Column

Tweede en toch in opspraak

In het weekeinde waarin de euforie over een tweede plaats hysterische proporties aannam, tjonge, Feyenoord werd voor de vijftiende maal tweede in de eredivisie, kwam in een andere sport dan voetbal een ‘eeuwige tweede’ in opspraak.

Wielrenner Michael Boogerd. En met hem, en meer nog, zijn voormalige ploeg, Rabobank.

De Duitse tv-zender ARD had, net als de fietsende dopinggebruiker Bernhard Kohl, al eerder beweerd wat zaterdag de Volkskrant Stefan Matschiner, een veroordeelde dopingmakelaar, liet bevestigen („yeah”): dat Boogerd via hem de Weense bloedbank Humanplasma frequenteerde. Een bron met naam en toenaam.

Op de Vlaamse tv bagatelliseerde wieleranalist José De Cauwer, ook onder Nederlandse kijkers gewaardeerd om zijn koersinzicht en kalmte, de kwestie. „Oud nieuws.” En Boogerd ontkende natuurlijk, maar hij heeft de pech dat eerder al zoveel wielrenners net zolang ontkenden tot ze huilend bekenden. Of een boek schreven over de verleiding die ze niet konden weerstaan.

‘Eeuwige tweede’. Het is een bijnaam die afbreuk doet aan de prestaties van de beste Nederlandse renner van de laatste vijftien jaar. Feit is dat hij in de belangrijke klassiekers acht keer tweede werd. Viermaal in de Amstel Goldrace, tweemaal in Luik-Bastenaken-Luik, tweemaal in de Ronde van Lombardije.

De winnaars die voor hem eindigden, waren wijlen Frank Vandenbroucke, Davide Rebellin (tweemaal), Oscar Camenzind, Damiano Cunego, Erik Zabel, Aleksandr Vinokourov en Danilo Di Luca. Van dit zevental zijn er zes later betrapt op het gebruik of bezit van doping. De zevende, Cunego, is nu een van de hoofdverdachten in de dopingaffaire rond de ploeg Lampre.

Boogerd is niet betrapt, en zolang dat zo blijft, is hij onschuldig. Of net zo schuldig als iedereen in een sport die van zijn beoefenaars op topniveau zoveel vergt (vergde?), dat de gang naar apotheek, bloedbank, sjoemelende soigneur of dopingmakelaar haast niet te ontwijken is.