Zware afstraffing traditionele partijen in Griekenland

De Grieken vinden dat het anders moet, maar ze zeggen niet hoe. Partijen die de bezuinigingen steunden, verloren veel stemmen. Het zal moeilijk worden een stabiele coalitie te vormen.

Aanhangers van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad in Thessaloniki, die 6,9 procent van de stemmen kreeg. De partij wil ‘alle immigranten het land uit’. Foto Reuters

De Grieken hebben de verkiezingen van gisteren aangegrepen om hun woede te ventileren, niet om duidelijk te maken waar ze met hun land heen willen. De uitslag maakt het extreem moeilijk een stabiele coalitie te vormen die de afgesproken bezuinigingen en hervormingen kan en wil uitvoeren. Daarmee is een nieuwe periode van onzekerheid binnen de eurozone begonnen.

Tweederde van de stemmen ging naar kleinere, meest radicale linkse en rechtse partijen. Die willen alle op hun manier een einde aan het bezuinigingsprogramma dat Griekenland is opgelegd in ruil voor miljarden euro’s om het failliete land verder te laten draaien. Neonazipartij Gouden Dageraad komt met 7 procent voor het eerst in het parlement.

De grootste verrassing was de ‘coalitie van radicaal links’ Syriza. Deze ultralinkse beweging kreeg 16 procent van de stemmen en werd daarmee de tweede partij van het land. Syriza wil de bezuinigingsafspraken eenzijdig ongeldig verklaren.

In de Griekse politieke verhoudingen staat de uitslag gelijk aan een aardverschuiving. Dit is het einde van het politieke tijdperk dat in 1974 begon na de kolonelsdictatuur. Vanaf die tijd domineerden twee brede volkspartijen afwisselend het landsbestuur. Grieken houden de politici van die partijen verantwoordelijk voor het bankroet van het land. Beide zijn genadeloos afgestraft.

De socialistische beweging Pasok, die door burgers wordt gezien als hoofdverantwoordelijke voor de knellende internationale verplichtingen, kreeg minder dan 14 procent van de stemmen. In oktober 2009 kwam Pasok onder leiding van George Papandreou, de premier die in november al sneuvelde, nog aan de macht met 44 procent. Zijn opvolger Evangelos Venizelos incasseerde het verlies. „We wisten dat we afgestraft zouden worden, maar we hebben gedaan wat nodig was.”

Voor de meeste Grieken woog de schuldvraag zwaarder dan de toekomstplannen en de hervormingen van de afgelopen maanden. Ook de traditionele tegenhanger van Pasok, de conservatieve partij Nieuwe Democratie, leed zwaar verlies. ND is met slechts 19 procent niettemin de grootste partij geworden. „Ik heb niet het mandaat gekregen waarom ik vroeg, maar we nemen onze verantwoordelijkheid”, zei partijleider Antonis Samaras. Waarschijnlijk wordt hij snel tot formateur benoemd.

Samaras heeft dan drie dagen om een coalitie te vormen. Daarna gaat de beurt naar de tweede partij van het land. Samaras wil een regering van ‘nationale redding’. Doordat de grootste partij in Griekenland een bonus krijgt van vijftig zetels, hebben ND en Pasok samen bijna genoeg om te regeren. Er zal echter een derde coalitiepartner gevonden moeten worden.

Zo’n coalitie zou twee doelen moeten hebben, zei Samaras gisteravond in een tv-toespraak. Griekenland blijft in de eurozone. En de afspraken met de EU, het IMF en de ECB worden herzien. Daarbij zou meer moeten worden gedaan om economische groei te stimuleren. Samaras voerde campagne met de belofte de belastingen te verlagen en bureaucratie te verminderen. Hij heeft zich niet uitgesproken over het tijdspad en de financiering en hij weigerde interviews met buitenlandse journalisten.

De meest voor de hand liggende coalitiepartner is Democratisch Links, een gematigde anti-memorandumpartij onder leiding van Fotis Kouvelis. Die zal zijn huid duur verkopen: de uitslag laat zien wat gebeurt met kleine partijen die zich aan een bezuinigingsakkoord met de grote twee wagen. De nationalistische partij LAOS, die eind vorig jaar in de overgangsregering stapte onder leiding van technocraat Lukas Papademos, heeft nu de kiesdrempel van 3 procent niet gehaald.

Zondag was de eerste gelegenheid voor Grieken om zich middels verkiezingen uit te spreken over de radicale verlaging van hun levensstandaard en de manier waarop het Grieks establishment zich de afgelopen tweeënhalf jaar heeft geweerd in de internationale arena. Het lijkt erop dat die kans vooral is aangegrepen om woede en frustratie over de dalende lonen en pensioenen en stijgende werkloosheid af te reageren.

Politici zijn er duidelijk niet in geslaagd duidelijk te maken waar het lijden toe dient. Ze zijn door hun burgers ondubbelzinnig als schuldigen zijn aangewezen. Dat Grieken geen vertrouwen hebben in de ‘oude’ politiek blijkt ook uit de ongebruikelijk lage opkomst. 38 procent van de stemgerechtigden bleef thuis.

De Grieken zijn tot op het bot verdeeld over de toekomst van hun land. De enige boodschap die helder uit de verkiezingen naar voren komt is: Het moet anders. Hoe, dat staat er niet bij.