringen afspraken maken voor staten” en dat die „afspraken moeten worden nageleefd”.

2 Vormt Hollande een risico voor de toekomst van de euro?

Frankrijk lijkt goed nieuws voor Brussel. François Hollande lijkt een schappelijker persoon dat zijn grillige, egocentrische voorganger. Hij gelooft in de Europese manier van problemen oplossen, terwijl Sarkozy Europese instellingen juist omzeilde. Maar Brussel vreest de parlementsverkiezingen in juni. Het Front National en het Linkse Front kunnen goed scoren. Zij vinden elkaar, net als de SP en PVV in Nederland, in euroscepsis en sociaal conservatisme. Hollande, man van het midden, kan dit niet negeren.

3 Welke risico’s loopt de eurozone nog meer?

Ook in andere landen wroet de crisis onberekenbare sentimenten los. Allereerst Italië. De oude regeringspartijen van Berlusconi en Bossi kregen klop bij de gemeenteraadsverkiezingen. Premier Monti is het redelijke midden zelve. Maar de proteststem won ook daar: komiek Beppe Grillo verraste vriend en vijand. Wat dat betekent, weet niemand. Ook in Nederland domineren angst en rancune over rede. In Brussel lijken weinigen te geloven dat de PVV beschadigd is door de val van het kabinet. „Iedereen dacht dat Europa maakbaar was”, zei de functionaris. „Dat de rede had gezegevierd. Nu blijkt dat dit niet waar is.”

Caroline de Gruyter