Filosofie als levenskunst

Jan Bor: Wat is wijsheid? Bert Bakker, 114 blz. € 9,95 ***

Met zijn grote goudkleurige vraagteken op het voorplat heeft het essay Wat is wijsheid? van Jan Bor veel van de boekjes vol levensdiepzinnigheden die het bij verjaardagen zo goed doen. Toch is het een serieuze wijsgerige verhandeling over een vraag waarmee de filosofie zich sinds een paar eeuwen nauwelijks nog bezighoudt. Hoewel ‘wijsheid’ nog steeds in haar naam zit, houdt de academische wijsbegeerte zich liever bezig met technische zaken als kenleer, logica of de wetenschapstheorie.

Bor betreurt dat en daarom vertrok hij in de jaren zeventig naar Japan om zich te scholen in het zenboeddhisme. Vijfendertig jaar later kan hij filosofie nog altijd niet los zien van een praktische levenshouding. Wie het alleen met theoretische inzichten stellen wil, moet niet verbaasd zijn wanneer de wijsbegeerte langzaam aan haar eigen dorheid ten onder gaat.

Dat debat is niet nieuw. Menig filosoof stelt juist opgelucht vast dat de filosofie sinds Descartes is geprofessionaliseerd en ‘volwassen’ geworden. Dat heeft ons van een hoop zweverigheid verlost. Maar toch lukt het de wijsbegeerte niet zich helemaal van haar wortels los te snijden. Sinds een jaar of tien is ook de ‘levenskunst’ (in Nederland vooral vertegenwoordigd door Joep Dohmen) opnieuw in trek en ook zij bestaat vrijwel geheel buiten de universiteiten om.

Misschien is deze groeiende kloof tussen academische en populaire filosofie wel het grootste probleem waarmee beide te kampen hebben. Want buiten de professionele denkdiscipline van de eerste slaat het denken gemakkelijk op hol of verliest zich in trivialiteiten. En afgesneden van haar levensader verliest de eerste zich net zo reddeloos in een modern soort scholastiek die aan de wereld geen boodschap wil hebben.

In Wat is wijsheid? weet Bor de valkuilen van beide kampen te omzeilen, door het ene niet ten gunste van het andere te verketteren. De vragen die hij opwerpt (wie ben ik, wat is de werkelijkheid?) zijn op een goede manier wereldvreemd, maar in zijn zoeken naar een antwoord blijft hij helder denken en argumenteren.

Bor heeft zijn eigen leven tot leidraad genomen en steunt daarbij zwaar op zijn veel omvangrijkere boek Op de grens van het denken (2005), waaruit grote stukken zijn overgenomen.

Gelukkig is die keuze echter wel. De levensgang houdt beide aspecten samen en op sommige bladzijden weet Bor bij de lezer een authentieke filosofische ervaring op te roepen. Dat de wijsheid die hij ten slotte lijkt te vinden nogal alledaags klinkt, stoort niet.

De metafysische vragen die hij opwerpt willen nu eenmaal niet de wereld veranderen, maar wel onze ervaring daarvan. Daarin komt Bor nog net iets verder dan zeven jaar geleden.

Ook dat heeft alles met het leven te maken. Kort geleden werd hij vader. Als een mooi voorbeeld van simpele wijsheid sluit het essay af met een paar briefjes aan zijn net-geboren zoontje.