Brieven over dodenherdenking

Als we SS’ers gedenken, schaf 4 mei dan maar af

Voor iemand die de oorlog bewust heeft meegemaakt (geboortejaar 1925), riep het artikel van Ewoud Sanders (Opinie, 7 mei) gemengde gevoelens op. Natuurlijk waren veel Wehrmachtsoldaten ook maar gestuurd, maar zij behoorden tot het machtsapparaat van een nietsontziend en misdadig regime dat werd gesteund door het overgrote deel van de ‘gestuurden’ en hun families – nog maar gezwegen van de verschrikkelijke daden van vele dienstplichtigen.

Natuurlijk zijn er omstandigheden aan te wijzen die de eigen verantwoordelijkheid verkleinen. Hiervoor kan begrip bestaan en het kan ertoe bijdragen dat we nieuwe generaties niet vereenzelvigen met vorige, maar de traditie van 4 mei is dat we degenen herdenken uit de Nederlandse gemeenschap die in de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen en vermoord, voorafgaand aan een dag die niet voor niets Bevrijdingsdag heet. De uitbreiding tot naoorlogse slachtoffers – die ook op andere wijze hadden kunnen worden geëerd – heeft deze traditie al aangetast, maar Wehrmachtsoldaten zijn een brug te ver. Schaf de dag dan maar af.

A.L. de Werker

Groningen

Het is onverdraagzaam om herdenking op te dringen

„De toenemende Joodse monopolisering van de dodenherdenking wekt wrevel op, merk ik om mij heen”, schrijft Ewoud Sanders.

Dit is zacht uitgedrukt. Ik voel woede en verbijstering over de rabiate reacties van Joodse organisaties die denken dat ze de rest van Nederland kunnen voorschrijven hoe zij de oorlog moeten herdenken, met zelfs een kort geding als dwangmiddel. Hoe zouden zij inhoud geven aan de viering van Bevrijdingsdag?

Meer nog vraag ik me af waarom de rechter zich überhaupt bevoegd achtte te oordelen over een ceremonie als die in Vorden, die duidelijk werd gedragen door de hele dorpsgemeenschap. De rechtstaat en de democratie zelf zijn hiermee geweld aangedaan. Het pesterig rondvliegen met een banier van onverdraagzaamheid mag blijkbaar weer wel.

Dat er uit Joodse kring amper protest opklinkt tegen deze dwingelandij van een kleine minderheid – Ewoud Sanders is een witte raaf – voorspelt weinig goeds.

M. Kies

Eindhoven

Duitse soldaten maakten de Shoah mede mogelijk

Ewoud Sanders presenteert zich als historicus. Dan zou hij moeten weten dat de massamoord op de Joden niets te maken had met oorlogshandelingen, maar een misdaad was die werd voltrokken naast het militaire bedrijf – hoewel de uitvoering onlosmakelijk ermee was verbonden.

De Shoah kan niet worden weggemoffeld als ‘normale’ oorlogshandeling en verdient blijvende, bijzondere aandacht bij elke dodenherdenking, al is het maar om de naoorlogse generaties eraan te herinneren tot welke misdaden ook ‘beschaafde’ samenlevingen in staat zijn.

Dit is één van de functies van het Nederlands Auschwitz Comité, dat door Sanders wordt weggezet als Joods splintergroepje. Terecht protesteren dit Comité en andere ‘Joodse miniclubjes’ tegen de gelijkstelling bij de herdenking van slachtoffers en (mede)daders van de grootste volkerenmoord in de geschiedenis.

Het is niet ongebruikelijk dat militairen van beide kanten na verloop van tijd gezamenlijk worden herdacht, zoals gebeurt bij oorlogsgraven uit de Eerste Wereldoorlog, maar bij Duitse doden uit de Tweede Wereldoorlog gaat het om soldaten die op zijn minst, misschien ongewild, de Shoah mogelijk maakten.

Prof.Dr. Harry N.A. Priem

Amsterdam