Eenmaal op het podium vallen de zenuwen weg

Om de 21ste eeuw aan te kunnen, moeten kinderen creatief zijn. Maar hoe leer je dat? Als je je eigen verhaal mag bedenken en je eigen rol kan kiezen, zegt de actrice.

Het kan spannend zijn om je klas te vertellen wie je bent en wat je later wilt worden. Maar dat geldt vooral als je stil moet zitten op een stoeltje. Het gaat zo veel beter als je net heupwiegend naar het eind van een denkbeeldige catwalk bent gelopen, je armen uitspreidt en dan zegt: „Ik ben Jolijn. Ik ben twaalf jaar. Ik wil modeontwerpster worden, styliste én iets met dieren doen.”

Trots. Dat wil cabaretière Soundos el Ahmadi (30) kinderen uit groep 8 van basisschool De Schutse in Maasland zien uitstralen tijdens haar dramales. Ze staat op haar sokken in de gymzaal. Voor een acteerles met 25 kinderen is de klas haar te krap. „We hebben ruimte nodig. Eens kijken, hoe kunnen we het gezellig maken. Ja zet die banken daar maar neer. Zo is het goed.”

Een kwartier daarvoor heeft de 1,84 meter lange cabaretière zich uit een piepklein autootje gewrongen, haar zonnebril omhoog geschoven, en gezegd: „Pff, het was laat gisteren, denk je dat ze hier koffie hebben?”

Soundos legt de kinderen uit dat ze op school onzeker was. En eenzaam: „Ik werd gepest. Totdat mensen erachter kwamen dat ik grappig was. Toen begonnen ze me aardig te vinden. Maar zelf had ik zoiets van: hé, ik heb je twee jaar niet gesproken, waarom wil je dat dan nu ineens wel?”

Ze heeft haar les bedacht gedurende de autorit van Amsterdam naar Maasland. Ook van de kinderen verwacht ze dat ze voor de vuist weg nieuwe dingen bedenken. „In Goede Tijden Slechte Tijden leren de acteurs alles uit hun hoofd”, zegt ze. „Wij niet. Wij gaan improviseren.”

Soundos el Ahmadi heeft vaker voor de klas gestaan. Vorig jaar kreeg ze van Amsterdam Zuidoost subsidie om op basisscholen lessen te geven.

Nadat alle 25 leerlingen zich op de catwalk hebben voorgesteld, is het tijd voor het televisieprogramma The Voice of Holland. Soundos kiest drie juryleden uit een zee van opgestoken vingers. De jury gaat zitten op een gymzaalbank, met de rug naar het ‘publiek’, net als in het televisieprogramma. De rest van de klas mag bedenken wat voor types het zijn. Marloes (12) moet de kandidaten prijzen. Lamyae (13) moet zich als een diva gedragen en Luc (12) is een kritische nerd. Lachend hijst hij zijn broek op en propt zijn trui erin.

Nadia (11), de eerste deelnemer in de muzikale talentenjacht, is een kop kleiner dan de rest van de klas. Op de catwalk heeft ze zojuist al bekend dat ze actrice wil worden. Of kapster. In haar rol van stoere en overdreven kandidaat komt ze in haar knalroze Adidasjack heupwiegend naar voren. Ze heeft de handen in de zij, haar bos krullen danst op en neer. Wild springen en zwaaiend zingt ze: „Rosanne, ik weet dat er heel veel mannen zijn”, een frase uit een liedje van het Volendamse duo Nick en Simon.

„Nachtegaaltje”, oordeelt Marloes. Luc is het er niet mee eens: „Alle nootjes zaten eronder.” Nadia schudt die kritiek van zich af: „Boeit mij wat.” Twee van de drie juryleden waren immers wel geïnteresseerd.

Soundos komt soms nauwelijks boven het enthousiaste rumoer uit, maar blijft stug complimenten geven. „Wat zaten jullie goed in je rol. Zoals jij Nadia. Je zei eerst ‘ik durf niet’, maar toen bedacht je je: ‘o nee, ik ben heel erg stoer’.”

In een noodtempo stampt Soundos toneelstukjes uit de grond, gebaseerd op ideeën die ze uit de klas verzamelt. Nóg een keer The Voice of Holland. Hangjongeren die ruzie zoeken met een bange politieman. De kinderen reiken ideeën aan, zij wikt en weegt: „Drie kinderen die in een bioscoop naar een enge film zitten te kijken. Ja, dat is leuk. En dan zetten we die oudjes erachter. Ja, oké, de kinderen zijn vervelende tieners die kauwgom kauwend, bellend en rokend de confrontatie zoeken.”

Die vrije aanpak spreekt de kinderen aan. „We spelen wel eens vaker toneel, maar dan bepaalt de juf je rol”, zegt Nienke (12). „Nu mochten we zelf kiezen.”

Kandidaat Puck (12) heeft haar zonnebril met één roze en één groen glas opgehouden. Haar bretels en het kruis van haar spijkerbroek hangen bijna tot op haar knieën. Ze blaast haar onzichtbaar gelakte nagels droog en zingt: „Vandaag is rood de kleur van jouw lippen”, een liedje van Marco Borsato.

De jury is kritisch: „Oma belde of ze haar kleren terug mocht.” „Ik wilde van een flat afspringen toen ik je hoorde.” Kandidaat Puck houdt vol: „Ik ben gewoon een ster.”

Na afloop van de les bekent ze dat de zelfverzekerde houding gespeeld was. De catwalk aan het begin van de les heeft haar wél geholpen. „Daarvoor zat ik echt vol met zenuwen”, zegt Puck. „Ik dacht: wat nu als ik een enorme blunder maak? En toen ik moest gaan zingen, was ik ook zenuwachtig. Maar toen ik eenmaal bezig was, was alles weg. Iedereen doet het, dus je hoeft je nergens voor te schamen.”

Tegen het einde van de les is de klas door het dolle heen. De kinderen willen nog een keer de catwalk op. Ze willen zich nog een keer voorstellen en zeggen wat ze van de les vonden. Dat mag. Als bedankje drommen de kinderen juichend rond Soundos bijeen voor een klassikale knuffel. In het middelpunt kijkt ze verbaasd lachend om zich heen.

Michiel van Nieuwstadt