Kapot aan drank en vrouwen? Zo had Knobel het niet gezegd

De vete in 1975 tussen Cruijff en de PSV’ers Van Beveren en Van der Kuijlen werd opgelost door bondscoach Knobel. De Brabanders konden gaan.

George Knobel in 1997. Foto Dijkstra

‘Ajax gaat kapot aan drank en vrouwen.’ Tot aan zijn dood, zaterdag op 89-jarige leeftijd in geboorteplaats Roosendaal, werd voetbaltrainer George Knobel herinnerd aan zijn vermeende uitspraak in april 1974. Vijf minuten na de geruchtmakende publicatie in een nieuw weekblad werd hij ontslagen door Ajax-voorzitter Jaap van Praag.

De succesvolle trainer van MVV, met Willy Brokamp en Jo Bonfrère als lokale sterren, was in de zomer van 1973 ook tot zijn eigen verbazing coach geworden van de drievoudig Europa-Cupwinnaar. Op voorspraak van Johan Cruijff, die een paar weken later zelf naar Barcelona verhuisde. Zonder de grote roerganger bleek Ajax „een boom zonder vruchten”, vertelde Knobel een kwart eeuw later in deze krant.

De zelfverklaarde provinciaal uit Brabant moest werken met een verwende, randstedelijke selectie die onder zijn voorgangers alles gewonnen had wat er te winnen viel. Met dank aan Cruijff dus. „Ajax was net zo populair als de Beatles, maar het voetbal was zonder Johan een stuk minder. Er zat geen zout meer in de aardappelen”, vertelde Knobel, die ontkende ooit ‘kapot aan drank en vrouwen’ gezegd te hebben. „Ik heb gezegd: de jongens doen een beetje te veel aan een wijntje en een trijntje. Maar ja, dat blad moest lezers trekken en ik stond op straat.”

George Knobel, zoon van een „straatarme” sigarenmaker uit Roosendaal, rook in de tweede helft van zijn veertigjarige trainersloopbaan zelf aan het grote geld – hij was vijftien jaar coach en adviseur bij de voetbalafdeling van horlogefabrikant Seiko in Hongkong. „Ik wist niet eens waar die vlek lag, heb nooit Engels of Chinees geleerd. Maar voetbaltaal is overal hetzelfde.”

Vlak na zijn ontslag bij Ajax werd Knobel – weer op voorspraak van Cruijff – benoemd tot bondscoach. Hij kreeg bij Oranje, net vicewereldkampioen geworden, te maken met twee kampen: Ajax (plus Cruijff) en het toen hard aan de weg timmerende PSV. De Brabanders Jan van Beveren en Willy van der Kuijlen verweten de Brabantse bondscoach dat hij de Amsterdammers Cruijff en Johan Neeskens al te hartelijk had ontvangen na hun verlate aankomst uit Barcelona. Woedend om zoveel onrecht verlieten de twee PSV'ers vlak voor het EK-kwalificatieduel tegen Polen het trainingskamp. Knobel: „Een paar dagen later wonnen we met 3-0, de beste wedstijd in de historie van het Nederlands elftal.”

Knobels tragiek was dat het superieure Oranje onder zijn leiding de EK-finale van 1976 misliep. De spelers waren al met hun hoofd bij een revanche tegen finalist West-Duitsland en onderschatten Tsjechoslowakije in de halve finale. Het verlies ging gepaard met twee rode en nog meer gele kaarten. Exit Knobel.

„De kritiek die toen is losgebarsten heb ik als water onder de douche van me laten afglijden”, sprak de man met het zwarte borstelhaar een kwart eeuw later. Hij was toen net ontslagen bij ‘zijn’ RBC. En zo verdween de toen 77-jarige Knobel geruisloos uit het voetbal.

Later kreeg hij de ziekte van Alzheimer. Een extra tragisch lot, getuige zijn hartekreet bij leven en welzijn: „Ik wil niet sterven achter de geraniums. Dan ga ik liever meteen dood. Afmaken die handel.”