De geesten zijn gescheiden

Franse kiezers hebben een duimbrede nagel geslagen in de doodskist van het eurosysteem. De Grieken hebben er nog wat spijkers bijgevoegd. De scheiding der geesten in Europa is zichtbaar. Een groep landen rondom Duitsland houdt vast aan sanering van overheidsbudgetten. Mediterraan Europa, aangevoerd door Frankrijk, eist een expansiever overheidsbeleid. Deze breuklijn toont een politiek-culturele en monetaire scheiding. Deze kan niet worden overbrugd door een eenheidsmunt. Het einde van de euro in zijn bestaande vorm is een kwestie van tijd.

De nederlaag van Nicolas Sarkozy is zijn verdiende loon. Hij trad in 2007 aan als gedreven hervormer, maar bleek slechts een karikatuur uit een tekenfilmserie. François Hollande oogt stabieler, maar zijn verkiezingsbeloften brengen hem direct in aanvaring met de kerngroep van fiscaal behoudende landen. Hollande heeft zich geprofileerd als de kandidaat tegen ‘bezuinigingen’ en voor ‘groeibeleid’, met onder meer een verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd naar zestig jaar, zestigduizend ambtenaren meer in het onderwijs, het ongedaan maken van sociale bezuinigingen en een toptarief in de inkomstenbelasting van 75 procent. Als hij dit doet, explodeert de Franse begroting. Frankrijk heeft amper bezuinigd. Sarkozy liet het overheidstekort oplopen van 2,7 procent in 2007 naar 7,5 procent in 2010. In tien jaar is de Franse staatsschuld gestegen van 58 naar 90 procent van het bruto nationaal product. Frankrijk renteniert op krediet.

Hollande staat voor twee pressiegroepen: de markten en Marx. Hij noemt de geldmarkten „mijn vijand zonder gezicht”. Wie wil een ontspoord Frankrijk geld lenen? Een teloorgang van de Franse kredietwaardigheid zou hem moeten matigen. Tegelijk staat Hollande onder druk van ‘marxistisch links’ om zijn beloften uit te voeren. In juni volgen de verkiezingen voor het Franse parlement. Hij heeft de steun nodig van Jean-Luc Mélenchon, leider van de Parti de Gauche en de bewonderaar van Fidel Castro en Hugo Chávez. Als Hollande niet snel levert, kijkt hij alsnog aan tegen een rechtse meerderheid in de Nationale Vergadering van Frankrijk.

De parlementsverkiezingen in Griekenland waren een referendum over het bezuinigingspakket, opgelegd door de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds. De tegenstanders wonnen. Beide coalitiepartijen, de conservatieve Nieuwe Democratie en het socialistische Pasok, werden afgestraft. Een sleutelrol komt in handen van Syriza, een bundeling van radicaal-links, die zelfs groter werd dan Pasok. Syrizaleider Alexis Tsipras wil delen van het ‘afwijzingsfront’ – dat samengeteld bijna 60 procent behaalde – verenigen in een coalitie. De verkiezingen hebben zelfs een fascistische partij in het parlement gebracht. De eurocrisis brengt demonen uit het verleden tot leven. Griekenland wordt onbestuurbaar en onhoudbaar in de eurozone.

De EU reageert voorspelbaar. De Europese Commissie komt met een ‘Groeiplan’. Hierin worden enkele honderden miljarden euro’s uit diverse structuurprogramma’s en van de Europese Investeringsbank in elkaar geknutseld als een Ikeameubel en verheven tot een marshallplan voor infrastructuurprojecten. Dit is een bureaucratische maskerade uit een planeconomie. Spanje mag wellicht zijn begrotingstekort wat laten oplopen, om te „investeren in de infrastructuur”. Dit is merkwaardig. Weinig landen hebben naar verhouding zo veel kilometers autosnelweg en spoorlijn en zo veel vliegvelden als Spanje, maar de werkloosheid bedraagt bijna 25 procent. Het probleem is de rigide Spaanse arbeidsmarkt. Autosnelwegen naar nergens leveren geen groei op.

Hollande bezoekt als president onmiddellijk Berlijn. Bondskanselier Merkel ontvangt hem met militaire eer. Waarschijnlijk vindt ze Hollande wat contactvriendelijker dan zenuwpees Sarkozy. Achter de façade van de Frans-Duitse vriendschap schuilt een keiharde belangenstrijd. Fransen willen leven als God in Frankrijk en de rekening doorsturen naar Berlijn. Hollande wil dat de Europese Centrale Bank (ECB) een stimuleringsbeleid voert via extra kredietverlening, terwijl het euronoodfonds een banklicentie krijgt. De ECB kan dan lenen aan het euronoodfonds. Dit fonds leent vervolgens geld aan Frankrijk en de Franse banken. En Duitsland moet garant staan!

De Duitsers zitten mentaal op een tweesprong. Merkel is bereid heel veel te doen voor behoud van de euro, want Europa bood het verenigde Duitsland politieke aanvaarding, maar ze beseft ook dat de bevolking niet bereid is van Duitsland een pinautomaat te maken voor een Europese transfereconomie. Zo ver reikt de liefde voor Frankrijk niet. Niemand redt uiteindelijk redder Duitsland. Toch probeert de Franse politieke elite Duitsland hiertoe aan te zetten. De Duitsers – en Nederlanders – moeten hun pensioenleeftijd verhogen naar 67, opdat de Fransen deze kunnen verlagen naar zestig! Duitsers draaien overuren. Fransen werken 35 uur per week. Dit is de Franse interpretatie van solidariteit. De euro overleeft deze mentaliteitskloof niet.

De psychologie van Duitsland is een huis met vele kamers die vele historische koerswendingen weerspiegelen. De geschiedenis heeft de Duitse natie feminien gemaakt, iets geduldiger, iets voorzichtiger in haar oordeel en zeker vriendelijker voor haar buren, maar als het draadje knapt, is vorbei ook echt vorbei. De Fransen wilden de euro en maken hem ook kapot.