Impuls in brein puber is complex

Een kind met ADHD mist impulscontrole. Een puber die experimenteert met drugs ook. Op tests scoren ze gelijk, maar in hun hersenen heerst een wereld

van verschil.

Medisch redacteur

Pubers die experimenteren met drugs hebben een hersengebiedje dat te weinig actief is. Daarmee onderscheiden ze zich van 14-jarige pubers die wel nicotine en alcohol hebben geprobeerd, maar nog niet aan andere, illegale drugs hebben gezeten. En van leeftijdgenoten met milde ADHD die hun impulsen ook niet altijd in bedwang houden op een manier die opvoeders graag zouden zien.

Te weinig impulscontrole is een van de kenmerken van ADHD, de meestvoorkomende hersenontwikkelingsstoornis, maar ook van illegaal drugsgebruik, roken, alcohol drinken, opstandig en risicovol gedrag en jeugdcriminaliteit. Bij de start-stoptest waarmee psychologen impulscontrole meestal meten, krijgen proefpersonen in de scanner steeds 400 keer een pijltje te zien dat aangeeft: druk op de linker of rechter knop. Af en toe verschijnt er binnen honderden milliseconden een stopteken: niet drukken. In hoeverre mensen daar nog in slagen is een maat voor de impulscontrole.

Zo’n test geeft vaak één uitkomst voor allerlei soorten impulsiviteit. Maar puberhersenen hebben in totaal zeven verschillende zenuwnetwerken die een impuls goed kunnen onderdrukken. En zes verschillende zenuwcircuits die bepalen of de impulscontrole ontbreekt. Dat vond een grote groep Britse, Franse, Duitse, Amerikaanse en Canadese hersenonderzoekers die bijna 1.900 14-jarige pubers in hun fMRI-scanners een impulscontroletest hadden afgenomen. Van die 1.900 was ook bekend of ze een lichte vorm van ADHD hadden, of ze al eens hadden gerookt en alcohol gedronken of ze met drugs hadden geëxperimenteerd. Dit onderzoek is veruit het grootste dat ooit onder pubers naar impulscontrole en hersenwerking is gedaan. De resultaten zijn eind april online gepubliceerd in het tijdschrift Nature neuroscience.

En hoewel de ADHD’ers op de neuropsychologische test vrijwel gelijk scoorden als de pubers die al eens met drugs hadden geëxperimenteerd, liet de fMRI-scanner zien dat er in hun hoofd andere zenuwcircuits actief waren. De ene impulsiviteit is de andere niet, concluderen de onderzoekers.

Ze schrijven ook dat ze helderheid brengen in een oude kip-eikwestie: ontstaat hersenactiviteit die gevoelig maakt voor meer drugsgebruik door het eerste drugsgebruik, of is die bedreigende hersenactiviteit er al?

Die is er vaak al, zegt een van de onderzoeksleiders, Hugh Garavan, in een persbericht van de universiteit van Vermont. Pubers met verminderde activiteit in een zenuwnetwerk in een hersendeeltje dat net achter de oogkassen ligt (orbitofrontale cortex) hebben beduidend vaker met sigaretten, alcohol en drugs geëxperimenteerd dan leeftijdsgenoten die daar in de fMRI-scanner meer activiteit vertonen. fMRI is een techniek waarmee de stofwisselingsactiviteit in aparte hersengebieden kan worden gemeten. Bij individuen zijn de verschillen meestal niet duidelijk, maar door veel metingen te ‘middelen’ zijn voor het eerst verschillende hersengebieden voor impulsiviteitregulatie gevonden die in eerdere onderzoeken met veel minder proefpersonen in de ruis verborgen bleven.

Impulscontrole zorgt ervoor dat een mens ‘geen gekke dingen doet’. Niet een politieagent schopt, een dier martelt, met spullen smijt, een onbereikbare liefde toch de liefde verklaart, veel te hard met een brommer over de stoep rijdt.

Vooral pubers zijn berucht om hun impulsiviteit. Het is een „normaal onderdeel van hun ontwikkeling”, schrijven de onderzoekers. Nadeel is dat het risicogedrag dat er uit voortkomt in de geïndustrialiseerde wereld de belangrijkste doodsoorzaak voor pubers is.

De vraag is dan ook hoe een hinderlijk tekort aan impulscontrole ontstaat en of er iets tegen te doen is. De onderzoekers hebben daar geen antwoord op. Het kan genetisch zijn (daarvoor presenteren ze één aanwijzing), maar ook door opvoeding, scholing en levenservaringen zijn ontstaan. In de laatste zinnen van hun artikel verwijzen ze naar een review die vorig jaar in het blad Science verscheen (zie inzet), waarin wordt beschreven welke trainingen wetenschappelijk bewezen effectief zijn om 4- tot 12-jarigen betere impulscontrole te bezorgen.