Chailly weet zijn orkest wild te doen stromen

Klassiek

Gewandhausorchester Leipzig o.l.v. Riccardo Chailly. Gehoord: 7/5 Concertgebouw Amsterdam. ****

Nog elf maanden geduld en dan staat Riccardo Chailly eindelijk weer voor zijn oude Concertgebouworkest. Het publiek werd gisteren alvast herinnerd aan zijn vertrouwde gevoel voor drama: Chailly was met zijn Gewandhausorchester uit Leipzig eenmalig hier als start van een Europese tournee.

Chailly is een doortastend repetitor, zoals bij zijn Concertgebouworkestperiode (1988-2004) al duidelijk was. Geen telfout die aan zijn oor ontsnapt. Ook het Gewandhausorkest profiteert van die discipline en maakt nu een nog zelfverzekerder indruk – imposant door hecht samenspel. Zwakke plekken blijven er ook; de houtblazers vormen nog steeds geen sterrencast.

De diepe klank lijkt – ondanks enkele bezorgde voorspellingen – onder de Italiaanse chef niet wezenlijk van karakter veranderd. Wel weet Chailly aan het orkest een grote wendbaarheid te geven, zoals bleek uit een wild stromende Derde symfonie van Brahms. Vooral de assertief gespeelde hoekdelen waren aantrekkelijk, de aanwijzing ‘con brio’ van het eerste deel nam Chailly ter harte. Brahms’ Akademische Festouvertüre volgde als toegift.

De donkere toon werd al meteen gezet in het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj, dat met een nocturne mismoedig aanvangt vanuit de lage strijkers. De Griekse violist Leonidas Kavakos bewees zich andermaal als meester van de gevoelige inzet, en verhoogde de spanning door deze bedrukte muziek traag, bijna passief te spelen. Door niet meteen het achterste van de tong te tonen, behield hij veel reserves.

Ook bij het woeste Scherzo bleef Kavakos beheerst, om vervolgens zijn grote solocadens bloedstollend op te bouwen vanuit de doodse stilte. In de finale gaf het door Chailly en de paukenist opgezweepte orkest zó aanstekelijk commentaar dat je ze meteen wel alle symfonieën van Sjostakovitsj wilde horen uitvoeren.