Allochtoon zijn houdt ooit op

Niet je afkomst maar je toekomst telt, luidde de breed onderschreven subtekst van dit kabinet. Het voorkeursbeleid voor etnische groepen had immers zijn langste tijd gehad. Voortaan is iedere burger, ongeacht culturele achtergrond, verplicht (zelf) te integreren. Met een brede armzwaai werden de Arabische en Turkse folders uit de gemeentehuizen verwijderd: inburgeren betekent zelfredzaam worden. Het past in de zakelijkheid waarmee het achterstandsbeleid opnieuw vorm kreeg. Van ‘knuffelen’ naar zelf aanpakken.

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) trekt daaruit vandaag in een ongevraagd advies de conclusie dat de overheid moet stoppen met het registreren van etniciteit in de bevolkingsadministratie. De aanduiding ‘geboren in Nederland’ of daarbuiten is voortaan voldoende. Net als de aanduiding ‘Nederlander’ of ‘vreemdeling’ als het om nationaliteit gaat. De geboortelandgegevens van de ouders zijn niet meer relevant. Juist omdat alle burgers in Nederland volgens artikel 1 van de Grondwet gelijk zijn en door de overheid gelijk behandeld worden, is deze registratie overbodig. Daarmee zouden dan categorieën als ‘eerste en tweede generatie’, (niet-westerse) allochtoon en autochtoon uit de kaartenbakken van de overheid verdwijnen. Het afkomst tellen kan gestaakt.

Dat is een consequente redenering, waarbij de RMO poneert dat iemands etniciteit feitelijk „geen aanknopingspunt voor beleid kan zijn”. De aantallen en de verschillen binnen etnische groepen zijn daarvoor te groot. Processen die tot achterstand of criminaliteit leiden, zijn bovendien universeel, aldus de RMO. Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat etnische herkomst oorzaak is van maatschappelijke problemen. En daarom behoeft etniciteit ook niet specifiek te worden geregistreerd.

Dat neemt niet weg dat er behalve causaliteit ook correlatie bestaat: het samenvallen van etnische herkomst met achterstand of criminaliteit door een andere oorzaak. Bijvoorbeeld isolement, sociale positie, taalachterstand of opleidingsniveau. Kennis van herkomst kan dus nuttig blijven, ook voor de overheid. Dat geldt bijvoorbeeld de volksgezondheid. Correlatie kan ook een legitieme reden zijn voor registratie.

Anderzijds is het steeds bestookt worden met ‘etnische’ problemen stigmatiserend. Het leidt tot machteloosheid bij en achterstelling van deze groepen. Zeker nu dat verband in het publieke debat vaak en makkelijk wordt gelegd. Het advies bepleit een neutrale overheid – en vraagt in het publieke leven om respect, ruimte en een zekere officiële anonimiteit voor Nederlanders met een andere etnische achtergrond. Dat moet serieus worden genomen. Hele generaties hier geboren Nederlanders groeien op met de tweedeling autochtoon-allochtoon. Dat moet een keer ophouden. De overheid kan hierin een voorbeeldrol vervullen.