Op naar psychotherapie uit de muur

De psychologie is ‘gewapend met wetenschap’, maar krijgt die niet aan de man gebracht, schrijven drie Amerikaanse psychologen. Waar blijft de ‘leesbril van de psychologie’?

Stel je voor. Een voetbalcursus gecombineerd met een cursus personeelsontwikkeling, hiv-preventie én het leren ontwikkelen van een ‘niet-gewelddadige mannelijke identiteit’, vriendelijk zijn en toch mannelijk, zeg maar – en dat alles begeleid door voetbaltrainers in Zuid-Afrikaanse townships.

Of deze, dichter bij huis: een winkel in een doorsnee winkelcentrum waar je je kunt opgeven voor coaching, yoga, martial arts en mindfulnesscursussen. En waar ze ook allerlei soorten zomerkamp voor kinderen aanbieden, waar bijvoorbeeld, met speciale training, hun emotionele intelligentie wordt versterkt.

Amerikaanse psychologen zijn momenteel aan het experimenteren met zulke manieren om evidence based psychologische interventies (aangetoond werkzaam dus) aan de man te brengen. Dat beschrijven ze in een artikel dat vorige week online verscheen bij American Psychologist. Heel summier trouwens, want het artikel van de drie psychologen uit Los Angeles is in eerste instantie een pleidooi, een even optimistische als getergde uitroep. „We zijn gewapend met wetenschap”, schrijven ze, „maar we weten niet wat, wanneer en hoe we die wetenschap goedkoop en met veel effect onder een groot publiek kunnen verspreiden.”

Deel van hun frustratie wordt veroorzaakt door de Amerikaanse trend dat mensen steeds vaker medicijnen gebruiken in plaats van psychotherapie (Nederlandse cijfers daarover zijn er momenteel niet). Ook teleurstellend vinden ze het feit dat psychologen allerlei aantoonbaar effectieve gedragsprogramma’s hebben ontwikkeld, bijvoorbeeld voor drugs- en geweldspreventie op middelbare scholen, die nauwelijks worden ingezet: die halen een paar procent van het bereik dat ze zouden kunnen hebben. De medische wetenschap heeft het grote publiek bijvoorbeeld de goedkope leesbril bezorgd, schrijven de psychologen enigszins jaloers, en de zwangerschapstest (nog maar enkele decennia geleden mochten alleen artsen die uitvoeren). De gedragswetenschappen hebben wat grootschalig marketingsucces betreft wel aan het educatieve tv-programma Sesamstraat meegewerkt, maar meer voorbeelden noemen de psychologen niet. Van de miljoenen zelfhulpboeken die jaarlijks worden verkocht is het overgrote deel niet op enig onderzoek gebaseerd.

Dus moeten psychologen anders leren denken, schrijven de drie. Niet meer het geheel van een therapie of training marketen, maar de werkzame elementen zoeken en die op nieuwe manieren en op maat gecombineerd aan hun cliënten aanbieden – er wordt al mee geëxperimenteerd.

Verder moeten psychologen leren samenwerken met marketing- en distributiespecialisten. Idealiter zou de wetenschappelijke psychologie haar aangetoond effectieve gedragsinterventies onder enkele zeer bekende merken aan de man brengen. Zo invloedrijk als McDonald’s of Facebook. Wat het vakgebied vooral nodig heeft, schrijven de psychologen, zijn disruptive innovations. Die term is hier nog nauwelijks doorgedrongen; het idee is dat een hele markt door het succes van een bepaalde uitvinding of door een nieuwe manier om die in te zetten, op de schop gaat. Zoals dat met banken gebeurde toen de geldautomaat werd ingevoerd. Psychologie uit de muur, dat zou een voorbeeld zijn. Misschien komt dat er nog wel van.