De spindoctor

In de nabeschouwingen over het eerste CDA-lijsttrekkersdebat ging de aandacht te weinig uit naar iemand die niet meedoet, maar desondanks een zwaar stempel op de einduitslag zal drukken: Jack de Vries, de jolige spindoctor van het CDA.

De Vries is niet zomaar een CDA’er, hij is het CDA zelf: glad, wendbaar, opportunistisch. Veel mooie praatjes over Onze Lieve Heer, maar altijd bereid om de ziel een poosje aan de duivel uit te lenen.

De Vries zou de exclusieve spindoctor van de ‘flamboyante’ kandidaat Henk Bleker zijn, maar gezien het verloop van het debat vermoed ik dat er meer aan de hand is. Het ging niet in alle opzichten goed met Bleker. Zeker, hij had enkele sappige Jack-de-Vries-momenten, volledig aan het pr-bureau uitgedacht: het ideetje om de kernenergie af te schaffen en het declameren van een liedregel van Ede Staal.

Maar op andere momenten faalde Bleker opvallend. Zijn introductiespeech, nota bene, bestond slechts uit enkele gemompelde clichés: „Optimistisch…positief…ontzettend blij…vol gas geven.” De woorden vielen dood, omdat net daarvoor voorzitter Ruth Peetoom het debat had ingeluid. En positiever dan Ruth Peetoom kan nooit iemand zijn. Haar vocabulaire bestaat eigenlijk maar uit één woord („Fantástisch”) en één uitdrukking („We zijn er klaar voor” met als variant „We gaan de klus klaren”).

Bleker viel stil toen hij moest improviseren. Was er iets bijzonders aan hem „dat nog niemand weet”, vroeg de debatleider. Ik huiverde bij voorbaat, maar Bleker kwam gelukkig niet verder dan de mededeling dat hij niet wist welk boek hij het laatst gelezen had.

Hier had hij beter het voorbeeld kunnen volgen van Johan Cruijff. Die antwoordde ooit op zo’n vraag van Mies Bouwman: „Het boek Klop maar op een deur.”

„Maar dat zei je vroeger ook al”, zei Mies. Waarop Cruijff zei: „Ik heb het voor de tweede keer gelezen. Ik vind het een bijzonder goed boek.”

Waarom faalde Bleker op cruciale momenten, terwijl andere kandidaten wél scoorden met pseudospontaniteiten? Mona Keijzer bijvoorbeeld, Purmerendse hoop in bange katholieke dagen, die Bleker de ecologische hoek indreef. En Van Haersma Buma, die een geprepareerd metaforisch betoog over zijn deelname aan de Elfstedentocht hield: „In groepjes aanhaken, anderen uit de wind houden, niet weglopen, maar de klus klaren”. (Met dank aan Ruth Peetoom.)

Mijn verzoek: willen de politici nu even ophouden met al die sportmetaforen waarmee ze hun vastberadenheid trachten te symboliseren? Dus geen wielerkoersen met veel tegenwind meer, geen teamgeesten en geen uitgebalanceerde middenvelden.

Mijn theorie over het CDA-lijsttrekkersdebat is speculatief, maar niet zonder grond. Het kan geen toeval zijn dat meer kandidaten hun Jack-de-Vries-momentje hadden. Wie zegt dat De Vries alléén voor Bleker werkt? Waarom zou hij niet óók Buma en de anderen kunnen adviseren? Als er dubbelspionnen bestaan, kunnen er toch ook dubbelspindoctors zijn?

Jack de Vries heeft alle capaciteiten om een ideale dubbelspindoctor te zijn. Trouw aan iedereen die hem goed betaalt en gunstige vooruitzichten biedt – liefst een nieuw staatssecretariaat. In ruil daarvoor zorgt hij ervoor dat je ’s avonds bij Pauw & Witteman (vanavond Bleker voor de 83ste keer) of De Wereld Draait Door zit, tenzij hij er zelf al zit. Of hij bedenkt een leuke slogan voor je die ook op zijn eigen naam rijmt: Kies Spies.