Simons met duistere Kane in Berlijn

Op het Theatertreffen in Berlijn brengt regisseur Johan Simons drie stukken van Sarah Kane. Het festival is dit jaar rijk aan controverse. Grootste succes? Een bloederige Ibsen-marathon van 12 uur lang.

Theater

Berliner Festspiele: Theatertreffen 2012. Gezien: 4 en 5/5. Haus der Berliner Festspiele, Große Bühne. Aldaar nog t/m 21 mei. Info: www.theatertreffen.de

„Ik heb hier ook wel eens met mindere voorstellingen gestaan. Maar nu ben ik trots. Vooral dat ik zulke geweldige acteurs heb.”

De schouders van regisseur Johan Simons, intendant van de Münchner Kammerspiele, worden uitbundig beklopt. Zojuist is met zijn drieënhalf uur durende enscenering van de drie laatste stukken van de Britse toneelschrijfster Sarah Kane het 49ste Berlijnse Theatertreffen geopend, waarin de beste voorstellingen van het Duitstalige seizoen te zien zijn. Voor Simons is het de vierde keer dat een regie van hem gekozen is. Zijn enscenering van Gesäubert/Gier/4.48 Psychose, Kanes meest depressieve stukken voordat ze in 1999 op 28-jarige leeftijd voor de ‘Freitod’ koos, heeft van het overwegend middelbare en keurige festivalpubliek een lang applaus gekregen – aan staande ovaties doet men in Duitsland niet zo snel.

De enscenering van het eerste stuk vol fysieke vernederingen veroorzaakt nog wel wat gezucht, een paar mensen lopen weg. Maar Gier (Crave), een virtuoos gebracht beckettiaans spreekconcert voor vier stemmen, valt beter in de smaak. Het slot, een bede om een uitweg door de dood, is door Simons met behulp van een strijksextet als een lyrisch en smaakvol requiem geënsceneerd.

De nieuwe artistiek leider van het festival, Yvonne Büdenhölzer, beklimt na afloop het podium om Simons een goudkleurig stempel te overhandigen als bewijs van goedkeuring door het Theatertreffen. Als een voetbaltrainer heft Simons – houthakkersblouse en spijkerbroek – het lelijke ding met een ironische grijns boven zijn hoofd. Later in het weekend zijn de Berlijnse kranten beleefd lovend. De Berliner Zeitung spreekt van „een verzorgde tocht naar een depressie”, de Tagesspiegel vindt de teksten „moeilijk te verdragen” maar geeft zich uiteindelijk toch gewonnen.

Aan alle voorwaarden – reuring, controverse, levendigheid – voor een goed festival lijkt door het Theatertreffen op voorhand voldaan. Een oude rot in het vak, de 74-jarige chef van het Berliner Ensemble Claus Peymann, riep ertoe op het festival geheel op te heffen omdat de jury’s alleen nog voorstellingen voor ingewijden kiezen.

Vrijdag voor aanvang was er ook een protest van leerlingen van de Berlijnse Theaterschool Ernst Busch, waarvan de nieuwbouw op de tocht staat. De leerlingen hadden zich als een berg lichamen voor het gebouw van de Festspiele gedrapeerd.

Nog meer voorwaarden voor een goed festival: spelers en regisseurs komen overal vandaan – geen kunstenaar die niet graag in Berlijn werkt. Veel van de gekozen regisseurs weten ook dat experiment en evenement dicht bij elkaar liggen, en dat het Berlijnse publiek wel wat hebben kan. En dus zit er een Platonov van een halve dag tussen, een Faust van acht uur en een Ibsen van twaalf uur.

Tegelijkertijd komt er juist nu in Duitsland een interessant cultuurpolitiek debat los. Slechts een paar procent van de Berlijnse cultuurgelden gaat naar de vele producenten van de zogeheten ‘freie Szene’, die echter wél fors bijdragen aan de functie van Berlijn als cultuurmagneet. Door het recente verschijnen van een boek over dit Kulturinfarkt en een oproep van vrije kunstenaars aan het stadsbestuur de gelden anders te verdelen, staat dit thema ook op het festival nadrukkelijk centraal. De bondsminister van Cultuur, Bernd Neumann, sprak zich overigens hard uit voor de status quo: hebben we in Duitsland echt 145 staatstheaters nodig? Ja, die hebben we echt nodig!

Dé hit van het eerste festivalweekend is in elk geval de Ibsenmarathon van het Noors-Duitse regieduo Vegard Vinge en Ida Müller. Van vier uur ’s middags tot vier uur ’s nachts vergasten tientallen spelers de toeschouwers, die vrij in en uit mogen lopen, op een soort ‘Ibsen Grand Guignol’ waarin bloed en stront een grote rol spelen en „regelmatig dingen door de vierde wand worden gesmeten”.

Bij het ochtendgloren zijn spelers en publiek in Ibsenzombies veranderd, maar hier moet je bij geweest zijn. In de cultuur-beleveniseconomie van Berlijn is de collectief masochistische Ibsenervaring nu het exclusiefst en dus het meest gewild. Alle voorstellingen zijn uitverkocht.