Mensen die praten als computers

Graag zou ik af en toe een microfoon boven Nederland hangen. Die alles opneemt wat er gezegd wordt. Om dit vervolgens in een corpus te zetten dat je geavanceerd kunt doorzoeken.

Mijn eerste zoekactie zou nu zijn: over je eigen schaduw heen stappen. Variant: over je eigen schaduw heen springen.

Jaren bijna niet gehoord, maar sinds de val van het kabinet dagelijks op radio en tv. Van links tot rechts, van SP tot PVV, heb ik politici horen zeggen dat je in deze barre tijden over je eigen schaduw heen moet kunnen stappen/springen.

Hebben ze dat vervolgens echt gedaan? Dat nou ook weer niet. Sommigen beweerden eerst met veel aplomb hoe belangrijk dit was, om vervolgens te besluiten dat vasthouden aan je principes nog belangrijker is dan schaduwspringen.

Wat ik graag in zo’n corpus zou willen nazien is in hoeverre de besmettelijkheid van zo’n uitdrukking beperkt blijft tot Den Haag. Praten alleen politici elkaar klakkeloos na? Of gaan opeens allerlei chefs, groepshoofden en bovenbazen, verspreid over het land, die uitdrukking tot vervelens toe gebruiken? „Mensen, luister! Om verder te komen moeten we iets belangrijks doen. We moeten, liefst hand in hand, over onze eigen schaduw heen springen.”

Ik hoop dat dit niet zo is. En ik hoop van harte dat ook onze volksvertegenwoordigers er snel weer mee stoppen.

Andere kwestie: vorige week toevallig een paar keer met een helpdesk moeten bellen. Daar lijkt iets aan de hand.

Even de oude situatie: ergerlijke muzak, lange keuzemenu’s („Belt u voor dit, toets dan één”, „U kunt nu kiezen uit vijf opties”) en hilarische toestanden met spraakcomputers. U kent het wel: „Spreek duidelijk in waarvoor u belt.” Duidelijk ingesproken, toch niet begrepen, nogmaals ingesproken, nog dui-de-lijk-er, andermaal niet begrepen – het zijn de offers die burgers in westerse samenlevingen aan efficiency en technologie moeten brengen. Als je die hordes had genomen kon je met een beetje geluk een mens van vlees en bloed aan de lijn krijgen. Weliswaar draaiden veel helpdeskmedewerkers in toenemende mate een protocol af, maar soms was er sprake van heus contact. Kenmerken: een lachje, lichte irritatie („snapt deze dombo het nu nog niet?”) en misverstanden. Kortom: doorsnee uitingen van menselijk contact.

Het kan toeval zijn, maar in de contacten die ik vorige week met helpdesks had, was hiervan totaal geen sprake. Hier begonnen helpdeskmedewerkers niet alleen met een protocol, ze hielden dit tot de laatste seconde vol.

„Goedemorgen, mijn naam is Sanders, ik heb een vraag over vaccinaties.”

„Mag ik, ter controle, uw postcode?” „Dank u. Mag ik dan nu, ter controle, uw huisnummer?” „Spreek ik met de heer Sanders?”

„Ja nog steeds en ik heb een vraag over vaccinaties.”

„Als ik het goed begrepen heb, heeft u een vraag over vaccinaties. Klopt dat?”

We hebben hier, vermoed ik, te maken met een nieuw offer aan efficiency. Communicatie tussen mensen zonder misverstanden is bijna niet mogelijk. Zelfs als je honderd jaar getrouwd bent, dan nog kun je elkaar regelmatig verkeerd begrijpen. Misverstanden kosten tijd en hoewel de klant bij de meeste helpdesks betaalt, zal dit niet kostendekkend zijn. Gevolg: helpdeskmedewerkers die als computers gaan praten.

„Dus u heeft een vraag over vaccinaties. Wat is uw vraag over vaccinaties?”

„Kan ik u verder nog ergens mee van dienst zijn?” „Nee, dan wens ik u een fijne dag. U heeft gesproken met…”

Ik heb namen gehoord en ik weet zeker dat ik mensen aan de lijn heb gehad, maar ze klonken als robots. Geen glimlachje, geen lichte ergernis en misverstanden waren uitgesloten – want iedere vraag werd herkauwd – alsof ik een randdebiel ben.

Curieuze ontwikkeling eigenlijk: in sommige functies beginnen mensen steeds meer als computers te praten. Spraakgestuurd, maar volkomen bloedeloos.