Bij Decker en Yannick is de tragiek van 'Don Carlo' steeds tastbaar

Opera

Don Carlo van G. Verdi door De Ned. Opera/Rot. Phil. Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin. 7/5 Muziektheater Amsterdam. T/m 30 mei. Trailer, res en info: www.dno.nl ****

Een historische productie was het. Met een ideale Don Carlo van Verdi nam Riccardo Chailly in 2004 in stijl afscheid als chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Daar kwam het debuut van de toen nog gloriërende stertenor Rolando Villazon nog bij. Je zou bijna vergeten dat ook de klassieke enscenering van Willy Decker, gesitueerd in de graftombe van paleis Escorial, in al zijn beklemmende kilte óók erg imposant was.

Op de reprise van die productie werd acht jaar gewacht – totdat nu opnieuw een orkestrale topbezetting werd gevonden in het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder zijn chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin.

Nézet-Séguin realiseerde vorig seizoen nog een juichend onthaalde Don Carlo („Yannick is een nieuwe Mozart!”) bij de Met in New York. In Amsterdam treft hij een cast vol DNO-debutanten. Onder hen: tenor Massimo Giordano, die met imposante kalmte in een laat stadium is ingesprongen voor de door keelontsteking geplaagde Andrew Richards.

Deze tijdloze, tragische en vol fraaie tableaus geënsceneerde Don Carlo is met zijn duistere orkestrale woelingen, monumentale koorscènes (Yannick is ook koordirigent en dat hoor je in de subtiliteit van de interactie tussen bak en bühne) een voorstelling om niet te missen.

Nézet-Séguin gaat het Rotterdams Philharmonisch voor in zeer kleurrijk spel en scherpe contrasten, waarbij zijn grootste fort ligt in detaillering, subtiliteit en raffinement. Het verdiaanse drama bouwt hij, anders dan Chailly destijds, langzaam op. Een focus ligt daardoor nu zowel in enscenering als orkestrale uitwerking op het drama van de door zijn lot geplaagde Carlo. Hij verliest niet alleen zijn verloofde aan zijn vader Filips, maar verdenkt ook zijn vertrouweling Posa van ontrouw. Niet voor niets ziet Carlo zichzelf hier al lang voor zijn feitelijke zelfmoord als Christus aan het kruis hangen.

Don Carlo is een helse opera om te bezetten. Giordano is met zijn viriele fysiek en tenorale snikjes een bevredigende Carlos, een ontdekking zelfs, maar de grandeur van Villazon evenaart hij niet steeds. Fraai en imposant is het roldebuut van Christopher Maltman (Posa) en lekker dramatisch de Eboli van Ekaterina Gubanova. De oude bas John Tomlinson (Groot-Inquisiteur) en de jonge bas Mikhail Petrenko (Filippo II) vullen hun rollen in met minder kwetsbaarheid en/of gruwelgezag dan je zou wensen. Camilla Nylund is een prima Elisabetta, maar in Tu che le vanità is het vooral het orkest dat ontroert.