Stef Blok: ik voel mij erfgenaam van Pim Fortuyn

VVD-fractievoorzitter Stef Blok: "Ik voel me in zekere zin erfgenaam." Foto NRC / Roel Rozenburg

Het geldt nog steeds als hét tv-debat: in 2002 werden de leiders van de gevestigde partijen volledig weggespeeld door Pim Fortuyn - vooral PvdA’er Ad Melkert. Vijf fractievoorzitters van nu kijken terug, op het debat en het fenomeen Pim Fortuyn. Aflevering 1: Stef Blok (VVD).

Wat herinnert u zich van het lijsttrekkersdebat van 2002?

“De vraag aan het begin van de campagne was: zou Dijkstal of zou Melkert premier worden? Het was niet zo’n gekke inschatting dat op de gunfactor Dijkstal een betere kans maakte. Ik was VVD-kandidaat voor de volgende verkiezingen. Geert Wilders stond op plaats 30 geloof ik, ik op 31. We waren jongelingen die het netjes hadden gedaan, we hadden recht op een zekere plek. Zo dachten we. De peilingen daalden al, maar dat ze die dag uitkwamen was toch een verrassing. Het was een enorme opdoffer, meer dan het debat zelf. Dat was de kristallisatie, de climax. Dijkstal, tja, die deed het niet goed. Hij was teneergeslagen. Maar ik voelde mij toch al rot. Ik dacht meer: oh ja, nu ook dat nog.”

Kijk het debat in zijn geheel terug:

Zie u Fortuyns stijl en ideeën terug in de Kamer?

“Wij hebben aan het liberalisme niets veranderd, maar ik voel mij in zekere zin erfgenaam: wij hebben de focus naar de hardwerkende Nederland verlegd. Dat komt niet alleen door Fortuyn, ook door de generatie die nu de partij leidt, Mark Rutte, Paul de Krom, Halbe Zijlstra, ik. We hebben een zakelijke achtergrond. Ik heb altijd de rozenkweker voor ogen die de eindjes nauwelijks aan elkaar kan knopen, Mark de Unox-medewerker. Als je diplomaat bent geweest, kom je die mensen nooit tegen, nooit.”

Was Fortuyn schadelijk voor de politiek?

“Zijn stijl was niet de mijne, maar Fortuyn heeft twee goede dingen gedaan: hij heeft laten zien hoe open de Nederlandse democratie is. Je hoeft geen lid te zijn van het old boys network om een partij op te richten. Maar het belangrijkste voor mij is toch dat hij de verbinding heeft gelegd met de grote middenklasse, die zich afkeerde van de politiek. De grote partijen, ook die van mij, concentreerden zich heel erg op de eigen kring. Die is hoogopgeleid, houdt van cultuur en internationale betrekkingen, woont over het algemeen in een plezierige wijk. Zij realiseerden zich volstrekt onvoldoende wat er leeft bij de grote groep mensen met een modaal inkomen. Die gaan niet naar gesubsidieerde cultuur, zitten niet in de raad van toezicht van een woningcorporatie of een ontwikkelingshulporganisatie. Die merken vooral dat de overheid er niet voor hen is. Die dachten, wat doen die lui eigenlijk voor mij? Ik kom nooit in het Concertgebouw, waarom gaat daar eigenlijk subsidie heen?”

Een kortere versie van dit interview verscheen op zaterdag 28 april in de NRC Special ‘Pim Fortuyn 10 jaar later’. Abonnees kunnen de volledige bijlage teruglezen in de digitale editie.