Verkiezing van Hollande markeert nieuwe koers EU

Nu Frankrijk een socialistische president krijgt, kan Europa een nieuwe richting inslaan. Behalve bezuinigen moeten lidstaten ook groei stimuleren. Bevorder innovatie, geef jeugd voorrang en bestrijd belastingfraude, stelt Martin Schulz.

Zelden heeft een verkiezing zo’n weerklank over het hele continent als de presidentsverkiezing in Frankrijk van gisteren. Zelden heeft een machtswisseling in één EU-lidstaat zo’n verwachting gewekt van een echte beleidsverschuiving.

Opvallend genoeg komt uit de financiële en economische crisis een nieuwe Europese natie en een nieuwe publieke sfeer voort. De Europeanen beseffen hoezeer ze afhankelijk zijn van elkaar. De fouten van één land kunnen de hele Europese economie bedreigen. Alleen een samenwerking tussen veel landen kan leiden tot oplossingen.

De overwinning van François Hollande biedt de Europese Unie een nieuwe kans. Het zou het einde moeten markeren van een beleid dat puur en alleen is gericht op bezuinigingen. Die aanpak verlamt economieën en verdeelt de Europese Unie. De belofte van groei door de nieuwe Franse president heeft de burgers hoop gebracht en mag niemand alarmeren, zeker de financiële markten niet.

De plannen van Hollande voor een groei-initiatief vallen vooral in goede aarde bij het Europees Parlement, dat herhaaldelijk heeft opgeroepen tot zulke maatregelen. Ik kan tot mijn vreugde zeggen dat deze boodschap steeds meer weerklank vindt bij de heersende politieke stroming. De Europese Commissie werkt aan een ‘groeipact’, dat in juni moet worden besproken door de EU-leiders. Europa heeft inderdaad een algeheel groeiplan nodig, om te ontkomen aan de maalstroom van economische neergang, groeiende werkloosheid en verzwakking van het bankwezen.

Dit groeipact is heel goed te bekostigen: hetzij door nieuwe inkomstenbronnen als een belasting op financiële transacties of gezamenlijke projectobligaties voor investeringen in infrastructuur, hetzij door terugdringing van belastingontduiking en belastingfraude en opheffing van belastingparadijzen, en een doelmatiger en vernuftiger gebruik van structuurfondsen.

Een nieuw algeheel groeiplan zou niet gaan over het bijdrukken van geld. Begrotingsdiscipline blijft even wezenlijk als diepgaande structurele hervormingen. Strengere regelgeving moet collectieve hebzucht ontmoedigen en onverantwoordelijke financiële producten uitbannen.

Wat moet er gebeuren?

Ten eerste zouden gerichte investeringen voorrang moeten krijgen. De Europese Investeringsbank (EIB) zou een goed instrument zijn voor een verhoging van de uitgaven aan grote infrastructurele projecten, bijvoorbeeld met betrekking tot energie. De EIB zou aanzienlijk meer geld kunnen krijgen om haar kredietprogramma’s op te voeren. De bekostiging van investeringen zou ook kunnen komen uit nieuwe projectobligaties. Op den duur moeten we ook weer kijken naar het idee van gezamenlijke euro-obligaties.

Het is van wezenlijk belang dat de structuurfondsen van de EU zich richten op innovatie. De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling zijn schrikbarend laag in vergelijking met onze mondiale partners. Een fundamentele hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid mag geen taboe blijven. Dit beleid leidt niet tot duurzame landbouw of tot een fatsoenlijk inkomen voor alle boeren. Ongetwijfeld liggen er harde onderhandelingen in het verschiet, ook met de nieuwe Franse president.

Ten tweede moet de jeugd voorrang krijgen. De werkloosheid in de eurozone is sinds de invoering van de gemeenschappelijke munt nog nooit zo hoog geweest: 10,9 procent. In Spanje is meer dan de helft van de jeugd werkloos. In tal van andere landen betalen jongeren een onevenredig hoge prijs voor de recessie.

We lopen het gevaar een verloren generatie te creëren, die het sociale weefsel en de stabiliteit van Europa zou kunnen vernietigen. De jongeren zijn niet voor deze crisis verantwoordelijk, maar krijgen het wel het zwaarst te verduren. Investeringen in scholing, verbetering van onderwijskansen en – nog belangrijker – prikkels voor werkgevers om jongeren aan te nemen, zijn welbestede uitgaven.

De Europese Centrale Bank heeft banken leningen aangeboden tegen een gunstig tarief. Dit geld moet worden uitgeleend aan het midden- en kleinbedrijf. Dit is de levensader van de Europese economie. Ook heeft de EU behoefte aan gemeenschappelijke initiatieven om een eind te maken aan belastingontduiking en belastingparadijzen en om een keur aan bilaterale afspraken te vervangen. Belastingfraude is een misdaad die een rechtvaardige samenleving ondermijnt.

Ten derde moeten de lidstaten tijdens de onderhandelingen over het meerjarige bestedingsplan van de EU niet uit kortzichtig populistisch winstbejag klakkeloos snijden in de EU-begroting voor de periode tussen 2014 en 2020.

Als het ons met een algeheel groeiplan ernst is, moeten we ook het benodigde geld verschaffen. De EU-begroting is een investeringsmiddel dat de economische groei aanjaagt en werkgelegenheid schept. Ze financiert onmisbare pan-Europese transport- en energieverbindingen. Ze helpt om innovatie, onderzoek en ontwikkeling te bevorderen. De EU-begroting werkt als een hefboom voor investeringen, biedt schaalvoordelen en heeft niet te kampen met tekorten.

Europa kan nog altijd sterker tevoorschijn komen uit de economische ellende. De euro is een project om de Europese volkeren te verenigen. Door het egoïsme van sommige lidstaten, de onkunde van sommige leiders en een gebrek aan inlevingsvermogen verwordt de euro tot een symbool van verdeeldheid, dat het hele Europese project bedreigt. Dit mogen we niet laten gebeuren.

We hebben behoefte aan saamhorigheid, verantwoordelijkheid, visie, leiderschap en – het allerbelangrijkste – eenheid. Groeiende armoede kan daarentegen het slechtste in mensen naar boven brengen en leiden tot vreemdelingenhaat en racisme. Hiermee dreigen de grootste verworvenheden van de EU te worden ondermijnd.

Laten we optimistisch zijn, het is nog niet te laat. Eindelijk verlegt Europa zijn koers.

Martin Schulz (SPD, Duitsland) is voorzitter van het Europees Parlement.