'Nederland hakt of vergast 30 miljoen jonge haantjes per jaar'

De aanleiding

Nadat vorige week in deze rubriek bleek dat in Nederland jaarlijks honderden miljoenen ‘plofkippen’ worden geslacht (zie inzet), vroeg next-lezer Hester Slagman zich af in hoeverre een andere bewering van dierenbeschermers klopt. Namelijk dat er in Nederland ieder jaar 30 miljoen hanen op hun eerste levensdag worden vergast of fijngehakt. Dat is namelijk wat de Nederlandse Vereniging voor Veganisme beweert. In aanloop naar Pasen voerde de vereniging samen met andere dierenrechtenorganisaties actie tijdens de campagne ‘Waardeloze haantjes’. Op de website waardelozehaantjes.nl staat dat in Nederland jaarlijks 30 miljoen mannelijke kuikens worden vergast of versnipperd voor de eierproductie.

En, klopt het?

Al in 2005 protesteerde dierenbeschermingsorganisatie Wakker Dier tegen het jaarlijks vergassen of versnipperen van 50 miljoen mannelijke eendagskuikens. „Snipperdag voor minister Veerman”, stond er op het protestbord, nadat de toenmalige landbouwminister de Tweede Kamer had geschreven de kuikenmoord acceptabel te vinden. De druk vanuit de samenleving bleef, waarop landbouwminister Gerda Verburg de Wageningen Universiteit in 2008 opdracht gaf onderzoek te doen naar alternatieven.

Wat is er precies aan de hand? De eierproductie in Nederland bereikte in 2011 met 10,6 miljard eieren een nieuw record. De gemiddelde Nederlander verorbert er 188 per jaar, nog los van eieren die in producten als ijs, gebak en deegwaren zijn verwerkt. Toch wordt veruit het grootste deel van de Nederlandse eierproductie geëxporteerd, in 2011 ging het om 9,77 miljard stuks. Om al die eieren te leggen zijn speciale legkippenrassen gefokt. Wereldwijd zijn er twee fokbedrijven actief die gespecialiseerd zijn in leghennen. Die hebben een vrij laag gewicht (zo’n twee kilo), maar leggen wel zo’n 300 eieren per jaar. Volgens het Productschap pluimvee en eieren waren er in 2011 gemiddeld 32,7 miljoen leghennen in Nederland. Twee rapporten van de Wageningen Universiteit, in opdracht van toenmalig minister Verburg, houden het er op dat er in Nederland jaarlijks 30 miljoen hennen worden geboren voor de eierproductie. Omdat er even veel hennen als hanen uit een ei kruipen, is het aantal van 30 miljoen dat de veganisten noemen dus correct.

Haantjes kunnen geen eieren leggen en doen er veertien weken over om een gewicht van twee kilo te bereiken. Een gespecialiseerd vleeskuiken (de beruchte plofkip) bereikt dat gewicht in minder dan zes weken. De haantjes worden in Nederland dan ook als economisch onrendabel beschouwd en op hun eerste levensdag vermoord. Dit gebeurt ook voor de productie van biologische eieren. In Nederland gaat het ombrengen meestal geautomatiseerd. De kuikens gaan via een lopende band naar een ruimte met een hoge concentratie koolzuurgas (CO2). Door het gas zijn de kuikens volgens de Wageningen Universiteit in enkele seconden bewusteloos en sterven ze na enkele minuten. De dode kuikens worden gebruikt als voer voor dierentuindieren.

Soms wordt een hakselaar gebruikt. Vanuit dierenwelzijn beschouwd heeft deze methode de de voorkeur omdat de haantjes in tienden van een seconde worden gedood. Een nadeel volgens de universiteit is het aanzicht van het hakselen. Én, van meer invloed waarschijnlijk, „gehakselde kuikens zijn lastiger tot waarde te brengen dan de met gas gedode kuikens”.

De onderzoeken naar alternatieven hebben nog niet tot een andere productiemethode geleid. In tegenstelling tot Italië kent Nederland geen gastronomische traditie van het eten van gemeste haantjes (giovani galli, oftewel ‘jong haantje’). Tot in de jaren tachtig gingen afgemeste Nederlandse haantjes via Van Gend en Loos per trein naar Italië, maar inmiddels voorzien de Italianen zelf in hun giovani galli. Het vlees leent zich uitstekend voor gerechten die in Nederland weinig worden gegeten zoals coq-au-vin, waterzooi, risotto en paella. Onderzoekers zien daarom voorlopig weinig toekomst in Nederland voor de zogenoemde ‘combinatiekip’: daarvan groeien de hanen op voor de vleesproductie en de hennen voor de eierproductie. De kosten per ei en de milieubelasting zijn hoger, omdat deze hennen zwaarder zijn en dus meer voedsel nodig hebben. Bovendien leggen ze minder eieren. Uit onderzoek blijkt dat zo’n 85 procent van ondervraagde Nederlanders bereid is meer te betalen voor een ei, maar de meerderheid daarvan wil niet verder gaan dan vijf tot tien cent extra. Het is de vraag of dat genoeg is. Bovendien moet er in Nederland dan een culinaire cultuur ontstaan met een afzetmarkt voor haantjes.

Andere methoden die worden onderzocht zijn het kijken in vers gelegde eieren om vervolgens de mannelijke eieren niet uit te broeden. Of met genetische modificatie een fluorescerend eiwit inbrengen, waardoor het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke embryo’s beter kan worden gezien. Voorlopig stuiten dit soort alternatieven op economische of ethische bezwaren.

Conclusie

In Nederland kruipen jaarlijks zo’n 30 miljoen leghennen uit een ei. Dat betekent dat er ieder jaar hetzelfde aantal haantjes uitkomen. Die leggen geen eieren en zijn minder geschikt voor de vleesproductie. Bovendien kent Nederland geen culinaire traditie waarin gemeste haantjes op het menu staan. Daarom worden ze op hun eerste levensdag omgebracht. Meestal met koolzuurgas, soms in een hakselaar. De bewering van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme dat in Nederland jaarlijks 30 miljoen mannelijke kuikens worden vergast of versnipperd voor de eierproductie is dus waar.