De gastrecensent Gitarist Wiek Hijmans hoorde soundscapes van Robert Fripp in bewerking voor het Metropole Orkest

Eigentijdse muziek

Soundscapes van Robert Fripp door Metropole Orkest/Jules Buckley. Gehoord: 6/5, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam

Robert Fripp, bekend van King Crimson, was in de jaren zeventig een pionier in het gebruik van met gitaar aangestuurde elektronica. Met zijn ‘Frippertronics’ kon hij eindeloze loops creëren, waarmee hij vervolgens soundscapes improviseerde. Een aantal van zulke geïmproviseerde stukken zijn getranscribeerd door gitarist Bert Lams en voor orkest gearrangeerd door Andrew Keeling.

De soundscapes van Fripp hebben als kenmerk dat ze geïmproviseerd zijn, ze ontstaan in interactie met publiek en instrument. Wanneer je ze arrangeert voor orkest gaat dat element van improvisatie verloren. De transformatie naar een andere situatie roept de vraag op of er voldoende prikkelende elementen overblijven of worden toegevoegd voor een overtuigend kunstwerk.

Tijdens het luisteren bleef de oorsprong van deze muziek als gitaarimprovisatie door mijn hoofd spoken. Er waren momenten dat ik de edge van een elektrische gitaar miste. Op andere momenten was het plotseling ontzettend mooi. Ik werd heen en weer geslingerd tussen luisterhoudingen: moet ik deze muziek benaderen als orkestwerk of als interessante curiositeit?

Van de zes stukken waren de eerste twee, Pie Jesu en Midnight Blue, het meest getrouw aan Fripp. Zij fungeerden als een prelude. In de rest, veelal met koor, was de hand van arrangeur Andrew Keeling dominant aanwezig. Zijn orkestratie en bewerking verplaatsten de stukken naar het domein van de hedendaagse klassieke muziek, zozeer dat ik af en toe zin kreeg écht naar John Adams of naar Goebaidoelina te luisteren. Maar het volgende moment zat je weer in de Frippertronics; een verwarrende en fascinerende ervaring.

Kunst moet je aan het denken zetten of in de war brengen, en dat was zeker het geval. Het artistieke risico is, juist in deze tijd waarin de aandacht vaak gaat naar het onmiddellijke succes, van grote waarde. In het laatste stuk, Miserere mei, viel veel op zijn plek, alsof al het voorgaande één grote compositie was geweest. Dat leverde magistrale momenten op – waarop je alle vragen vergat en de muziek simpelweg zichzelf was.

Voor de pauze improviseerde Erik Voermans, muziekredacteur van Het Parool, een kleurrijke soundscape op gitaar. Bij zijn muziek leken de veerboten op het zonnige IJ een ballet uit te voeren. Boven aan de trap zat Robert Fripp te kijken en te luisteren met een glimlach op zijn gezicht.