Akkoord van 6 mei

E r was nog tien minuten te spelen. Het mocht niet meer fout gaan voor Heerenveen en Feyenoord. Het stond 1-3. Bij deze stand gingen beide clubs Europees voetbal spelen. Als het maar geen gelijkspel werd, dan stond iedereen met lege handen.

In de verdediging van Feyenoord speelde Ron Vlaar de bal naar zijn collega Stefan de Vrij. Vlaar gebaarde: hij wilde de bal terug. De Vrij tikte naar Vlaar. Vlaar kon alle vlakken van de bal tellen, zo langzaam rolde hij zijn kant op. Vlaar stopte de bal onder zijn voet. Met zijn noppen duwde hij in het kunststof. Met nog acht minuten op de klok, stapte de verdediger naar een microfoon langs het veld. Het hele stadion luisterde mee.

„Ogenblikje.” Vlaar wipte de bal hoog op en kopte hem terug naar De Vrij. „Sorry. Eh, ja, hier doe je het allemaal voor. Zo’n laatste salonwedstrijd op slot houden, dat is nog een hele klus.”

In het Abe Lenstra-stadion waren de Friezen tevreden met de achterstand. De Vrij hield de bal onder zijn voet. Alle spelers van Heerenveen keken van een afstandje toe. Naar verwachting zou de bal weer naar Vlaar gespeeld gaan worden. Met een armgebaar gebood Vlaar zijn collega De Vrij op de keeper terug te spelen.

Vlaar, weer bij de microfoon: „Ik heb de afgelopen dagen veel gelezen over Boeddha. Alles wat een begin heeft, heeft ook een einde. Ik ben deze wedstrijd begonnen, dus geloof ik nu ook in het einde. Al duurt het nog even.”

Een speler van Heerenveen hield zich niet aan het Akkoord van 6 mei. Rajiv van La Parra schoot de bal achter Feyenoord-keeper Mulder. 2-3. De Friezen en Rotterdammers doken ineen op de tribune. 3-3, nog één doelpunt van Heerenveen en alles liep mis.

Ron Vlaar legde de bal stil en ging op zijn knieën zitten. „Vannacht gaf ik mijn jarige zoontje een nachtzoen. Daarna keek ik door het dakraam en zag een uitvergrote maan in de lucht hangen. Een cirkel is een oneindige lijn. Een kind tekent een bal ook als een cirkel. Geen einde, daar heb je het weer. Wacht even.” Vlaar ramde de bal naar de andere kant van het veld. De verdedigers van Heerenveen moesten nu maar even naar elkaar overspelen. „Wat is er mooier dan je tegenstander gelukkig laten verliezen. Om met Boeddha te spreken: overwin het kwade met het goede.”

Heerenveen hield de bal op eigen helft. Vlaar trok zijn shirt omhoog. Op het onderhemd stond een foto van zijn zoon. „Hij mag ook naar de huldiging kijken in De Kuip straks”, zei vader Vlaar. Een huldiging? Feyenoord werd over een paar minuten toch tweede in de competitie. Ajax was de kampioen.

Het A-woord was gevallen. Vlaar keek met een glimlach naar de tribune, in groot contrast met het grimmige gezicht dat hij in het voorjaar trok na de 4-2 zege op de Amsterdamse club.

Vlaar: „Weet je. Heerenveen is gelukkig met een verloren wedstrijd. Mooi. Wij genieten van de tweede plek. Woede is niet op zijn plaats. Wie gloeiende steenkolen naar een ander gooit, brandt vooral zijn eigen vingers.”

Het laatste fluitsignaal klonk. Vlaar verdween in het feestgedruis.