Advies: 'allochtoon' niet meer gebruiken als begrip

De overheid moet de begrippen ‘allochtoon’, ‘autochtoon’, ‘westerse allochtoon’ en ‘niet-westerse allochtoon’ niet meer gebruiken. Omdat het voorkeursbeleid voor specifieke etnische groepen is afgeschaft, is er geen reden meer om mensen in dergelijke categorieën in te delen.

Dat schrijft de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) vandaag in een brief aan demissionair minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA). Leers heeft laten weten dat hij de termen blijft gebruiken. Volgens hem is dat nodig om te kunnen weten hoe het met migranten in de samenleving gaat.

Volgens de RMO moet in de gemeentelijke basisadministratie voortaan alleen staan waar migranten zijn geboren en niet waar de ouders vandaan komen, vindt de raad. Voor de statistieken moet de overheid voortaan gebruikmaken van de termen ‘geboren in Nederland’ en ‘geboren in het buitenland’ als het gaat om het geboorteland. Als het gaat om de nationaliteit, moet gesproken worden over ‘Nederlanders’ en ‘vreemdelingen’.

De termen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ verwijzen naar het geboorteland van de ouders. Gebruik van die termen suggereert dat de familiaire afkomst belangijker is dan de geboortegrond of nationaliteit van de migrant. De raad vindt dat onwenselijk. Daarnaast moet de overheid terughoudend zijn met het maken van etnisch onderscheid, vindt de raad. De etniciteit van personen is nauwelijks meer van belang voor beleidsmaatregelen. Daarvoor zijn de verschillen in een etnische groep (opleiding, arbeidsmarktpositie) te groot.

Al eerder stonden de begrippen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ ter discussie. Zo stelde oud-minister van Integratie Eberhard van der Laan in 2009 voor om migranten en hun kinderen voortaan ‘nieuwe Nederlanders’ te noemen. Van der Laan associeerde de term allochtoon met het verleden en de herkomst. Migranten zouden zich buitengesloten voelen.