Gefrituurde kip als nieuw statussymbool in Afrika

Veel Afrikaanse economieën groeien als kool. Een nieuwe middenklasse kan zich een levensstijl permitteren die tot voor kort onbereikbaar leek. Voormalig VN-chef Kofi Annan waarschuwt voor te veel optimisme.

Het was zondagmiddag, vanouds het meest slaperige moment van de week in de hoofdstad van Kenia. Toch was Nairobi die middag, enkele maanden terug, een door een smerige smog overgoten, geblokkeerde zee van auto’s. De aanleiding voor de uitzonderlijke files op deze rustdag? Er werd voor het eerst een restaurant van Kentucky Fried Chicken (KFC) geopend. Leden van de opkomende stedelijke middenklasse wilden dat niet missen. In hordes trokken ze naar dit nieuwe wonder van de ontluikende consumptiemaatschappij in Afrika.

Soortgelijke taferelen hadden de laatste maanden plaats in de Ghanese hoofdstad Accra, in Lusaka in Zambia en in de provinciestad Ibadan in Nigeria. Overal lacht kolonel Sanders, de oprichter van Kentucky Fried Chicken, de snel groeiende groep kapitaalkrachtige Afrikanen vanaf immense billboards toe. Graag zijn zij bereid om twee keer zo veel geld neer te leggen voor de gefrituurde stukken kip met het logo van de ‘geitensik’, dan voor om het even welke doorgekookte kip die op elke Afrikaanse straathoek in een onbestemd sausje wordt opgediend.

Afrika is voor KFC de komende jaren de belangrijkste expansiemarkt. „Met de uitbreiding in Afrika profiteren we van een toenemende middenklasse in combinatie met sterk economisch groeipotentieel”, zei manager Bruce Layzell van KFC-eigenaar Yum! Brands onlangs tegenover Zuid-Afrikaanse media. Steeds meer mensen, legde hij uit, hebben een „stabiele baan met een vast salaris” en trekken van het platteland naar de stad. In 2012 zal KFC tientallen nieuwe filialen openen in voorheen moeilijk toegankelijke markten als Angola, Congo en zelfs het in staat van permanente crisis verkerende Zimbabwe.

Ook multinationals als Walmart, Nestlé en Heineken zien Afrika als voorname groeimarkt. Vooralsnog ondervinden ze daar vooral concurrentie van Zuid-Afrikaanse concerns die al eerder diep in het voorheen verloren continent investeerden en nieuwe markten vonden. Het begon met mobiele telefoonbedrijven, die ontdekten dat Afrikanen meer te besteden hadden dan iedereen dacht. Nu 71 procent van de volwassen Nigerianen en 98 procent van de Zuid-Afrikanen een mobieltje op zak draagt, durven detailhandelsbedrijven, financiële instellingen en producenten van luxeproducten verder te kijken.

De cijfers liegen er niet om. Van de tien economieën (met minimaal tien miljoen inwoners) die wereldwijd tot 2015 het snelst groeien, liggen er zeven in Afrika. Van de tien die tussen 2001 en 2011 het snelst groeiden liggen er zes op het Afrikaanse continent. Enkelen daarvan, zoals Tsjaad of Rwanda, komen weliswaar door oorlog en ander onheil van een heel laag beginpunt, maar ook als geheel doet Afrika het gemiddeld goed: het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht dat de economie van Afrika dit jaar met 6 procent groeit – aanzienlijk meer dan in veel westerse landen en ongeveer evenveel als in Azië.

Dat het op veel plaatsen in Afrika beter gaat, is te zien. Afrikaanse steden maken door de groei een metamorfose door. Nieuwe gebouwen schieten overal uit de grond. Niet alleen kantoren en Amerikaans ogende winkelcentra, maar ook op de nieuwe middenklasse gerichte wooncomplexen, waar achter hoge muren en een slagboom vriendelijke eengezinswoningen-met-tuintje worden gebouwd. Leefde de gemiddelde Afrikaan vroeger bij voorkeur omringd door zijn hele familie, tegenwoordig wil hij na een lange werkdag meer privacy en bovenal rust.

De bevolking moderniseert en transformeert, zoals in de jaren zestig in het Westen. Terwijl Kenia al decennialang tot de grootste koffieproducenten van de wereld behoort, kon je een kwart eeuw geleden nog geen behoorlijke kop koffie kopen in Nairobi. Talrijke koffieshops van de keten Java House liggen nu verspreid over de stad en trekken jongeren die een latte macchiato drinken of aan een ijsje likken.

At vroeger het handjevol lunchgebruikers in het stadscentrum een maaltijd maïsmeel, nu is dat voor de toenemende bureaubevolking een veel te zware hap. De hedendaagse kantoorklerk gaat naar zaakjes die broodjes of salades serveren. Of naar de Amerikaanse kippenboer natuurlijk.

Het aantal privé-auto’s lijkt ieder jaar te verdubbelen, tot in de verste uithoeken van de ontwikkelende landen zijn asfaltwegen te vinden en steeds meer luchtvaartmaatschappijen bieden vluchten aan op andere Afrikaanse en binnenlandse bestemmingen. „Vroeger moest je eerst naar Parijs om in Mali of Tsjaad te komen”, vertelt Zeinab, eigenaar van het reisbureau Travel Creations in Nairobi, „nu zijn er directe verbindingen voor de groeiende groep Afrikaanse zakenlui”.

Ieder zichzelf respecterend internationaal advies- of onderzoeksbureau heeft de laatste maanden rapporten gepubliceerd over de investeringsmogelijkheden die met de groeiende Afrikaanse middenklasse samenhangen. Dat begon in 2010 met het veel aangehaalde onderzoek Lions on the Move van de consultants van McKinsey Global Institute: na de Aziatische tijgers is het nu tijd voor Afrikaanse leeuwen. Ernst & Young, Accenture en vele anderen volgden met vergelijkbare analyses. „Afrika is veranderd”, kopte het gerenommeerde internationaal adviesbureau Roland Berger vorige maand nog. „De zakelijke realiteit heeft oude percepties ver achter zich gelaten.”

Afrika is de laatste frontier voor investeringen, een continent dat niet langer genegeerd kan worden, de plek ook voor fusies en overnames, de plek waar private equity-fondsen stevige winsten kunnen maken. Zette The Economist Afrika in 2000 op de cover nog weg als ‘Het hopeloze continent’, afgelopen december verraste het Britse weekblad met een cover onder de kop ‘Africa rising’. Afrika was opeens het ‘hoopvolle continent’ dat een „serieuze kans” heeft „in de voetsporen van Azië te treden”.

In ronkende bewoordingen zette McKinsey uiteen dat in 2008 de collectieve consumentenuitgaven van Afrikanen nog maar op zo’n 860 miljard dollar lagen. In 2020 zou dat naar schatting tot 1,4 biljoen dollar stijgen. Dan ook, schrijven de onderzoekers, hebben 128 miljoen Afrikaanse huishoudens een ‘besteedbaar inkomen’. Dat is het geld dat je overhoudt om te spenderen als de eerste levensbehoeften, zoals voedsel en huisvesting, betaald zijn. Dat gold voor 35 procent van de Afrikanen in 2000 en volgens prognoses van McKinsey voor 52 procent van alle Afrikanen in 2020.

Maar daar valt wel het een en ander op af te dingen. Van die 52 procent behoort zo’n beetje de helft tot wat McKinsey ‘ontluikende consumenten’ noemt, met een totaal huishoudinkomen tussen de 5.000 en 10.000 dollar per jaar. Met andere woorden: 300 tot 600 euro per maand. Dat is voor westerse begrippen nog altijd tamelijk weinig. Wie preciezer naar de juichende cijfers over de opkomende consumerende klasse kijkt, komt in haast ieder rapport bedrogen uit.

De Afrikaanse ontwikkelingsbank (AfDB) kwam begin vorig jaar, tijdens het World Economic Forum in Kaapstad, met een eigen analyse van de „sterk groeiende middenklasse”. In 2010 zou de middenklasse volgens de bank uit zo’n 310 miljoen mensen bestaan, 34 procent van de totale bevolking. In 1980 was dat nog maar 26 procent. Een aanzwellende middenklasse, zegt hoofdeconoom Mthuli Ncube, toont niet alleen dat veel Afrikaanse landen economisch groeien, maar kan ook verband houden met beter bestuur en kan leiden tot vermindering van de armoede, vooral als enigszins bemiddelde Afrikanen ook minder kinderen gaan maken.

Maar in de statistische analyse erkent Ncube dat bij de ‘middenklasse’ een grote groep wordt meegerekend die de bank ‘veranderlijk’ (floating) noemt: zo’n 190 miljoen van die 310 miljoen middenklasse-Afrikanen komen rond van slechts 2 tot 4 dollar per dag en lopen bij laagconjunctuur of andere tegenslag het risico terug te vallen in de nog altijd grootste groep (61 procent) van mensen die rondkomen van minder dan 2 dollar per dag, de door de Wereldbank vastgesteld armoedegrens. Wie 3 dollar per dag verdient, kan zich wellicht eens per jaar zo’n feestmaal van de KFC veroorloven.

„Veel buitenlands geld komt bovendien binnen van de diaspora en van leningen”, vertelt een Keniase bankier bij Barclays. Niet eerder maakten Kenianen in het buitenland zoveel geld over als afgelopen maart: 102 miljoen dollar. „Het gevaar bestaat dat de nieuwe consumentenklasse de buitenlandse valuta opsoupeert, er te weinig overblijft voor ontwikkeling en de inflatie toeneemt. Dat leidt tot zwaardere lasten voor de armen. Er zijn nog heel veel armen in Kenia, daaraan heeft de economische hausse geen einde gemaakt”.

In de snel groeiende (en zoals veel snelle groeiers autocratisch geleide) landen Angola en Equatoriaal Guinee is de export van olie en diamanten de belangrijkste stimulans van de economie. Vooral in die landen heeft een kleine elite fors geprofiteerd, terwijl de meerderheid van de bevolking arm is gebleven.

Voormalig VN-chef Kofi Annan waarschuwde daarom vorig jaar in Kaapstad al dat wat hem betreft het optimisme over Afrika’s snelle ontwikkeling wat overtrokken is. De groei is „laag van kwaliteit”, zei hij bij de jaarlijkse presentatie van een rapport van zijn Africa Progress Panel.

Morgen, bij de nieuwste editie van het World Economic Forum on Africa, deze keer in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, komt Annan met een nieuwe analyse. Opnieuw zal hij waarschuwen voor al te veel Afrika-optimisme. De armoedevermindering en verbetering van basisgezondheid blijft op veel plaatsen nog ver achter bij wat je bij de huidige groei zou kunnen verwachten.

„We zouden willen dat de ontwikkeling de levens van iedereen verbetert”, zei Annan onlangs in The Guardian. Dat is een van de redenen, zei hij, dat de VN de Millenniumontwikkelingsdoelen in 2000 in het leven geroepen hebben, „om ervoor te zorgen dat regeringen in de deals die ze afsluiten rond exploitatie van grondstoffen ook de bevolking helpen”.

Wat overigens niet betekent dat de groei in Afrika alléén te danken is aan grondstoffen, zegt Razia Khan van Standard Chartered in Londen. De „obsessie” met China’s investeringen in de Afrikaanse mijnbouw heeft volgens haar vooral westerse landen blind gemaakt voor wat er werkelijk aan de hand is. „We hebben het over substantiële groei in detailhandel, in technologie, in nijverheid. De meeste Afrikaanse economieën worden steeds diverser.” Hoewel de zakelijke aandacht voor Afrika alles van een hype heeft, denkt Khan dat de groei duurzaam is. „Te lang hebben we Afrika over het hoofd gezien. Er is daar nog zoveel te ontwikkelen.”

Koert Lindijer en Peter Vermaas