Geen bekentenissen, wel veel nuance

Grote wielerploegen kampen vroeger of later met dopingschandalen. Rabobank bleef lang buiten schot.

Redacteur Wielrennen

Rotterdam. Onder het motto ‘Gaan voor Geel’ stelt sponsor Rabobank zich in het najaar van 2001 ten doel om de Tour de France te winnen. De leiding van de gelijknamige wielerploeg is daar hoogst ongelukkig mee. Liever verantwoord blijven bouwen aan een ploeg met eigen jeugd dan plotseling de druk verhogen door te streven naar de Tourzege met een dure buitenlandse kopman, met alle gevaren van dien. „Gevaren die met name het grijpen naar verboden middelen kunnen inhouden”, schrijft een toenmalige ploegleider aan manager Jan Raas in een interne mail, die in het bezit is van deze krant.

De riskante doelstelling om de Tour te winnen viel begin deze eeuw midden in een periode dat de wielersport werd geteisterd door dopingschandalen. Ook bij de Rabo-ploeg is in de jaren 1996 tot en met 2007 het gebruik van doping getolereerd, meldde de Volkskrant zaterdag in een uitvoerige reconstructie. „Als het al is gebeurd, dan is het een weloverwogen beslissing van de medische staf geweest”, aldus voormalig ploegleider en directeur Theo de Rooij.

In het artikel probeert De Rooij een genuanceerd beeld te schetsen over de omgang met medicatie binnen de ploeg, waar Geert Leinders jarenlang als ploegarts werkte. „Remmen en bijsturen”, zo typeert hij het medische beleid. De krant concludeert dat bij Rabobank doping de ‘normaalste zaak van de wereld’ was. Boogerd wordt net als in 2009 beschuldigd van het bezoek aan een bloedbank in Wenen. De in 2007 gestopte kopman ontkent opnieuw. „Ik ben niet in Wenen geweest en in het beeld van de ploeg herken ik me ook niet.”

De beschuldiging over doping binnen de Rabo-ploeg ligt vooral gevoelig omdat de bank vanaf de start van het Wielerplan in 1996 juist als uitgangspunt heeft dat doping niet wordt getolereerd. Bij een positieve test volgt ontslag, bij structureel gebruik binnen de ploeg stopt de bank met sponsoring. Maar een woordvoerder van de bank stelt in NUsport dat het huidige sponsorcontract, eind vorig jaar verlengd tot en met 2016, niet in gevaar is. Ook komt er geen onderzoek naar de beschuldiging dat er tussen 1996 en 2007 doping zou zijn getolereerd. „Over die periode hebben we indertijd al een extern onderzoek gedaan. Daarna hebben we besloten de structuur aan te passen om ons zero tolerance-beleid te kunnen naleven. Er is vanaf 2007 een nieuwe raad van commissarissen en een nieuwe leiding.”

Als manager Raas in 1996 Rabobank presenteert als nieuwe sponsor is het profpeloton in de greep van het verboden wondermiddel epo, dat de prestatie verbetert en niet kan worden opgespoord bij dopingcontroles. Bij de nieuwe ploeg is de medische begeleiding in handen van de ervaren Leinders, al sinds 1985 in het wielrennen. Doping? „Er is een enorm grijs gebied”, zegt De Rooij al in 1998 in Sport International. De oud-renner kan dan nog openlijk spreken over het aanvullen van een tekort aan testosteron, gebruik van infusen of ontstekingsremmers. „Bij ons wordt op een verantwoorde manier gewerkt.” Epo bij Rabo? „Ik was daar, het product was daar”, keek Leinders – nu ploegarts bij het Britse Sky–- vorig jaar terug in deze krant. „Ik kan dat niet weggommen. Ik heb er altijd goed over nagedacht hoe daarmee om te gaan.” Geen bekentenis, wel nuance.

Grote ploegen kampen vroeger of later met dopingschandalen: Festina (Richard Virenque), T-Mobile (Bjarne Riis en Jan Ullrich) en US Postal (Lance Armstrong. Rabo blijft – op een incident met Erik Dekker in 1999 na – lang buiten schot. Voorzichtigheid is er volgens insiders troef. In 1998 mag een renner van de ploegleiding niet naar de Tour omdat hij risico’s zou hebben genomen op medisch gebied. De strategie van de ploeg van Raas en De Rooij is erop gericht om renners het hele jaar gezond te houden, liever dan te mikken op een hoge piek in de Tour. Personeelsverloop en ziekteverzuim zijn belangrijke indicatoren. „Wij kunnen stellen dat dit bij onze ploeg te verwaarlozen is”, stelt de ploegleiding in de interne mail van 2001 aan manager Raas. „En dat reeds gedurende zes seizoenen.”

Vandaar dat de ploegleiding niet blij is met de nieuwe doelstelling van de sponsor: Gaan voor Geel. „De bank is van zijn geloof gevallen”, constateert een ploegleider. Buitenlandse ronderenners hebben „een hoger risicoprofiel” en mikken op een topdrieklassering noemt hij „belachelijk”. Manager Raas trok zich na zijn gedwongen afscheid in 2003 terug uit de wielersport. Wel sprak hij zich in een biografie in 2009 eenmalig hard uit. „Wanneer ik mijn dossier over diverse gebeurtenissen in en rond de wielerploeg zou laten lekken, bestond er allang geen Rabo-wielerploeg meer.”

Buitenlandse toppers als Levi Leipheimer, Michael Rasmussen, Oscar Freire en Denis Mensjov worden aangetrokken. Lang blijft de ploeg gevrijwaard van dopingaffaires. Tot Rasmussen de Tour van 2007 dreigt te winnen. Omdat de Deen dopingcontroles heeft gemist door in de aanloop naar de Tour te liegen over zijn verblijfplaatsen, haalt De Rooij hem in het geel op drie dagen van Parijs uit de Tour. Even later stapt de directeur, onder druk van de sponsor, zelf op. Bankier Harold Knebel rekent als nieuwe directeur hard af met een dopingaffaire rond Thomas Dekker, die al wordt weggestuurd voordat zijn positieve test bekend wordt. De ploegleiding volgt keurig zijn strakke beleid van zero tolerance.

Het verleden? „Rabobank was niet anders dan welke profploeg ook”, zegt Rasmussen in de Volkskrant. De Deen probeert deze maand in hoger beroep financiële genoegdoening te krijgen voor zijn ontslag, nadat hij in 2008 al 700.000 euro kreeg toegewezen. Mogelijk zullen getuigen worden gehoord onder ede en wordt meer duidelijk over het medisch klimaat binnen de Rabo-ploeg. „Zero tolerance heeft niets met wielrennen te maken”, zei Leinders vorig jaar al.