Vijfde colonne

Als we in Nederland herdenken, doen we het met verbluffende overgave. Pim Fortuyn begon omstreeks zijn tiende sterfdag een politicus van churchilliaanse allure te worden, de Churchill van „We shall defend our island, whatever the cost may be […], we shall never surrender.”

De lofprijzingen hielden niet op: Pim was uniek geweest, een redder des vaderlands, een visionair, een hemelbestormer, de belichaming van de Nieuwe Politiek die alles anders zou maken.

Ik wilde er graag in meegaan, want ik houd van meeslepende fantasieën, maar ik heb soms te veel last van beelden die hardnekkig op mijn netvlies blijven kleven. Het pregnantste beeld was afkomstig uit het voorjaar van 2002. Fortuyn stond zich in een Hilversums (achter)kamertje te verweren tegenover het bestuur van Leefbaar Nederland. Ze vonden dat hij in een interview te ver was gegaan.

„Het is vijf voor twaalf”, reageerde Fortuyn woedend, „niet in Nederland, maar in Europa. En wilt u dat? Ik sta voor dit land dat in vijf, zes eeuwen is opgebouwd. We hebben godverdomme gewoon hier een vijfde colonne, laat ik nu maar alles zeggen, die het land naar de verdommenis wil brengen […] U laat over zich lopen en ik doe het niet meer! Dat is waar ik mijn zetels vandaan haal, want dit land is het zat. C’est ça. Daar sta ik voor! En als ik het anders moet verwoorden, prima, maar het gaat om u en uw kleinkinderen […]”

De vijfde colonne! Die woorden heb ik deerlijk gemist in vrijwel alle lovende beschouwingen over Fortuyn. Het is alsof zelfs zijn grootste bewonderaars daar liever niet aan herinnerd worden. Toch is hij de kampioen geweest van de vijfde colonne, een begrip uit de Spaanse Burgeroorlog, maar ook in de Tweede Wereldoorlog gebruikt in een aantal landen; in Nederland om er de NSB en de hier wonende Duitsers mee aan te aanduiden als verkapte aanhangers van een vijandelijke macht.

Die rol speelden voor Fortuyn dus de in Nederland woonachtige moslims. Eén van hen was Tofik Dibi, toen nog een jongen, nu Kamerlid voor GroenLinks. In Trouw vertelde hij hoe hij thuis zat te zappen toen hij Fortuyn plotseling hoorde oreren. „Ik wist niet wat een vijfde colonne was, ik moest het googelen. Maar dat was ik dus volgens hem. Mijn vrienden, mijn klasgenoten, mijn buren, mijn familie.”

Tien jaar geleden was het al vijf voor twaalf, hoe laat moet het nu dan wel niet zijn? Is Nederland misschien al overgenomen door die vijfde colonne van moslims? Best mogelijk. Want Pim was een ziener, een profeet, een messias.

Met die vijfde colonne maakte Fortuyn veel indruk op zijn bekendste sympathisanten. Theo van Gogh geloofde erin, Ayaan Hirsi Ali en later Wilders.

Wilders? Die is toch eigenlijk veel radicaler dan Fortuyn? Je hoorde dat dezer dagen veel beweren, behalve door de beste vrienden van Fortuyn zelf. Marco Pastors zei gisteravond in De Balie in Amsterdam dat het hem ergerde: dat onderscheid dat steeds gemaakt werd tussen Fortuyn en Wilders, vooral door nieuwe, modieuze bewonderaars van Fortuyn.

„Nederland heeft een grote streep getrokken en Fortuyn staat nu aan de goede kant”, klaagde hij, „maar Wilders staat nog steeds aan de verkeerde kant.” Hij vond dat Wilders, „net als Pim” destijds, ten onrechte verguisd wordt.

Hij heeft gelijk als hij bedoelt dat ze aan dezelfde kant horen. Is dat de goede of de verkeerde? Laat ik nu maar alles zeggen: het is niet de mijne.