Ten onder aan het hoge beschavingspeil

Een mens is geen burger. Niet van nature althans. Een burger ben je alleen voor zover je onder het bereik van de staat valt en dat is slechts heel gedeeltelijk zo. Bovendien raakt dat burgerschap langzaamaan zo geprofessionaliseerd dat je je kunt afvragen hoeveel mensen er überhaupt nog aan toe komen. Zelf voel ik me in het politieke gesprek steeds vaker een dilettant. Een halvegare. Zij het een halvegare met een metaperspectief.

Niet alleen het burgerschap, alles wordt professioneler. Jaren geleden vertelde een medisch specialist me dat zijn dochter op de basisschool worstelde met het niveau. De moderne zelfwerkzaamheid lag boven haar macht, en dus nam hij het maken van werkstukken zorgzaam van haar over. Datzelfde deden de andere ouders. En zo vroeg de medisch specialist op het schoolplein aan de bestuursvoorzitter van een bank: „had jij een zes? Ik had lekker een zeven”. Tegenwoordig heb je minstens een academische opleiding nodig om je basisschool te kunnen afmaken, zei hij.

Er slaat een dikke laag van taal en papier op het land neer. Het beschavingsniveau ligt inmiddels zo hoog dat geen mens het nog kan bijbenen. Soms geef je les aan studenten die de controle ook allang kwijt zijn. Aan hun ouders hebben ze in dit stadium niks meer, en dus leveren ze werkstukken in die ze hebben overgeschreven van geleerden uit Oxford en Harvard. Kun je me vertellen wat hier de strekking van is, vraag je als docent dan. Nee, dat kunnen ze niet, want ze hebben er niet zo veel van begrepen, geven ze ruiterlijk toe. Zo gaat de wereld ten onder aan het feit dat het onderwijs maar steeds beter wordt.

Zelf probeer ik wanhopig mee te hollen met de beschaving. Ik lees, ik surf op het internet, ik verzamel literatuur die ik in dikke lagen post-its op mijn dossierkast plak. „De televisie heeft de fabricatie van banaliteit geprofessionaliseerd”, zegt een beroemde schrijver op het bovenste blaadje. „In de twintigste eeuw zijn mensen gestopt met het lezen van romans en zijn ze begonnen met het bestuderen ervan”, zegt een andere beroemdheid op het briefje daaronder. Ik heb de woorden ‘geprofessionaliseerd’ en ‘bestuderen’ onderstreept. Ze lijken me belangrijk. Alles is geprofessionaliseerd. Alles wordt bestudeerd. Gewoon een beetje leven is allang niet meer genoeg.

Zojuist stuurde iemand me een bericht over een festival dat deze dagen in veertien Europese steden plaatsvindt, met als doel de democratie, de gelijkheid en de cultuur te bevorderen. Het gaat, begrijp ik, om een alternatieve visie op politieke mobilisatie en democratische participatie, om transnationale innovatie en actieve creatie, kortom, om de gebruikelijke galimatiatie en larifariacatie van de burger. Met de moed der wanhoop begon ik de boel te bestuderen.

Als eerste las ik een interview met Engin Isin, voormalig directeur van het Centrum voor Burgerschap, Identiteit en Bestuur, inmiddels hoofd van burgerschapstudies en professor politieke wetenschappen en internationale betrekkingen aan The Open University van Londen. „Diep geworteld in kosmopolitische ervaring.” Jawel.

Natuurlijk ging het over categorieën en mechanismen waarmee je claims op burgerschap mogelijk kunt maken. Over politieke subjecten die zichzelf identificeren langs de lijnen van natuurlijke elementen als gender en etniciteit. Maar toen, midden in het interview, gingen opeens de ramen open, de lente waaide naar binnen, magnolia’s en camelia’s bloesemden over de grenzen van de burgerschapstudies heen en te midden van alle grote woorden rees een vrouw op. Rosa Parks.

Rosa Parks, zei de professor, de zwarte burgerrechtenactiviste die in 1955 weigerde haar plaats in de bus af te staan aan een blanke passagier, had gehandeld. Niet gesproken. Niet getheoretiseerd. Gehandeld.

Soms raakt een mens verloren in gesprekken over politieke mobilisatie en democratische participatie. Om je heen wordt geschoven met brokstukken Tocqueville en met grote regelmaat hoesten de gesprekspartners braakballen theorie op waarin je de onverteerde stukken Heidegger als grauwe en verkalkte muizenbotjes kunt zien zitten tussen het slijm. Niemand kan de discussie nog overzien, willekeurige regels moeten bepalen wanneer ze is beëindigd. Wie het eerst „eurocentrisch” zegt, heeft gewonnen.

En daar rijst dan opeens Rosa Parks op. Haar daad, zegt de geïnterviewde Isin, was een daad van burgerschap. En als zodanig onderscheiden van de opinie en het woord. Burgerschap blijkt niet alleen een zaak te zijn van bestudering en professionalisering, maar ook gewoon van individueel iets doen. „Ik heb een activistische achtergrond, en dus vroeg ik me af: wat noodzaakt mensen, wat motiveert mensen, wat mobiliseert ze om te zeggen: het is niet alleen onrechtvaardig wat ik waarneem maar het is ook onverdraaglijk. Dat is de grondslag voor de daad.”

Oké, toen ik doorlas, bleek Rosa Parks voor de geleerde natuurlijk weer gewoon een aanleiding te zijn tot het herdefiniëren van „contemporaine, politieke subjectiviteit”. Maar even toch, een heel kort moment, had ik het gevoel dat ik hier iets te pakken had.