Alles staat in dienst van zijn politieke carrière

Jarenlang gold hij als knuffelbeer. Maar François Hollande blijkt een berekenende man die feilloos afkoerste op het hoogste ambt.

Correspondent Frankrijk

Parijs. Begin maart 2011 heeft François Hollande in Parijs een geheim ontbijt met Dominique Strauss-Kahn, dan nog topman van het IMF en de favoriet om in mei 2012 namens de Parti Socialiste president Nicolas Sarkozy te verslaan in de verkiezingen. DSK doet Hollande een voorstel: als hij zich niet kandidaat stelt voor de voorverkiezingen die de PS houdt, zit er voor hem een prachtbaan aan te komen. Met andere woorden: premier. Hollande moet wel snel beslissen. „Na de primaires is het te laat, dan zullen alle leuke baantjes zijn verdeeld”, dreigt Strauss-Kahn.

Hollande, die dan volgens peilingen amper 10 procent zou halen bij die voorverkiezingen, is niet onder de indruk. Op 31 maart stelt hij zich kandidaat. Hij wil geen premier worden, hij wil president worden. Als journalisten hem vragen of hij DSK niet vreest, luidt het zelfverzekerde antwoord: ik ben ervan overtuigd dat de Fransen genoeg hebben van dat soort flamboyante, macho politici. Een sneer naar zowel zijn partijgenoot als naar Sarkozy.

De Fransen willen een normale president, verklaart Hollande. Als een journalist plagerig vraagt of DSK er dan goed aan doet om zich terug te trekken uit de race, antwoordt Hollande: „Absoluut niet, ik wil hem graag verslaan in onze voorverkiezingen.”

Die tweestrijd komt er niet. De IMF-topman wordt een jaar voor de presidentsverkiezingen uitgeschakeld door een aanklacht in New York wegens vermeende verkrachting. Maar de manier waarop hij de druk om niet mee te doen weerstaat, en de rustige, ietwat onderkoelde manier waarop hij reageert op de arrestatie van Strauss-Kahn, tonen een nieuwe, zelfverzekerde versie van Hollande. Na dertig jaar politiek in de schaduw is hij het beu de tweede viool te spelen. De man die zich altijd ten dienste stelde van de partij, die vaak droomde van een baan als minister maar er nooit naar hengelde, is klaar om het hoogste ambt in de republiek op te eisen.

Van zijn eerste mentor François Mitterrand, die in 1981 als eerste socialist president wordt, heeft hij geleerd dat je de juiste omstandigheden moet weten te creëren als je president wilt worden. In 2007 zijn die omstandigheden er voor Hollande niet en laat hij zijn toenmalige partner Ségolène Royal de ruimte om de socialistische kandidatuur op te eisen. Die beslissing neemt hij tijdens een wandeling met Royal, een jaar voor de verkiezingsstrijd. Mensen groeten haar, willen haar handtekening, stellen hun vragen aan Royal, niet aan hem. Hollande stelt zich niet verkiesbaar. En Royal wint vervolgens de voorverkiezing in de eigen partij.

Na de verloren presidentsverkiezingen gaat Hollande weg bij Royal; hij had al sinds 2005 een relatie met de journaliste Valérie Trierweiler. Bij haar vindt hij naar eigen zeggen opnieuw rust en zelfvertrouwen. Hij gaat op dieet, koopt betere pakken en een modieuzere bril. Al begin 2011 vertelt hij vrienden dat 2012 zijn jaar gaat worden. Zelfs binnen de Parti Socialiste kijken sommigen op van zijn vastberadenheid. Is dat die brave knuffelbeer die erom bekendstaat dat hij geen knopen kan doorhakken en altijd iedereen te vriend wil houden? Mensen die hem beter kennen, zeggen dat Hollande koeler, berekender en doortastender is dan velen denken. Hij doet het alleen iets vaker dan anderen met een glimlach.

Die glimlach leert hij al erg jong te gebruiken. François Hollande is een slim jongetje en zit op de lagere school in zijn geboorteplaats Rouen een jaar hoger dan zijn leeftijd eigenlijk toelaat. Op de speelplaats worden discussies, zoals dat gaat onder jongens, vaak met de vuist beslecht, niet het sterkste wapen van de tengere François. Dus scherpt hij zijn taalvaardigheid: humor zou zijn wapen worden. Tijdens de verkiezingscampagne probeert hij het gebruik daarvan zoveel mogelijk in te perken. Te veel grapjes zouden zijn geloofwaardigheid als toekomstig president ondermijnen. Zijn vastberadenheid helpt hem wel, zoals in het televisiedebat met Sarkozy van afgelopen woensdag.

In Rouen meldt Hollande voor het eerst dat hij president wil worden. Hij is geïnspireerd door zijn moeder Nicole, een sociaal werkster en partijlid van de PS die hem de liefde voor politiek bijbracht. Aan haar sterfbed in 2009 heeft Hollande beloofd in 2012 president te worden.

Met zijn vader, die in de oorlog het collaborerende Vichy-regime steunde, heeft François Hollande een veel minder warme relatie. Die bekoelt helemaal als zijn vader in 1968, na de revolutionaire meirellen, besluit naar een chique Parijse voorstad te verhuizen. De verzameling dinky toys en tinnen soldaatjes van de dan dertienjarige François wordt wegens plaatsgebrek in de vuilnisbak gegooid. Het lijkt een kleinigheid, maar het is een jeugdtrauma dat Hollande zal tekenen. Het belang van vrienden en rituelen (zowel positieve als negatieve), rekening houden met een ander, respect voor de persoonlijke vrijheid: het worden kernbegrippen van het politieke engagement van Hollande.

Dat engagement rijpt al op de middelbare school, waar hij klassevertegenwoordiger is, en op de eliteschool ENA, waar hij een vakbond opricht uit onvrede met de bestaande vakbonden. Hij strijdt voor afschaffing van de rangschikking van studenten aan het eind van de studie: de ENA moet goede ambtenaren afleveren, geen competitie organiseren, vindt hij. Hij is een van de beste studenten uit zijn jaar, maar kiest niet voor de baan van inspecteur Financiën die hem wordt aangeboden. Hij wil naar de Rekenkamer; hij helpt zo een vriend die wel naar Financiën wil én hij kan tijd vrijmaken voor een rol als adviseur van de pas verkozen president Mitterrand.

Alles staat in dienst van de politieke carrière, net zoals dat hij zijn diensttijd volmaakte: wegens bijziendheid hoefde hij het leger niet in, maar hij meldt zich toch. „Anders kan ik nooit president worden”, vertrouwt hij een vriend toe.

Zijn politieke loopbaan in de schaduw – als adviseur en elf jaar als partijleider van de PS – telt veel ontgoochelingen. Het begint in 1995, als zijn tweede mentor Jacques Delors, dan voorzitter van de Europese Commissie, afziet van deelname aan de presidentsverkiezingen. In 2002, als zijn derde mentor Lionel Jospin niet eens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen haalt, moet Hollande als partijleider oproepen om voor de rechtse Jacques Chirac te stemmen, tegen de extreemrechtse Jean-Marie Le Pen. En in 2005, als Frankrijk in een referendum de Europese grondwet afwijst, wordt dat Hollande aangerekend. Een journalist noemt hem ‘monsieur ni oui ni non’, omdat hij Europa onvoldoende zou hebben verdedigd. Het is het enige moment waarop hij erover denkt om de politiek te verlaten.

Maar Hollande blijft en zet alles in het teken van 6 mei 2012. Hij is de verzoener binnen de partij die de verschillende stromingen bij elkaar houdt. Hij is niet rancuneus, oude vijanden worden bondgenoten. De speechschrijver van Marine Aubry, die Hollande tijdens de voorverkiezingen een slappeling noemde, wordt een van zijn medewerkers: „Hij heeft duidelijk talent. Het is beter dat hij dat tegen Sarkozy inzet dan tegen mij”, grapt Hollande. Maar medestanders zien er ook de Hollande in die zij al langer kennen: de berekenende man die koppig vasthoudt aan zijn plan. Die in het geheim medewerkers van Merkel bezoekt om haar gerust te stellen over zijn Europese plannen.

„Misschien hebben we ons wel allemaal vergist en deze man zwaar onderschat”, zei Alain Minc, een vertrouweling van Sarkozy, woensdagavond na het tv-debat.